Hoofdstuk 15 totstandkoming van overeenkomsten
15.2 Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan
Art. 6:217 lid 1 BW aanbod en aanvaarding overeenkomst.
Er is sprake van een aanbod wanneer de verklaring de voornaamste elementen van de inhoud van de
eventueel te sluiten overeenkomst bevat, zodat een eenvoudig “ja” van de wederpartij voldoende is om
de overeenkomst tot stand te doen komen. De aanbieder kan een herroepelijk aanbod zijn werking
ontnemen door er op tijd op terug te komen. Door haar tijdig te herroepen vervalt het aanbod.
Onherroepelijkheid = wanneer het een termijn voor de aanvaarding inhoudt of de onherroepelijkheid
ervan op andere wijze uit het aanbod volgt. Vrijblijvend aanbod dan kan men na aanvaarding op zijn
aanbod terugkomen door haar onverwijld te herroepen.
Terstond = onmiddellijke reactie noodzakelijk, echt direct. Onverwijld = zonder vertraging, het moet
wel snel maar niet onmiddellijk. (schriftelijke herroeping zelfde dag op de bus bv.)Bekwame spoed =
dan nog minder haast kan je van vrijdag ontvangen dinsdag nog herroepen.
Een aanbod vervalt op de volgende manieren:
1. Termijn aanbod, schriftelijk pas als het niet binnen een redelijke tijd wordt aanvaard, mondeling
vervalt als het niet onmiddellijk wordt aanvaard.
2. Verworpen
De aanvaarding die een overeenkomst tot stand wil brengen moet in overeenstemming zijn met de
inhoud van het aanbod 225, en dient te zijn gedaan op een moment dat het aanbod nog van kracht
was 221.
Het is een tot de aanbieder gerichte (wils)veerklaring. 3:37 BW.
15.3 Wil, verklaring en gerechtvaardigd vertrouwen.
De wil moet door mededeling of andere uiting ook naar buiten toe kenbaar zijn. Een rechtshandeling
vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard, 3:33.
Twee overeenstemmende wilsverklaringen nodig.
Ontspoorde wilsverklaringen het zwaaien naar iemand bij een veiling bv. verklaring als wilsuiting
opgevat terwijl ze niet zo waren bedoeld. Een wil maar een andere wil. Wil niet gericht dus geen
rechtsgevolg.
Bescherming van de wederpartij die gerechtvaardigd heeft vertrouwd
3:35. Onder voorwaarden bescherming van de wederpartij bij wilsontbreken. Het vertrouwen dient
gerechtvaardigd te zijn. Gerechtvaardigd vertrouwen houdt goede trouw in. Minder snel
gerechtvaardigd vertrouwen als verkoper nadeligere positie. 3:36 gewekt vertrouwen bij een derde.
In uitzonderingsgevallen correctie door redelijkheid en billijkheid.
Redelijkheid en billijkheid kunnen ertoe leiden dat een overeenkomst toch niet geldt 6:248. Slecht bij
onaanvaardbaarheid. 6:248 kan beroep op 3:35 ontnemen. Als de ene een ernstig nadeel lijdt en de
wederpartij een groot voordeel in de schoot krijgt geworpen, terwijl in de gegeven omstandigheden
noch het nadeel noch het voordeel gerechtvaardigd is.
Een bijzonder geval: wilsontbreken ten gevolge van geestelijke stoornis
Degene die zich hierop beroept moet bewijzen dat een met zijn verklaring overeenstemmende wil
ontbrak. Vergist verschreven of iets dergelijks. 3:34 eerste plaatst buiten twijfel dat een geestesstoornis
kan leiden tot wilsontbreken. Op de tweede plaats biedt zij degene die een beroep doet op
wilsontbreken op grond van een geestesstoornis steun bij het rond krijgen van het bewijs dat zijn wil
heeft ontbroken. Derde plaats is de sanctie niet nietigheid maar vernietigbaarheid. Maar bij
gerechtvaardigd vertrouwen 3:35.. degene die zich ten gevolge van een geestelijke stoornis beroept
moet kunnen aantonen dat ten tijde van het verrichten van de rechtshandeling zijn geestvermogens
waren gestoord, bv medische verklaring. Verband tussen stoornis en verklaring wil geacht te hebben
ontbroken 3:34 lid1. Geacht mag geen tegenbewijs tegen komen.
15.4 totstandkoming algemene voorwaarden
Voldoende om verbonden te zijn is dat de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt,
dat zij zich wilde onderwerpen aan de algemene voorwaarden als geheel. Er is voldaan aan de
voorwaarde kennisneming volgens de HR als op het moment van het afsluiten van de overeenkomst
bekend was met de voorwaarde of geacht kon worden daarmee bekend te zijn.
Hoofdstuk 16 nietige en vernietigbare overeenkomsten
16.1 Inleiding
De wet bepaalt wanneer er sprake is van nietigheid of van vernietigbaarheid. Nietigheid wanneer de
beoogde rechtsgevolgen in het geheel ongewenst zijn. Vernietigbaarheid als een van de bij de
overeenkomst betrokken partijen een bijzondere bescherming krijgt. Vier bronnen van nietigheid en
vernietigbaarheid te onderscheiden:
1. De wijze van totstandkoming 3. De vorm
2. De persoon van de contractant 4. De inhoud van het contract
3. De vorm