MBO Beveiliger 2 | Waarnemen en Communicatie - Beroepshouding
Waarnemen en Communicatie
Vragen
1. Welke twee soorten controle op voertuigen zijn er?
2. In welke vier groepen wordt het toezicht op personeel verdeeld?
3. Waarop kan het toezicht op eigen personeel betrekking hebben?
4. Wie vallen er onder personeel in dienst van derden?
5. Wat is opgenomen in een brochure voor personeel in dienst van derden?
6. Over welke gegevens moet de beveiligingsdienst beschikken om het toezicht bij
afwijkende werktijden goed te kunnen uitvoeren?
7. Wat zijn de voordelen van het gebruik van hulpmiddelen bij materiële beveiliging?
8. Wat zijn de gevaren van deze hulpmiddelen?
9. Wat zijn bouwkundige hulpmiddelen en geef een paar voorbeelden.
10. Wat zijn mechanische hulpmiddelen en geef een paar voorbeelden.
11. Wat zijn voorbeelden van elektrische hulpmiddelen?
12. Wat zijn elektronische hulpmiddelen en geef een paar voorbeelden.
13. Wat zijn administratieve hulpmiddelen?
14. Wat zijn de voordelen van instructies?
15. Welke soorten instructies zijn er en wat houden ze in?
16. Coördineren, zorgen voor etherdiscipline.
17. Wat zijn duplex verbindingsmiddelen?
18. Wat zijn simplex verbindingsmiddelen?
19. Wat is het doel van het NAVO-alfabet?
, MBO Beveiliger 2 | Waarnemen en Communicatie - Beroepshouding
Antwoorden
1. Controle op bedrijfsvoertuigen die het bedrijf verlaten en controle op voertuigen van
derden waarvan de bestuurders toegang tot het bedrijf verzoeken.
2. Toezicht op eigen personeel, op personeel in dienst van derden, op
schoonmaakpersoneel en op personeel bij afwijkende werktijden.
3. Aankomst en vertrek van werknemers, ziek- en betermeldingen, overwerk, naleving
van de verkeersvoorschriften die gelden op het terrein, naleving van de
brandveiligheidsvoorschriften, naleving van de bedrijfsvoorschriften.
4. Personeel dat onderhouds- of herstellingswerkzaamheden verricht en personeel van
uitzendbureaus.
5. Informatie over de legitimatieplicht, de plicht zich te laten in- en uitschrijven, de tijden
waarop men tot het bedrijf kan worden toegelaten, de plaatsen waar de
werkzaamheden moeten worden verricht, de in- en uitvoer van materialen, de
belangrijkste bedrijfsvoorschriften.
6. Gegevens over wie er overwerkt, waar wordt overgewerkt, of er communicatie
mogelijk is met de plaats waar wordt overgewerkt of gevaarlijk werk verricht wordt,
wat de aard is van het overwerk en of er alleen of in groepsverband wordt gewerkt.
7. Ze zijn goedkoper dan menskracht, ze zijn efficiency verhogend, ze bieden de
mogelijkheid tot het verrichten van nevenwerk, over het algemeen kan men op de
werking vertrouwen.
8. Het blindelings vertrouwen op de werking en het vergeten van de noodzakelijke
controles en onderhoud.
9. Alle voorzieningen die onlosmakelijk verbonden zijn aan het gebouw of het
bouwwerk, zoals brandwerende muren, kogelwerende beglazing en situering van
vluchtwegen.
10. Alle beweegbare hulpmiddelen zonder dat er sprake is van enige motorische kracht,
zoals een stalen balk achter een deur, sloten en scharnieren, dievenklauwen.
11. Verlichting, CCTV-systeem, deurontgrendeling door middel van elektriciteit, een door
een elektromotor te bewegen hek of slagboom.
12. Zeer gespecialiseerde apparatuur, zoals brand-, deur-, raam- of storingsdetectoren,
toegangscontrolesystemen, inbraakalarmsystemen, gebouwautomatisering.
Waarnemen en Communicatie
Vragen
1. Welke twee soorten controle op voertuigen zijn er?
2. In welke vier groepen wordt het toezicht op personeel verdeeld?
3. Waarop kan het toezicht op eigen personeel betrekking hebben?
4. Wie vallen er onder personeel in dienst van derden?
5. Wat is opgenomen in een brochure voor personeel in dienst van derden?
6. Over welke gegevens moet de beveiligingsdienst beschikken om het toezicht bij
afwijkende werktijden goed te kunnen uitvoeren?
7. Wat zijn de voordelen van het gebruik van hulpmiddelen bij materiële beveiliging?
8. Wat zijn de gevaren van deze hulpmiddelen?
9. Wat zijn bouwkundige hulpmiddelen en geef een paar voorbeelden.
10. Wat zijn mechanische hulpmiddelen en geef een paar voorbeelden.
11. Wat zijn voorbeelden van elektrische hulpmiddelen?
12. Wat zijn elektronische hulpmiddelen en geef een paar voorbeelden.
13. Wat zijn administratieve hulpmiddelen?
14. Wat zijn de voordelen van instructies?
15. Welke soorten instructies zijn er en wat houden ze in?
16. Coördineren, zorgen voor etherdiscipline.
17. Wat zijn duplex verbindingsmiddelen?
18. Wat zijn simplex verbindingsmiddelen?
19. Wat is het doel van het NAVO-alfabet?
, MBO Beveiliger 2 | Waarnemen en Communicatie - Beroepshouding
Antwoorden
1. Controle op bedrijfsvoertuigen die het bedrijf verlaten en controle op voertuigen van
derden waarvan de bestuurders toegang tot het bedrijf verzoeken.
2. Toezicht op eigen personeel, op personeel in dienst van derden, op
schoonmaakpersoneel en op personeel bij afwijkende werktijden.
3. Aankomst en vertrek van werknemers, ziek- en betermeldingen, overwerk, naleving
van de verkeersvoorschriften die gelden op het terrein, naleving van de
brandveiligheidsvoorschriften, naleving van de bedrijfsvoorschriften.
4. Personeel dat onderhouds- of herstellingswerkzaamheden verricht en personeel van
uitzendbureaus.
5. Informatie over de legitimatieplicht, de plicht zich te laten in- en uitschrijven, de tijden
waarop men tot het bedrijf kan worden toegelaten, de plaatsen waar de
werkzaamheden moeten worden verricht, de in- en uitvoer van materialen, de
belangrijkste bedrijfsvoorschriften.
6. Gegevens over wie er overwerkt, waar wordt overgewerkt, of er communicatie
mogelijk is met de plaats waar wordt overgewerkt of gevaarlijk werk verricht wordt,
wat de aard is van het overwerk en of er alleen of in groepsverband wordt gewerkt.
7. Ze zijn goedkoper dan menskracht, ze zijn efficiency verhogend, ze bieden de
mogelijkheid tot het verrichten van nevenwerk, over het algemeen kan men op de
werking vertrouwen.
8. Het blindelings vertrouwen op de werking en het vergeten van de noodzakelijke
controles en onderhoud.
9. Alle voorzieningen die onlosmakelijk verbonden zijn aan het gebouw of het
bouwwerk, zoals brandwerende muren, kogelwerende beglazing en situering van
vluchtwegen.
10. Alle beweegbare hulpmiddelen zonder dat er sprake is van enige motorische kracht,
zoals een stalen balk achter een deur, sloten en scharnieren, dievenklauwen.
11. Verlichting, CCTV-systeem, deurontgrendeling door middel van elektriciteit, een door
een elektromotor te bewegen hek of slagboom.
12. Zeer gespecialiseerde apparatuur, zoals brand-, deur-, raam- of storingsdetectoren,
toegangscontrolesystemen, inbraakalarmsystemen, gebouwautomatisering.