Economie vmbo-gt 3
Pincode (Noordhoff Uitgevers) 6e editie 2016
Hoofdstuk 1
- Primaire behoeften = noodzakelijke levensbehoeftes
- Bijvoorbeeld: voeding, kleding, woonruimte
- Secundaire behoeften = behoeftes om je leven prettiger te maken
- Bijvoorbeeld: vakantie, een nieuwe spelcomputer
- Omdat je niet al je behoeften kunt voorzien met je prioriteiten stellen
- Prioriteiten stellen = Kiezen welke behoeften het belangrijkst zijn en welke minder
belangrijk.
- Om je behoeften te voorzien heb je middelen nodig
- Bijvoorbeeld: tijd en geld.
- Welvaart = de mate waarmee je je behoeften kunt voorzien.
- Als je veel middelen hebt waarmee je veel behoeften kunt voorzien is je welvaart groot.
- Schaars = Als iets schaars is, is er niet vanzelf (zonder inspanning) voldoende van om alle
behoeften te vervullen.
- Bijvoorbeeld: brood
- Als goederen schaarser worden gaat de prijs ervan omhoog.
- Vrije goederen = goederen die vrij beschikbaar zijn.
- Bijvoorbeeld: zonlicht, wind
- Zelfvoorziening = Je voorziet je behoeften aan goederen of diensten zonder die te kopen.
- Bijvoorbeeld: je bakt zelf een taart in plaats van er een te kopen
- Consument = Iemand die goederen of diensten koopt om zijn behoeften te voorzien.
- Marketing = Alles wat bedrijven doen om hun product te verkopen
De merken die te koop zijn kun je verdelen in:
- A-merken
- B-merken
- Huismerken
Pincode (Noordhoff Uitgevers) 6e editie 2016
Hoofdstuk 1
- Primaire behoeften = noodzakelijke levensbehoeftes
- Bijvoorbeeld: voeding, kleding, woonruimte
- Secundaire behoeften = behoeftes om je leven prettiger te maken
- Bijvoorbeeld: vakantie, een nieuwe spelcomputer
- Omdat je niet al je behoeften kunt voorzien met je prioriteiten stellen
- Prioriteiten stellen = Kiezen welke behoeften het belangrijkst zijn en welke minder
belangrijk.
- Om je behoeften te voorzien heb je middelen nodig
- Bijvoorbeeld: tijd en geld.
- Welvaart = de mate waarmee je je behoeften kunt voorzien.
- Als je veel middelen hebt waarmee je veel behoeften kunt voorzien is je welvaart groot.
- Schaars = Als iets schaars is, is er niet vanzelf (zonder inspanning) voldoende van om alle
behoeften te vervullen.
- Bijvoorbeeld: brood
- Als goederen schaarser worden gaat de prijs ervan omhoog.
- Vrije goederen = goederen die vrij beschikbaar zijn.
- Bijvoorbeeld: zonlicht, wind
- Zelfvoorziening = Je voorziet je behoeften aan goederen of diensten zonder die te kopen.
- Bijvoorbeeld: je bakt zelf een taart in plaats van er een te kopen
- Consument = Iemand die goederen of diensten koopt om zijn behoeften te voorzien.
- Marketing = Alles wat bedrijven doen om hun product te verkopen
De merken die te koop zijn kun je verdelen in:
- A-merken
- B-merken
- Huismerken