Nietzsche constructivisme: Wetenschap moet worden gemaakt.
Essentialisme: Wetenschap bestaat al, moet alleen worden opgegraven.
3 velden voor onderzoek:
- Empirisch domein (daarom empirisch literatuuronderzoek ontstaan)
- Theorie
- Methode (in geesteswetenschappen polyparadigmaliteit)
In de tijd van Thomas van Aquino (13 eeuw) werd kennis opgedaan door
openbaring. Heden ten dage gebeurt dit door ratio.
Popper – Pragmatisme:
- Voorspellen
- Paradigma’s volgen elkaar op (voortbouwen op voorganger).
- Falsificatie
- Pro deductie (Theorie van feiten)
- Realist. Volgens realisme bestaat er:
a) Empirisch domein
b) Waarnaar met taal verwezen kan worden
c) Waarmee geldige uitspraken gedaan kunnen worden
- Geïnteresseerd in hoe kennis wordt opgedaan.
- Moleculen bestonden al voor de ontdekking zegt een realist.
Tegenover Realist Popper stond het Pragmatisme:
Pragmatisme:
- Rorty, Fraassen, Putnam, Feyerabend
- Is mijn werkelijkheid wel gelijk aan die van een ander?
- Werkelijkheid niet met taal te beschrijven.
- Nieuw paradigma betekent het begin van een nieuwe wereld.
- Moleculen bestaan vanaf de ontdekking.
Dilthey: natuurwetenschap verklaart, geesteswetenschap begrijpt.
, HC 2 Proza & Poëzie
Proza en de personages daarin worden aangestuurd door een verteller. Deze
verteller bepaalt woorden van personages (ingebedde taalsituatie).
In Poëzie is er één stem (en geen inbedding).
Satre: proza engageert, poëzie ontroert.
Theater is dialogisch, poëzie monologisch.
<1960 esthetisch: vaste dingen / objecten
1960: structuralisme: aandacht voor lezer & tekst
>1960: interactie tussen lezer en tekst belangrijk. Wat haalt de lezer uit de tekst.
3 soorten ontregeling:
- Primaire deviatie: afwijking gewone taalgebruik
- Secundaire deviatie: afwijking mode
- Tertiaire deviatie: doorbreking eerder gestelde verwachtingen
Vestdijk: De glanzende kiemcel.
- Poëzie overbelast met betekenis
- Isolatie
- Herhaling
- Vergelijkingen
- Spanning & ontspanning
- Metonymisch aangrenzende blik
Structuralisme:
-secundair modellerend taalsysteem: literatuur gebaseerd op één taal, maar
maakt iets anders van die taal waardoor er een tweede systeem binnen de taal
onstaat.
De Saussure: woorden gedefinieerd door concurrerende woorden binnen
hetzelfde taalsysteem.
Culler: literary competence:
1) We lezen non-actueel
2) Verwachting van geheel
3) Grote thema’s
4) Meerdere interpretaties mogelijk
Proza: Willing suspension of disbelief
Leibniz: Le meilleur des mondes possibles
Voltaire: Kritiek op Leibniz
Onbeperkte variaties in fictionele werkelijkheid
Mimetisch lezen: doen alsof tekst naar de werkelijkheid verwijst. Maar volgens
literary competence is dit niet mogelijk. Auteur kan lezer om de tuin leiden.