6.5 Defensieve en non-defensieve communicatie
Om communicatie effectief en zinvol te laten verlopen is het nodig om
openheid te stimuleren en defensiviteit te verminderen.
- Defensieve communicatie: Wanneer men zich bedreigd voelt of bedreiging
verwacht.
Gedragsvormen die Gedragsvormen die defensiviteit
defensiviteit oproepen verminderen
(beïnvloed (beïnvloed communicatie positief)
communicatie
negatief)
Beoordeling Versus Beschrijving
Dwang Versus Probleemgerichtheid
Manipulatie Versus Spontaniteit
Onverschilligheid Versus Empathie
Superioriteit Versus Gelijkwaardigheid
Overtuigd zijn van eigen Versus voorloopigheid
gelijk
Toelichting op de gedragsvormen:
1. beoordeling vs. beschrijving: (negatieve) waardeoordelen, veroordelen, ‘jij-taal’
vs. beschrijven wat je hebt waargenomen of wat je voelt zonder waardeoordeel,
‘ik-taal.’
2. Dwang vs. Probleemgerichtheid: Druk op de ander uitoefenen, voor de ander
beslissen, geen keuzemogelijkheid vs. Samen probleem verkennen, omschrijven
en oplossen.
3. manipulatie vs. spontaniteit: Op een verborgen en indirecte wijze iets duidelijk
maken of tot ander gedrag aan zetten, gaat om eigenbelang, werken met
verborgen agenda vs. Eerlijk en open, zonder bijbedoelingen of verborgen
agenda’s.
4. Onverschilligheid vs. Empathie: geen aandacht voor de gevoelens van de
ander, niet menselijk vs. Inleven en zorg tonen.
5. superioriteit vs. gelijkwaardigheid: Men is méér dan de ander, gevoel van
minderwaardigheid bij de ander vs. Samenwerking, wederzijds vertrouwen en
respect.
6. overtuigd zijn van eigen gelijk vs. voorlopigheid: Belerend, de ander voelt zich
‘stom’ vs. Open staan voor nieuwe ideeën, interesse.
6.6 Hoofdbegrippen uit de systeem- en communicatietheorie
Inhoud en betrekking:
Communicatie kent de volgende twee niveaus, deze zijn beide gelijktijdig
aanwezig:
Inhoudsniveau: informatie, inhoud, het bericht wat er gezegd wordt.
Betrekkingsniveau: hoe de inhoud moet worden opgevat, de zender geeft
indirect aan hoe hij zichzelf ziet in relatie tot de ander. hoe het gezegd
wordt.
Het betrekkingsniveau doet een appèl op twee verschillende betrekkingen:
Symmetrische betrekking: beide partners nemen gelijkwaardige positie en
gedragen zich als gelijken.
- vaak wedijver, rivaliteit en competitie.
- Er ontstaat een symmetrische relatie.
, Complementaire betrekking: partners nemen verschillende positie:
- Superieur vs. Ondergeschikt: leider-volger relatie.
- Er ontstaat een complementaire relatie
Vaak gaan conflicten over het betrekkingsniveau: niet ‘wie heeft gelijk’
maar ‘wie heeft het voor het zeggen.’
Meta-communicatie: communiceren over de communicatie
Het betrekkingsniveau
Betrekkingsniveau in de communicatie: Met non-verbaal gedrag laten we
aan elkaar weten welk type relatie men wenst.
Tijdens de communicatie zendt je 3 soorten boodschappen uit:
- Zelfomschrijving: ‘zo zie ik mezelf.’ Presentatie van het eigen
zelfbeeld. Non-verbaal.
Bijv. ik ben geweldig of ik ben zwak en heb hulp nodig.
- Omschrijving van de ander: ‘zo zie ik jou.’
Bijv. jij bent zwak of jij bent sterker dan ik.
- Relatiedefinitie: ‘zo zie ik onze relatie.’
Bijv. kijk naar mij op, bewonder mij of jij moet me helpen en de
leiding nemen.
Het betrekkingsniveau in communicatie bestaat uit:
- Zelfomschrijving
- Gedragsopdracht: de ‘vraag’ of de ander jou zelfbeeld bevestigd en
erkend en met jou op die manier de relatie aangaat.
Samen vormen deze twee elementen een relatievoorstel. De ander kan:
- Het voorstel aanvaarden of verwerpen: duidelijk en ondubbelzinnig.
- Het voorstel negeren: keuze tussen aanvaarden of verwerpen
vermijden.
Vervolgens zijn er 3 mogelijkheden:
- De ander accepteert het relatievoorstel: ik ben leider de ander is
volger
- De ander verwerpt mijn relatievoorstel en doet een eigen voorstel:
de ander stelt zich als gelijke op
- Ik accepteer het voorstel van de ander: ik ben volgend en de ander
is leider.
Interpunctie
- Hoe de werkelijkheid of de feiten gezien moeten worden.
- Ieder ziet ‘de waarheid’ op zijn eigen manier.
- Het is meestal mogelijk op op meer manieren tegen de waarheid
aan te kijken. De werkelijkheid is meestal zo complex dat ieder
slechts een beperkt gedeelte daarvan ziet.
- Iedereen heeft altijd een beetje gelijk, er bestaan meestal
verschillende opvattingen over één verschijnsel.
Betrekkingsblindheid: dat men alleen zijn eigen waarheid gelooft en met
anderen gaat ‘ruziën’ over hoe de werkelijkheid gezien moet worden.
Blindheid over hoe de communicatie verloopt.
De vijf axioma’s
Axioma: onbewezen stelling, zo duidelijk dat het geen bewijs behoeft.
5 axioma’s over communicatie:
1. Alle gedrag is communicatie, je kunt niet niet-communiceren
2. Elke communicatie bevat een inhouds- en een betrekkingsaspect
3. Het karakter van een betrekking is afhankelijk van de interpunctie van de
reeksen communicaties tussen de communicerende personen.