STAPPENPLANNEN
PROBLEEM 1
1. Beargumenteer of nijs bv haar schulden bij berry’s kan verhalen. Ga ook in op de eventuele
schadeposten?
Stappenplan:
1. Theoretisch kader
1) Art. 6.2 redelijkheid en billijkheid
2) CBB/JPO contractsvrijheid > vertrouwensbeginsel, tenzij.. dit op grond van het gerechtvaardigd
vertrouwen of andere omstandigheden onaanvaardbaar zou zijn. En noemen dat het een nuancering
van Plas/Valburg is.
3) Plas/Valburg 3 stadia + gevolgen
4) De Ruiterij/MBO van belang is dat de afbrekende partij aan het bestaan van het vertrouwen moet
hebben meegedragen.
2. Toepassen
Dus in casu waren de onderhandelingen al ver. Zo had nijs bv al aan de door berry’s gestelde eisen
voldaan. Verder hadden ze voor en tijdens de trip nog niet laten doorschemeren dat ze geen interesse
hadden om met hun samen te werken. Ze hebben dus zelf bijgedragen aan het vertrouwen. In dit
geval heeft nijs bv al 50.000 euro aan kosten gemaakt aan machines, aan de trip en hebben ze een
gederfde winst van maar liefst 500.000 euro. Het is in dit geval dus onaanvaardbaar om de
onderhandeling zomaar af te breken. Dus kunnen ze schadevergoeding vorderen. Van in ieder geval de
gemaakte kosten (negatief contracts belang).
3. Conclusie
Nijs bv kan de gemaakte kosten verhalen bij berry’s. De gederfde winst niet.
2. Beargumenteer of nijs bv zich met succes kan tot office centrum kan wenden tot terugbetaling van
de kosten van de schilderij?
Stappenplan:
1. Theoretisch kader + partijen op een rijtje krijgen
Situatie enkel bureaustoelen situatie bureaustoelen en schilderij
Thijs -art. 3.60- Lisa -3.66 lid 1 - office bv thijs -3.60- lisa - -3.69 & 3.61 lid 2- - office bv
5) Obv 3.60 is er een volmacht gegeven aan thijs
6) Deze heeft hij overschreden
7) Dan kijk je naar of lisa ondanks de overschrijding heeft bekrachtigd 3.69 nee, want zodra ze
erachter kwam het bedrijf gebeld (ondanks dat het factuur als is betaald)
8) Bekrachtigd? Overeenkomst geheeld en er is nu dus wel een rechtshandeling tot stand gekomen
Niet-bekrachtigd? Art. 3.61 lid 2
9) Vereisten art. 3.61 lid 2:
1. Rechtshandeling in naam van de achterman
2. Zonder (toereikende) bevoegdheid
3. Gerechtvaardigd vertrouwen 3.11
4. Toedoen vertrouwen van de wederpartij moet gegrond zijn op een verklaring of gedraging van
de achterman
, Of ING/BERA bepaalde omstandigheden komen voor het risico van de principaal
2. Toepassing
Er was een rechtshandeling in naam van de achterman. Hij overschreed zijn bevoegdheid. De
wederpartij mocht gerechtvaardigd vertrouwen, want is niks raars wat hij koopt etc. Toedoen kan
sprake van zijn als lisa bijvoorbeeld een email had gestuurd met dat iemand van haar bedrijf spullen
komt kopen. In het arrest ING/Bera heeft de HR duidelijk gemaakt dat voor toerekening van de schijn
van volmachtverlening aan de vertegenwoordigde ook plaats kan zijn ingeval de wederpartij
gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening op grond van feiten en omstandigheden die
voor risico van de pseudovertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige
schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Je zou kunnen stellen dat het in dit
geval voor de risico van Lisa komt, omdat de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd.
3. Conclusie
Nijs bv kan zich niet succesvol wenden tot office centrum bv.
Stel: Lisa had Thijs helemaal geen volmacht verleend. En thijs besluit om zonder haar weten in haar naam op te
treden bijv. door het stelen van de medewerkerpas, dan kan office centrum bv zich jegens thijs beroepen door
art. 3.70. Zo wordt hij dus verplicht het te vergoeden.
STAPPENPLAN: PRECONTRACTUELE FASE, AFBREKEN VAN ONDERHANDELING
1) Vaststellen of er wel of geen rompovereenkomst is
2) Art. 6:2 redelijkheid en billijkheid en Baris/riezenkamp door in onderhandeling te treden over het
sluiten van een ovk, partijen tot elkaar komen te staan in een bijzondere
3) Plas/Valburg in het eerste stadium kunnen de onderhandeling worden afgebroken zonder enige
gevolgen, in het tweede stadium kan je niet meer afbreken zonder het negatieve contractsbelang te
vergoeden. In het derde stadium kan afbreken niet meer, gebeurd dit wel dan moet het positieve
contractsbelang vergoed worden of moet er door onderhandeld worden.
4) CBB/JPO nuancering van plas/valburg. In beginsel staat contractsvrijheid voorop, tenzij het
afbreken van de onderhandelingen o.g.v. (1) het gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen of (2)
de overige omstandigheden van het geval onaanvaardbaar is. Verder zijn onvoorziene
omstandigheden ook van belang. En verder wat betreft het vertrouwen is van belang of
onderhandeling ondanks gewijzigde omstandigheden in stand werden gehouden. Er moet gekeken
worden naar het gehele verloop van de onderhandelingen.
5) De ruiterij/mbo bij dit totstandkomingsvertrouwen moet rekening worden gehouden met de mate
waarin en de wijze waarop de afbrekende partij heeft bijgedragen aan het ontstaan van dit
vertrouwen.
6) Negatief/positief contractsbelang beargumenteren of en wat er vergoed moet worden
7) Conclusie
STAPPENPLAN: (ONBEVOEGDE) VERTEGENWOORDIGING
- 3:60 volmachtverlening volmachtverlener moet bevoegdheid verlenen aan de gevolmachtigde
zodat, hij in zijn naam kan handelen.
- Art. 3:66 Indien de gevolmachtigde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid in
naam van de volmachtgever een rechtshandeling heeft verricht, dan treffende de
gevolgen alleen de volmachtgever.
- Is deze volmacht overschreden of was er helemaal geen sprake van een volmacht?
- Als de rechtshandeling onbevoegd tot stand is gekomen, is het dan wel bekrachtigd 6:69? Nee dan
volgende stap anders alsnog een ovk
- Geen bekrachtiging 3:61 lid 2
o Rechtshandeling in naam van de achterman
, o Zonder (toereikende) bevoegdheid
o Wederpartij heeft rechtvaardigt vertrouwd volgens art. 3:11
o Toedoen (verklaring/gedraging achterman) of risico (ING/Bera sommige omstandigheden
komen voor het risico van de principaal, waarneer uit verkeersopvattingen sprake is van schijn)
- Gerechtvaardigd vertrouwd etc.? dan is er alsnog een ovk tot stand gekomen
- Is er geen ovk tot stand gekomen? Dan kan de wederpartij zich ogv 3:70 richten tot de
pseudogevolmachtigde, die wordt dan verplicht te vergoeden
PROBLEEM 2
STAPPENPLAN ART. 3:40 BW
In beginsel is er sprake van contractsvrijheid. Maar het is niet absoluut.
Lid 2 slaat op de totstandkoming die moet getoetst worden aan de wet. En lid 1 slaat op de inhoud en de
strekking die worden getoetst aan de goede zeden en de openbare orde.
1. Voorvraag: is er een speciale regeling op de casus van toepassing? dan geen 3:40
2. Lid 2: is de totstandkoming van de rechtshandeling in strijd met de wet?
Wet in formele zin
Dwingend recht
Verrichten (totstandkoming van de rechtshandeling
Ja? Rechtsgevolg: nietigheid (lid 2 aanhef), vernietigbaar (lid 2 vervolg) als het gaat om de
bescherming van 1 van de partijen, geldigheid (lid 3) indien wet niet het oogmerk heeft
om de geldigheid aan te tasten
Nee? Stap 3
3. Lid 1: is de inhoud of de strekking in strijd met de openbare orde of de goede zeden?
Openbare orde of goede zeden
Inhoud of strekking (motief of gevolg kenbaar voor anderen)
Esmilo/Mediq: gezichtspunten
- Welke belangen worden door ge geschonden regel beschermd?
- Worden door de inbreuk fundamentele beginselen geschonden?
- Waren partijen zich van de inbreuk bewust?
- Voorziet de regel in een sanctie?
Nee? Lid 1 niet van toepassing: geldigheid
Ja? Lid 1 wel van toepassing: nietigheid
Vignet A
1. Beargumenteer of de ok tussen dibben en de kruidenkoning rechtsgeldig is.
Voorvraag is of er sprake is van een speciale regeling, dat blijkt niet uit de casus, dus gaan we naar art. 3:40
BW. Je begint met lid 2 waarbij de vraag is of de totstandkoming van de rechtshandeling in strijd is met de wet.
Hiervoor zijn er een aantal vereisten. Allereerst moet er sprake zijn van een wifz. In de casus is hier sprake van,
omdat het gaat om een uitvoeringsbesluit die zich berust op delegatie. Ten tweede moet er sprake zijn van
dwingend recht. Ook hier is sprake van, want het gaat om een verbod. En als laatste moet het gaan om de
verrichten of aangaan van een rechtshandeling. Ook hier is sprake van, want de overeenkomst is gesloten
ondanks dat het verhandelen verboden is.
Er zijn vervolgens verschillende rechtsgevolgen. Het kan nietig, vernietigbaar of geldig zijn. In dit geval is de
overeenkomst nietig, omdat het niet gaat om de bescherming van 1 van de partijen en de wet heeft wel het
oogmerk om geldigheid aan te tasten.
PROBLEEM 1
1. Beargumenteer of nijs bv haar schulden bij berry’s kan verhalen. Ga ook in op de eventuele
schadeposten?
Stappenplan:
1. Theoretisch kader
1) Art. 6.2 redelijkheid en billijkheid
2) CBB/JPO contractsvrijheid > vertrouwensbeginsel, tenzij.. dit op grond van het gerechtvaardigd
vertrouwen of andere omstandigheden onaanvaardbaar zou zijn. En noemen dat het een nuancering
van Plas/Valburg is.
3) Plas/Valburg 3 stadia + gevolgen
4) De Ruiterij/MBO van belang is dat de afbrekende partij aan het bestaan van het vertrouwen moet
hebben meegedragen.
2. Toepassen
Dus in casu waren de onderhandelingen al ver. Zo had nijs bv al aan de door berry’s gestelde eisen
voldaan. Verder hadden ze voor en tijdens de trip nog niet laten doorschemeren dat ze geen interesse
hadden om met hun samen te werken. Ze hebben dus zelf bijgedragen aan het vertrouwen. In dit
geval heeft nijs bv al 50.000 euro aan kosten gemaakt aan machines, aan de trip en hebben ze een
gederfde winst van maar liefst 500.000 euro. Het is in dit geval dus onaanvaardbaar om de
onderhandeling zomaar af te breken. Dus kunnen ze schadevergoeding vorderen. Van in ieder geval de
gemaakte kosten (negatief contracts belang).
3. Conclusie
Nijs bv kan de gemaakte kosten verhalen bij berry’s. De gederfde winst niet.
2. Beargumenteer of nijs bv zich met succes kan tot office centrum kan wenden tot terugbetaling van
de kosten van de schilderij?
Stappenplan:
1. Theoretisch kader + partijen op een rijtje krijgen
Situatie enkel bureaustoelen situatie bureaustoelen en schilderij
Thijs -art. 3.60- Lisa -3.66 lid 1 - office bv thijs -3.60- lisa - -3.69 & 3.61 lid 2- - office bv
5) Obv 3.60 is er een volmacht gegeven aan thijs
6) Deze heeft hij overschreden
7) Dan kijk je naar of lisa ondanks de overschrijding heeft bekrachtigd 3.69 nee, want zodra ze
erachter kwam het bedrijf gebeld (ondanks dat het factuur als is betaald)
8) Bekrachtigd? Overeenkomst geheeld en er is nu dus wel een rechtshandeling tot stand gekomen
Niet-bekrachtigd? Art. 3.61 lid 2
9) Vereisten art. 3.61 lid 2:
1. Rechtshandeling in naam van de achterman
2. Zonder (toereikende) bevoegdheid
3. Gerechtvaardigd vertrouwen 3.11
4. Toedoen vertrouwen van de wederpartij moet gegrond zijn op een verklaring of gedraging van
de achterman
, Of ING/BERA bepaalde omstandigheden komen voor het risico van de principaal
2. Toepassing
Er was een rechtshandeling in naam van de achterman. Hij overschreed zijn bevoegdheid. De
wederpartij mocht gerechtvaardigd vertrouwen, want is niks raars wat hij koopt etc. Toedoen kan
sprake van zijn als lisa bijvoorbeeld een email had gestuurd met dat iemand van haar bedrijf spullen
komt kopen. In het arrest ING/Bera heeft de HR duidelijk gemaakt dat voor toerekening van de schijn
van volmachtverlening aan de vertegenwoordigde ook plaats kan zijn ingeval de wederpartij
gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening op grond van feiten en omstandigheden die
voor risico van de pseudovertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige
schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Je zou kunnen stellen dat het in dit
geval voor de risico van Lisa komt, omdat de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd.
3. Conclusie
Nijs bv kan zich niet succesvol wenden tot office centrum bv.
Stel: Lisa had Thijs helemaal geen volmacht verleend. En thijs besluit om zonder haar weten in haar naam op te
treden bijv. door het stelen van de medewerkerpas, dan kan office centrum bv zich jegens thijs beroepen door
art. 3.70. Zo wordt hij dus verplicht het te vergoeden.
STAPPENPLAN: PRECONTRACTUELE FASE, AFBREKEN VAN ONDERHANDELING
1) Vaststellen of er wel of geen rompovereenkomst is
2) Art. 6:2 redelijkheid en billijkheid en Baris/riezenkamp door in onderhandeling te treden over het
sluiten van een ovk, partijen tot elkaar komen te staan in een bijzondere
3) Plas/Valburg in het eerste stadium kunnen de onderhandeling worden afgebroken zonder enige
gevolgen, in het tweede stadium kan je niet meer afbreken zonder het negatieve contractsbelang te
vergoeden. In het derde stadium kan afbreken niet meer, gebeurd dit wel dan moet het positieve
contractsbelang vergoed worden of moet er door onderhandeld worden.
4) CBB/JPO nuancering van plas/valburg. In beginsel staat contractsvrijheid voorop, tenzij het
afbreken van de onderhandelingen o.g.v. (1) het gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen of (2)
de overige omstandigheden van het geval onaanvaardbaar is. Verder zijn onvoorziene
omstandigheden ook van belang. En verder wat betreft het vertrouwen is van belang of
onderhandeling ondanks gewijzigde omstandigheden in stand werden gehouden. Er moet gekeken
worden naar het gehele verloop van de onderhandelingen.
5) De ruiterij/mbo bij dit totstandkomingsvertrouwen moet rekening worden gehouden met de mate
waarin en de wijze waarop de afbrekende partij heeft bijgedragen aan het ontstaan van dit
vertrouwen.
6) Negatief/positief contractsbelang beargumenteren of en wat er vergoed moet worden
7) Conclusie
STAPPENPLAN: (ONBEVOEGDE) VERTEGENWOORDIGING
- 3:60 volmachtverlening volmachtverlener moet bevoegdheid verlenen aan de gevolmachtigde
zodat, hij in zijn naam kan handelen.
- Art. 3:66 Indien de gevolmachtigde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid in
naam van de volmachtgever een rechtshandeling heeft verricht, dan treffende de
gevolgen alleen de volmachtgever.
- Is deze volmacht overschreden of was er helemaal geen sprake van een volmacht?
- Als de rechtshandeling onbevoegd tot stand is gekomen, is het dan wel bekrachtigd 6:69? Nee dan
volgende stap anders alsnog een ovk
- Geen bekrachtiging 3:61 lid 2
o Rechtshandeling in naam van de achterman
, o Zonder (toereikende) bevoegdheid
o Wederpartij heeft rechtvaardigt vertrouwd volgens art. 3:11
o Toedoen (verklaring/gedraging achterman) of risico (ING/Bera sommige omstandigheden
komen voor het risico van de principaal, waarneer uit verkeersopvattingen sprake is van schijn)
- Gerechtvaardigd vertrouwd etc.? dan is er alsnog een ovk tot stand gekomen
- Is er geen ovk tot stand gekomen? Dan kan de wederpartij zich ogv 3:70 richten tot de
pseudogevolmachtigde, die wordt dan verplicht te vergoeden
PROBLEEM 2
STAPPENPLAN ART. 3:40 BW
In beginsel is er sprake van contractsvrijheid. Maar het is niet absoluut.
Lid 2 slaat op de totstandkoming die moet getoetst worden aan de wet. En lid 1 slaat op de inhoud en de
strekking die worden getoetst aan de goede zeden en de openbare orde.
1. Voorvraag: is er een speciale regeling op de casus van toepassing? dan geen 3:40
2. Lid 2: is de totstandkoming van de rechtshandeling in strijd met de wet?
Wet in formele zin
Dwingend recht
Verrichten (totstandkoming van de rechtshandeling
Ja? Rechtsgevolg: nietigheid (lid 2 aanhef), vernietigbaar (lid 2 vervolg) als het gaat om de
bescherming van 1 van de partijen, geldigheid (lid 3) indien wet niet het oogmerk heeft
om de geldigheid aan te tasten
Nee? Stap 3
3. Lid 1: is de inhoud of de strekking in strijd met de openbare orde of de goede zeden?
Openbare orde of goede zeden
Inhoud of strekking (motief of gevolg kenbaar voor anderen)
Esmilo/Mediq: gezichtspunten
- Welke belangen worden door ge geschonden regel beschermd?
- Worden door de inbreuk fundamentele beginselen geschonden?
- Waren partijen zich van de inbreuk bewust?
- Voorziet de regel in een sanctie?
Nee? Lid 1 niet van toepassing: geldigheid
Ja? Lid 1 wel van toepassing: nietigheid
Vignet A
1. Beargumenteer of de ok tussen dibben en de kruidenkoning rechtsgeldig is.
Voorvraag is of er sprake is van een speciale regeling, dat blijkt niet uit de casus, dus gaan we naar art. 3:40
BW. Je begint met lid 2 waarbij de vraag is of de totstandkoming van de rechtshandeling in strijd is met de wet.
Hiervoor zijn er een aantal vereisten. Allereerst moet er sprake zijn van een wifz. In de casus is hier sprake van,
omdat het gaat om een uitvoeringsbesluit die zich berust op delegatie. Ten tweede moet er sprake zijn van
dwingend recht. Ook hier is sprake van, want het gaat om een verbod. En als laatste moet het gaan om de
verrichten of aangaan van een rechtshandeling. Ook hier is sprake van, want de overeenkomst is gesloten
ondanks dat het verhandelen verboden is.
Er zijn vervolgens verschillende rechtsgevolgen. Het kan nietig, vernietigbaar of geldig zijn. In dit geval is de
overeenkomst nietig, omdat het niet gaat om de bescherming van 1 van de partijen en de wet heeft wel het
oogmerk om geldigheid aan te tasten.