Intro en Deelcontext 1: Twee ideologische blokken (1945-1955)
Na de Tweede Wereldoorlog waren er twee winnaars: de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.
De Sovjet-Unie was ontstaan na de Russische Revolutie in 1917, die als doel had uiteindelijk in de
wereld het kapitalisme te verslaan en iedereen gelijk te maken. Onder bewind van Stalin (van 1928
tot 1953) veranderde de Sovjet-Unie in een totalitaire staat. De communistische partij beheerste de
levens van de bevolking volledig.
De Verenigde Staten waren onafhankelijk geworden in 1783, en hun politieke beleid berustte op
dat van Montesquieu: de machten waren gescheiden. Er was een vrije markt en de ideeën over het
besturen en het ontstaan van een goede samenleving waren vooral kapitalistisch.
In juli 1945 vond er de Conferentie van Potsdam plaats, waarin Engeland, de Sovjet-Unie en de
Verenigde Staten samenkwamen om te beslissen hoe Duitsland zou moeten worden geregeerd. De
Verenigde Staten verschilden in veel opzichten van mening met de Sovjet-Unie, zij vonden
bijvoorbeeld dat er overal vrije verkiezingen zouden komen. Stalin vond dit maar niks. In alle
gebieden die de Sovjet-Unie bevrijd had, mocht dat niet, en ook over de indeling van Duitsland
konden ze het niet eens worden.
Beide kampen wilden graag gunstig gelegen gebieden onder controle krijgen. Zo ontstonden er
twee invloedssferen: de communistische en de democratisch/kapitalistische.
Harry Truman (president van 1945-1953, hij besloot atoombommen te werpen op Hiroshima en
Nagasaki) was bang dat West-Europa onder communistische invloedssferen zou vallen, daarom
richtte hij in 1947 de Trumandoctrine op. De Trumandoctrine hield in dat alle landen financiële en
economische steun zouden krijgen als ze het communisme buiten de deur wilden houden. Het idee
was namelijk dat een economisch sterk land minder snel onder communistische
invloedssferen zou komen.
Hieronder viel ook het Marshallplan, opgericht in 1947, door de Amerikaanse minister van
Buitenlandse Zaken. West-Europa ontving ruim 12 miljard dollar van 1948-1952. Oostbloklanden
mochten ook meedoen met de lening, maar dat werd door Stalin verboden.
De spanningen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie liepen nog meer op door de Blokkade
van Berlijn in juni 1948. Stalin liet alle toegangswegen tot West-Berlijn sluiten, misschien vanwege
de invoering van de d-mark(omdat Berlijn hierdoor niet als een eenheid geregeerd werd), of omdat
Stalin heel Berlijn wilde inlijven, wie zal het zeggen. Truman reageerde hierop door een luchtbrug
te laten vliegen met voedsel en kleren e.d. Deze luchtbrug werd niet neergeschoten, waarschijnlijk
omdat er dan een oorlog zou uitbreken. In 1949 werd de Blokkade van Berlijn opgeheven. In
datzelfde jaar werd Duitsland in tweeën gedeeld: West-Duitsland was de Bondsrepubliek Duitsland
(BRD) en Oost-Duitsland werd veranderd in de Duitse Democratische Republiek (DDR).
In 1949 bleek dat de Sovjet-Unie een atoombom tot zijn beschikking had en daardoor ontstond er
een wapenwedloop: een strijd tussen grootmachten waarbij men de overhand probeert te krijgen
door meer en geavanceerdere wapens te produceren dan de ander.