UITWERKINGEN
TOEPASSINGSVRAGEN OG
P1,2,4,5
1. Beargumenteer of nijs bv haar schulden bij berry’s kan verhalen. Ga ook in op de eventuele
schadeposten?
Stappenplan:
1. Theoretisch kader
1) Art. 6.2 redelijkheid en billijkheid
2) CBB/JPO contractsvrijheid > vertrouwensbeginsel, tenzij.. dit op grond van het gerechtvaardigd
vertrouwen of andere omstandigheden onaanvaardbaar zou zijn. En noemen dat het een nuancering
van Plas/Valburg is.
3) Plas/Valburg 3 stadia + gevolgen
4) De Ruiterij/MBO van belang is dat de afbrekende partij aan het bestaan van het vertrouwen moet
hebben meegedragen.
2. Toepassen
Dus in casu waren de onderhandelingen al ver. Zo had nijs bv al aan de door berry’s gestelde eisen
voldaan. Verder hadden ze voor en tijdens de trip nog niet laten doorschemeren dat ze geen interesse
hadden om met hun samen te werken. Ze hebben dus zelf bijgedragen aan het vertrouwen. In dit
geval heeft nijs bv al 50.000 euro aan kosten gemaakt aan machines, aan de trip en hebben ze een
gederfde winst van maar liefst 500.000 euro. Het is in dit geval dus onaanvaardbaar om de
onderhandeling zomaar af te breken. Dus kunnen ze schadevergoeding vorderen. Van in ieder geval de
gemaakte kosten (negatief contracts belang).
3. Conclusie
Nijs bv kan de gemaakte kosten verhalen bij berry’s. De gederfde winst niet.
2. Beargumenteer of nijs bv zich met succes kan tot office centrum kan wenden tot terugbetaling van
de kosten van de schilderij?
Stappenplan:
1. Theoretisch kader + partijen op een rijtje krijgen
Situatie enkel bureaustoelen situatie bureaustoelen en schilderij
Thijs -art. 3.60- Lisa -3.66 lid 1 - office bv thijs -3.60- lisa - -3.69 & 3.61 lid 2- - office bv
5) Obv 3.60 is er een volmacht gegeven aan thijs
6) Deze heeft hij overschreden
7) Dan kijk je naar of lisa ondanks de overschrijding heeft bekrachtigd 3.69 nee, want zodra ze
erachter kwam het bedrijf gebeld (ondanks dat het factuur als is betaald)
8) Bekrachtigd? Overeenkomst geheeld en er is nu dus wel een rechtshandeling tot stand gekomen
Niet-bekrachtigd? Art. 3.61 lid 2
9) Vereisten art. 3.61 lid 2:
1. Rechtshandeling in naam van de achterman
2. Zonder (toereikende) bevoegdheid
, 3. Gerechtvaardigd vertrouwen 3.11
4. Toedoen vertrouwen van de wederpartij moet gegrond zijn op een verklaring of gedraging van
de achterman
Of ING/BERA bepaalde omstandigheden komen voor het risico van de principaal
2. Toepassing
Er was een rechtshandeling in naam van de achterman. Hij overschreed zijn bevoegdheid. De
wederpartij mocht gerechtvaardigd vertrouwen, want is niks raars wat hij koopt etc. Toedoen kan
sprake van zijn als lisa bijvoorbeeld een email had gestuurd met dat iemand van haar bedrijf spullen
komt kopen. In het arrest ING/Bera heeft de HR duidelijk gemaakt dat voor toerekening van de schijn
van volmachtverlening aan de vertegenwoordigde ook plaats kan zijn ingeval de wederpartij
gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening op grond van feiten en omstandigheden die
voor risico van de pseudovertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige
schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Je zou kunnen stellen dat het in dit
geval voor de risico van Lisa komt, omdat de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd.
3. Conclusie
Nijs bv kan zich niet succesvol wenden tot office centrum bv.
Stel: Lisa had Thijs helemaal geen volmacht verleend. En thijs besluit om zonder haar weten in haar naam op te
treden bijv. door het stelen van de medewerkerpas, dan kan office centrum bv zich jegens thijs beroepen door
art. 3.70. Zo wordt hij dus verplicht het te vergoeden.
Vignet A
1. Beargumenteer of de ok tussen dibben en de kruidenkoning rechtsgeldig is.
Voorvraag is of er sprake is van een speciale regeling, dat blijkt niet uit de casus, dus gaan we naar art. 3:40
BW. Je begint met lid 2 waarbij de vraag is of de totstandkoming van de rechtshandeling in strijd is met de wet.
Hiervoor zijn er een aantal vereisten. Allereerst moet er sprake zijn van een wifz. In de casus is hier sprake van,
omdat het gaat om een uitvoeringsbesluit die zich berust op delegatie. Ten tweede moet er sprake zijn van
dwingend recht. Ook hier is sprake van, want het gaat om een verbod. En als laatste moet het gaan om de
verrichten of aangaan van een rechtshandeling. Ook hier is sprake van, want de overeenkomst is gesloten
ondanks dat het verhandelen verboden is.
Er zijn vervolgens verschillende rechtsgevolgen. Het kan nietig, vernietigbaar of geldig zijn. In dit geval is de
overeenkomst nietig, omdat het niet gaat om de bescherming van 1 van de partijen en de wet heeft wel het
oogmerk om geldigheid aan te tasten.
!! je kijkt pas naar Esmilo/Mediq bij lid 1 !!
2. Stel dat in de wet niet zou zijn vastgelegd dat het verboden is om de plant te verhandelen, maar om
de plant te vervoeren. Hoe zou het antwoord op de vorige vraag dan luiden?
Allereerst ga je na of er sprake is van een speciale regeling dat is hier niet het geval. Vervolgens kijk je naar 3:40
lid 2 en ga je na of de totstandkoming is strijd is met de wet. Deze kent 3 vereisten: wifz, dwingend recht en
verrichten van een rechtshandeling. Er is sprake van een wet in formele zin. Er is ook sprake van dwingend
recht, maar het verrichten van de rechtshandeling is niet strafbaar gesteld. Je mag de plant dus wel
verhandelen, maar niet vervoeren.
Dan kan je verder naar lid 1 hierbij ga je na of de ok in strijd is met de openbare orde of goede zeden. Vereisten
hier is dat het motief of gevolg kenbaar moet zijn voor anderen. Verder kijk je of er sprake is van de
gezichtspunten uit Esmilo/Mediq. De eerste vraag is welke belangen er door de geschonden regel worden
beschermd. In dit geval gaat dat om de gezondheid van mensen (kruiden zijn niet voor niets strafbaar gesteld).
De tweede vraag is of er fundamentele beginselen worden geschonden. De derde vraag is of partijen zich
TOEPASSINGSVRAGEN OG
P1,2,4,5
1. Beargumenteer of nijs bv haar schulden bij berry’s kan verhalen. Ga ook in op de eventuele
schadeposten?
Stappenplan:
1. Theoretisch kader
1) Art. 6.2 redelijkheid en billijkheid
2) CBB/JPO contractsvrijheid > vertrouwensbeginsel, tenzij.. dit op grond van het gerechtvaardigd
vertrouwen of andere omstandigheden onaanvaardbaar zou zijn. En noemen dat het een nuancering
van Plas/Valburg is.
3) Plas/Valburg 3 stadia + gevolgen
4) De Ruiterij/MBO van belang is dat de afbrekende partij aan het bestaan van het vertrouwen moet
hebben meegedragen.
2. Toepassen
Dus in casu waren de onderhandelingen al ver. Zo had nijs bv al aan de door berry’s gestelde eisen
voldaan. Verder hadden ze voor en tijdens de trip nog niet laten doorschemeren dat ze geen interesse
hadden om met hun samen te werken. Ze hebben dus zelf bijgedragen aan het vertrouwen. In dit
geval heeft nijs bv al 50.000 euro aan kosten gemaakt aan machines, aan de trip en hebben ze een
gederfde winst van maar liefst 500.000 euro. Het is in dit geval dus onaanvaardbaar om de
onderhandeling zomaar af te breken. Dus kunnen ze schadevergoeding vorderen. Van in ieder geval de
gemaakte kosten (negatief contracts belang).
3. Conclusie
Nijs bv kan de gemaakte kosten verhalen bij berry’s. De gederfde winst niet.
2. Beargumenteer of nijs bv zich met succes kan tot office centrum kan wenden tot terugbetaling van
de kosten van de schilderij?
Stappenplan:
1. Theoretisch kader + partijen op een rijtje krijgen
Situatie enkel bureaustoelen situatie bureaustoelen en schilderij
Thijs -art. 3.60- Lisa -3.66 lid 1 - office bv thijs -3.60- lisa - -3.69 & 3.61 lid 2- - office bv
5) Obv 3.60 is er een volmacht gegeven aan thijs
6) Deze heeft hij overschreden
7) Dan kijk je naar of lisa ondanks de overschrijding heeft bekrachtigd 3.69 nee, want zodra ze
erachter kwam het bedrijf gebeld (ondanks dat het factuur als is betaald)
8) Bekrachtigd? Overeenkomst geheeld en er is nu dus wel een rechtshandeling tot stand gekomen
Niet-bekrachtigd? Art. 3.61 lid 2
9) Vereisten art. 3.61 lid 2:
1. Rechtshandeling in naam van de achterman
2. Zonder (toereikende) bevoegdheid
, 3. Gerechtvaardigd vertrouwen 3.11
4. Toedoen vertrouwen van de wederpartij moet gegrond zijn op een verklaring of gedraging van
de achterman
Of ING/BERA bepaalde omstandigheden komen voor het risico van de principaal
2. Toepassing
Er was een rechtshandeling in naam van de achterman. Hij overschreed zijn bevoegdheid. De
wederpartij mocht gerechtvaardigd vertrouwen, want is niks raars wat hij koopt etc. Toedoen kan
sprake van zijn als lisa bijvoorbeeld een email had gestuurd met dat iemand van haar bedrijf spullen
komt kopen. In het arrest ING/Bera heeft de HR duidelijk gemaakt dat voor toerekening van de schijn
van volmachtverlening aan de vertegenwoordigde ook plaats kan zijn ingeval de wederpartij
gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening op grond van feiten en omstandigheden die
voor risico van de pseudovertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige
schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Je zou kunnen stellen dat het in dit
geval voor de risico van Lisa komt, omdat de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd.
3. Conclusie
Nijs bv kan zich niet succesvol wenden tot office centrum bv.
Stel: Lisa had Thijs helemaal geen volmacht verleend. En thijs besluit om zonder haar weten in haar naam op te
treden bijv. door het stelen van de medewerkerpas, dan kan office centrum bv zich jegens thijs beroepen door
art. 3.70. Zo wordt hij dus verplicht het te vergoeden.
Vignet A
1. Beargumenteer of de ok tussen dibben en de kruidenkoning rechtsgeldig is.
Voorvraag is of er sprake is van een speciale regeling, dat blijkt niet uit de casus, dus gaan we naar art. 3:40
BW. Je begint met lid 2 waarbij de vraag is of de totstandkoming van de rechtshandeling in strijd is met de wet.
Hiervoor zijn er een aantal vereisten. Allereerst moet er sprake zijn van een wifz. In de casus is hier sprake van,
omdat het gaat om een uitvoeringsbesluit die zich berust op delegatie. Ten tweede moet er sprake zijn van
dwingend recht. Ook hier is sprake van, want het gaat om een verbod. En als laatste moet het gaan om de
verrichten of aangaan van een rechtshandeling. Ook hier is sprake van, want de overeenkomst is gesloten
ondanks dat het verhandelen verboden is.
Er zijn vervolgens verschillende rechtsgevolgen. Het kan nietig, vernietigbaar of geldig zijn. In dit geval is de
overeenkomst nietig, omdat het niet gaat om de bescherming van 1 van de partijen en de wet heeft wel het
oogmerk om geldigheid aan te tasten.
!! je kijkt pas naar Esmilo/Mediq bij lid 1 !!
2. Stel dat in de wet niet zou zijn vastgelegd dat het verboden is om de plant te verhandelen, maar om
de plant te vervoeren. Hoe zou het antwoord op de vorige vraag dan luiden?
Allereerst ga je na of er sprake is van een speciale regeling dat is hier niet het geval. Vervolgens kijk je naar 3:40
lid 2 en ga je na of de totstandkoming is strijd is met de wet. Deze kent 3 vereisten: wifz, dwingend recht en
verrichten van een rechtshandeling. Er is sprake van een wet in formele zin. Er is ook sprake van dwingend
recht, maar het verrichten van de rechtshandeling is niet strafbaar gesteld. Je mag de plant dus wel
verhandelen, maar niet vervoeren.
Dan kan je verder naar lid 1 hierbij ga je na of de ok in strijd is met de openbare orde of goede zeden. Vereisten
hier is dat het motief of gevolg kenbaar moet zijn voor anderen. Verder kijk je of er sprake is van de
gezichtspunten uit Esmilo/Mediq. De eerste vraag is welke belangen er door de geschonden regel worden
beschermd. In dit geval gaat dat om de gezondheid van mensen (kruiden zijn niet voor niets strafbaar gesteld).
De tweede vraag is of er fundamentele beginselen worden geschonden. De derde vraag is of partijen zich