Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Biologie voor jou Afweer 6vwo

Rating
-
Sold
-
Pages
12
Uploaded on
31-08-2022
Written in
2021/2022

Dit is een samenvatting van het hoofdstuk afweer uit het leerboek, Biologie voor jou. In deze samenvatting wordt de afweer stapsgewijs uitgelegd met een verwijzing naar de betreffende Binas tabel.

Level
Course

Content preview

Paragraaf 1 Beweging
Ziekteverwekkers/pathogenen: zijn organismen uit de omgeving die je ziek kunnen
maken. Ze kunnen heel klein of groter zijn.

Lichaamsvreemde stoffen: stoffen die niet thuishoren in het lichaam. Het
afweersysteem of immuunsysteem beschermt je tegen deze stoffen.
Lichaamseigen stoffen: stoffen die door je eigen lichaam worden gemaakt.

Uitwendige milieu: dekweefsel van de huid, de longen, inhoud maag-darmen,
baarmoeder en het uitscheidingsstelsel.
Inwendige milieu: het bloed, weefselvloeistof en lymfevloeistof.

Infectie: het binnendringen van pathogenen in je lichaam. Bij een infectie met
bacteriën, schimmels en dieren ontstaan de ziekteverschijnselen veelal door de
giftige stoffen (toxinen) die deze organismen afgeven. Schimmels infecteren
meestal alleen de huid of de luchtwegen, terwijl bacteriën, virussen en eencellige
dieren vaak ook de rest van het lichaam binnendringen.
Virussen: bevatten DNA of RNA met daaromheen een eiwitmantel (capside). Virussen kunnen zich niet
zelfstandig voortplanten, maar gebruiken daarvoor gastheercellen. Na aanhechting van een virus aan
receptoren op de gastheercel vindt er een proces plaats waarbij het virus-DNA of virus-RNA terechtkomt in
het cytoplasma van de gastheercel. In de gastheercel vindt dan vermenigvuldiging van het virus plaats.

Er zijn verschillende manieren hoe virussen een gastheer ziek kunnen maken.
 Ze kunnen cellen doden of beschadigen door de afgifte van eiwit verterende enzymen.
 Ze kunnen geïnfecteerde cellen toxinen laten produceren, waardoor de cel beschadigd raakt of
sterft.

De hoeveelheid schade die een virus veroorzaakt, hangt af van het vermogen van het geïnfecteerde
weefsel om te herstellen.

, Eerste verdedigingslinie

Huid en slijmvliezen: vormen de verdedigingslinie in de bescherming tegen gevaren van buitenaf. Door de
bouw van de huid dringen ziekteverwekkers en schadelijke stoffen moeilijk binnen.
Openingen in de huid (ogen, neus en mond): hierbij zorgen slijmvliezen ervoor dat ziekteverwekkers
moeilijk kunnen binnendringen.

Slijm: vangt ziekteverwekkers op en houd ze tegen in de neus (snot), luchtwegen, verteringsstelsel,
uitscheidingsstelsel en het voortplantingsstelsel.

Mechanische afweer: de hiervoor benoemde voorbeelden zijn voorbeelden van mechanische afweer.
Omdat het gaat om afweer met behulp van fysieke aanpassingen.
Chemische afweer: het gebruik van stoffen om indringers buiten te houden.

Voorbeelden

Maagsap: maagsap bevat zoutzuur, dit heeft een hele lage pH. Hierdoor worden veel ziekteverwekkers in
het voedsel gedood.
Zweet en olie: de huid bevat zweet en olie en dit zorgt voor een pH van 3-5. Hierdoor kunnen veel
schadelijke stoffen niet op de huid groeien.
Goede bacteriën: op de huid en in het darmkanaal zijn er veel goede bacteriën. Deze helpen het lichaam te
beschermen tegen ziekteverwekkers. Waar goede bacteriën leven, is vaak geen plaats voor andere.

Huid: beschermt het lichaam tegen het binnendringen van ziekteverwekkers, maar ook tegen invloeden
van buitenaf, zoals beschadiging, waterverlies door verdamping en DNA-beschadiging door ultraviolette
straling.

Melanocyten: liggen in de kiemlaag en zorgen voor pigment. Deze vormen het donkere pigment melanine,
dat ze via hun uitlopers afgeven aan de nabijgelegen opperhuidcellen. De vorming van melanine wordt
gestimuleerd door blootstelling van de huid aan zonlicht. Melanine beschermt de delende cellen in de
kiemlaag tegen schadelijke invloed van ultraviolette straling in het zonlicht.




Symbiose: Bij symbiose leven twee verschillende soorten organismen samen. Ten minste één van de
organismen heeft voordeel aan het samenleven. Het grootste organisme wordt de gastheer genoemd. Er
zijn hier 3 soorten van:

 Bij mutualisme hebben beide organismen voordeel van het samenleven.
 Bij commensalisme profiteert de kleine symbioot van de gastheer, maar de gastheer heeft hier
geen nadeel van.
 Bij parasitisme profiteert de kleine symbioot van de gastheer, maar heeft de gastheer hier wel last
van.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
6

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk afweer
Uploaded on
August 31, 2022
Number of pages
12
Written in
2021/2022
Type
SUMMARY

Subjects

$7.19
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
josinedehaan58

Get to know the seller

Seller avatar
josinedehaan58
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions