Agogiek
Week 1 02-09-2015
Meedenken met en ondersteunen van iemand bij verandering= werkgebied van
de agogiek
Veranderen:
Werkwoord: anders maken
Wijze waarop men mensen kan helpen, begeleiden of beïnvloeden bij hun
verandering
Professionele beïnvloeding
Mensen moeten het door de verandering op de een of andere manier beter
krijgen
Het verschil tussen een nieuwe en oude situatie
Veranderen speelt zich af in het sociale domein. Als er voor jou iets
verandert, veranderd er ook iets voor de mensen om je heen.
Veranderen kan een bewust en onbewust proces zijn
Kenmerken agogie:
Agein = leiden / voeren
Agogiek = de leer van het doen veranderen van mensen
Directe voorwaarden:
- Psychosociale verandering
- Beïnvloeding vindt beroepsmatig plaats
- Is doelgericht, systematisch, bewust, vrijwillig, niet wederzijds
- Gaat vaak over een (jong)volwassene
- Het bevorderen van het zelfregulerende vermogen van mensen.
- Agoog helpt mensen om zich kennis, waarden, normen, gedragingen
eigen te maken d.w.z. internaliseren
- Dwang en disciplinering zijn strijdig met agogisch handelen. Als
iemand iets moet, dan doet hij het juist niet.
- Speciale verhouding aangaan voor beperkte tijd.
- Dialoog staat centraal. Je gaat in gesprek met elkaar.
- Oplossen van problemen op sociaal gebied.
- Cliënt is niet altijd het onderwerp van bemoeienis, het kan ook gaan
om veranderen van omstandigheden.
Agogiek: Leer van eenzijdige, systematische, doelgerichte beroepsmatige
beïnvloeding
Gericht op:
Een meer wenselijk geachte psychosociale situatie van volwassenen
(individueel of in groepsverband), die zich van deze beïnvloeding bewust
zijn en deze situatie ook nastreven
Het gaat om een cliënt (patiënt/deelnemer/pupil/doelgroep/cliëntsysteem)
Niveaus van psychosociaal functioneren:
Individueel/groep/organisatie/grotere samenslevingsverbanden.
Verdeeld in drie niveaus:
Micro: cliënt/kleine groep
Meso: organisatie/kleine samenlevingsverbanden (buurt)
Macro: bijvoorbeeld de maatschappij/grote samenlevingsverbanden
,Beroepen en velden:
Beroepen waarin agogisch werk centraal staat: sociaal werker, maartschappelijk
werker, opbouwwerker, psychotherapeut etc.
Beroepen die een agogisch aspect in zich dragen: bijvoorbeeld verpleegkundige,
arts, leraar etc.
Verandering is dus het verschil tussen een nieuwe en oude situatie.
Twee manieren:
Vervangen
Toevoegen
Agogisch werk is eerder procesgericht dan productgericht
Het gaat om de manier waarop de cliënt zich die verandering eigen maakt
en ermee omgaat
Acceptatie spreekt een belangrijke rol.
Soorten verandering:
Incidentele verandering (kortdurig)
Structurele verandering (langdurig)
Gradueel begrip, niet een van de twee, maar met overgang.
Vijanden van verandering:
- Verantwoordelijkheid: je zult je verantwoordelijk moeten voelen.
Afschuiven versus overtrekken. (orenmaffia: ‘tussen de oren’
- Vanzelfsprekendheid: het is vanzelfsprekend dat ik zo reageer.
,Week 2 08-09-15
Bronnen van verandering:
- Eigen ontwikkeling:
- Idealen
- Innerlijke drang / behoefte aan groei
- Onvrede
- Informatie in strijd met het gedrag
- Geheel nieuwe informatie
- Verwachtingen van anderen
- Belangen
- Bedreiging van buitenaf
- Wijziging in omstandigheden
- Indrukwekkende ervaringen
Motivatie:
- Motivatie in het algemeen groter als:
- er minder bedreiging is
- er meer goeds mee te bereiken of naars mee te voorkomen is
- er meer ondersteuning uit de omgeving is
- er meer/eerder effect waarneembaar is
Weerstand:
Verandering weerstand
- Agoog speelt hier op in door een gevoel van veiligheid te creëren: Niet
veroordelen – cliënt macht houden
Begeleiden leerproces (voor-nadelen afwegen)
Veilig klimaat
accepteren van de ander zoals hij is
cliënt macht/controle laten houden
Niet: bezwaren negeren of tegen zijn argumenten in te gaan
niet veroordelen en niet beoordelen
Afweermechanisme:
Rationalisatie: Het is maar goed dat ik niet aangenomen ben, want ik paste
toch niet goed bij dat bedrijf
- Verdringing
- Ontkenning
- Agressie
- Verschuiving (emotie van de ene situatie naar de andere)
- Vermijding
- Overdekking door het tegendeel (overschreeuwen)
- Projectie (eigen gevoelens aan anderen toeschrijven
- Regressie (terugval)
- Diskwalificatie (verdacht maken; moet jij vooral zeggen)
Spiraalwerking:
- Vicieuze cirkel (wet van snuf)
- Neerwaartse, negatieve spiraal
, - opwaartse, positieve spiraal
- Interpunctie: waar leg je de nadruk op
Individuele veranderingsproces:
Agoog moet aansluiten bij het veranderingsproces vd client
Lewin:
1, Unfreezing: wat zijn de voor-nadelen van veranderen, wat levert het me op
2. Moving: de veranderfase
3. Freezing: gedragsbehoud, je maakt het gedrag eigen.
- Uit de voorlichting:
1. Zich bewust worden
2. Belangstelling krijgen
3. Overwegen (voor-nadelen afwegen)
4. Proef nemen (uitproberen)
5. Toepassen
6. Gedragsbehoud
Veranderingsvoorwaarden en effecten:
Effect van verandering:
- inwilliging (conformeren)
- Identificatie
- Internalisatie (eigen maken)
Veranderingsvoorwaarden:
- Inwilliging: alleen als er anderen bij betrokken zijn (aanwezigheid van anderen)
- Identificatie: interpersoonlijk (tussen personen) (persoon waarmee je je
identificeert hoeft niet perse bij je te zijn)
- internalisatie: Individueel
Week 1 02-09-2015
Meedenken met en ondersteunen van iemand bij verandering= werkgebied van
de agogiek
Veranderen:
Werkwoord: anders maken
Wijze waarop men mensen kan helpen, begeleiden of beïnvloeden bij hun
verandering
Professionele beïnvloeding
Mensen moeten het door de verandering op de een of andere manier beter
krijgen
Het verschil tussen een nieuwe en oude situatie
Veranderen speelt zich af in het sociale domein. Als er voor jou iets
verandert, veranderd er ook iets voor de mensen om je heen.
Veranderen kan een bewust en onbewust proces zijn
Kenmerken agogie:
Agein = leiden / voeren
Agogiek = de leer van het doen veranderen van mensen
Directe voorwaarden:
- Psychosociale verandering
- Beïnvloeding vindt beroepsmatig plaats
- Is doelgericht, systematisch, bewust, vrijwillig, niet wederzijds
- Gaat vaak over een (jong)volwassene
- Het bevorderen van het zelfregulerende vermogen van mensen.
- Agoog helpt mensen om zich kennis, waarden, normen, gedragingen
eigen te maken d.w.z. internaliseren
- Dwang en disciplinering zijn strijdig met agogisch handelen. Als
iemand iets moet, dan doet hij het juist niet.
- Speciale verhouding aangaan voor beperkte tijd.
- Dialoog staat centraal. Je gaat in gesprek met elkaar.
- Oplossen van problemen op sociaal gebied.
- Cliënt is niet altijd het onderwerp van bemoeienis, het kan ook gaan
om veranderen van omstandigheden.
Agogiek: Leer van eenzijdige, systematische, doelgerichte beroepsmatige
beïnvloeding
Gericht op:
Een meer wenselijk geachte psychosociale situatie van volwassenen
(individueel of in groepsverband), die zich van deze beïnvloeding bewust
zijn en deze situatie ook nastreven
Het gaat om een cliënt (patiënt/deelnemer/pupil/doelgroep/cliëntsysteem)
Niveaus van psychosociaal functioneren:
Individueel/groep/organisatie/grotere samenslevingsverbanden.
Verdeeld in drie niveaus:
Micro: cliënt/kleine groep
Meso: organisatie/kleine samenlevingsverbanden (buurt)
Macro: bijvoorbeeld de maatschappij/grote samenlevingsverbanden
,Beroepen en velden:
Beroepen waarin agogisch werk centraal staat: sociaal werker, maartschappelijk
werker, opbouwwerker, psychotherapeut etc.
Beroepen die een agogisch aspect in zich dragen: bijvoorbeeld verpleegkundige,
arts, leraar etc.
Verandering is dus het verschil tussen een nieuwe en oude situatie.
Twee manieren:
Vervangen
Toevoegen
Agogisch werk is eerder procesgericht dan productgericht
Het gaat om de manier waarop de cliënt zich die verandering eigen maakt
en ermee omgaat
Acceptatie spreekt een belangrijke rol.
Soorten verandering:
Incidentele verandering (kortdurig)
Structurele verandering (langdurig)
Gradueel begrip, niet een van de twee, maar met overgang.
Vijanden van verandering:
- Verantwoordelijkheid: je zult je verantwoordelijk moeten voelen.
Afschuiven versus overtrekken. (orenmaffia: ‘tussen de oren’
- Vanzelfsprekendheid: het is vanzelfsprekend dat ik zo reageer.
,Week 2 08-09-15
Bronnen van verandering:
- Eigen ontwikkeling:
- Idealen
- Innerlijke drang / behoefte aan groei
- Onvrede
- Informatie in strijd met het gedrag
- Geheel nieuwe informatie
- Verwachtingen van anderen
- Belangen
- Bedreiging van buitenaf
- Wijziging in omstandigheden
- Indrukwekkende ervaringen
Motivatie:
- Motivatie in het algemeen groter als:
- er minder bedreiging is
- er meer goeds mee te bereiken of naars mee te voorkomen is
- er meer ondersteuning uit de omgeving is
- er meer/eerder effect waarneembaar is
Weerstand:
Verandering weerstand
- Agoog speelt hier op in door een gevoel van veiligheid te creëren: Niet
veroordelen – cliënt macht houden
Begeleiden leerproces (voor-nadelen afwegen)
Veilig klimaat
accepteren van de ander zoals hij is
cliënt macht/controle laten houden
Niet: bezwaren negeren of tegen zijn argumenten in te gaan
niet veroordelen en niet beoordelen
Afweermechanisme:
Rationalisatie: Het is maar goed dat ik niet aangenomen ben, want ik paste
toch niet goed bij dat bedrijf
- Verdringing
- Ontkenning
- Agressie
- Verschuiving (emotie van de ene situatie naar de andere)
- Vermijding
- Overdekking door het tegendeel (overschreeuwen)
- Projectie (eigen gevoelens aan anderen toeschrijven
- Regressie (terugval)
- Diskwalificatie (verdacht maken; moet jij vooral zeggen)
Spiraalwerking:
- Vicieuze cirkel (wet van snuf)
- Neerwaartse, negatieve spiraal
, - opwaartse, positieve spiraal
- Interpunctie: waar leg je de nadruk op
Individuele veranderingsproces:
Agoog moet aansluiten bij het veranderingsproces vd client
Lewin:
1, Unfreezing: wat zijn de voor-nadelen van veranderen, wat levert het me op
2. Moving: de veranderfase
3. Freezing: gedragsbehoud, je maakt het gedrag eigen.
- Uit de voorlichting:
1. Zich bewust worden
2. Belangstelling krijgen
3. Overwegen (voor-nadelen afwegen)
4. Proef nemen (uitproberen)
5. Toepassen
6. Gedragsbehoud
Veranderingsvoorwaarden en effecten:
Effect van verandering:
- inwilliging (conformeren)
- Identificatie
- Internalisatie (eigen maken)
Veranderingsvoorwaarden:
- Inwilliging: alleen als er anderen bij betrokken zijn (aanwezigheid van anderen)
- Identificatie: interpersoonlijk (tussen personen) (persoon waarmee je je
identificeert hoeft niet perse bij je te zijn)
- internalisatie: Individueel