Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Hoorcollege-aantekeningen Strafprocesrecht Rechtsmiddelen

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
53
Geüpload op
12-01-2016
Geschreven in
2015/2016

Uitgebreide en volledige hoorcollege-aantekeningen van het vak Strafprocesrecht Rechtsmiddelen, inclusief de beantwoording van de oefenvragen gegeven in de colleges.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoorcolleges Strafprocesrecht Rechtsmiddelen

College 1. Rechtsmiddelen

Indien er een gewoon rechtsmiddel openstaat geldt art. 557 Sv. Buitengewone
rechtsmiddelen bestaan juist als er geen gewone rechtsmiddelen meer
openstaan. Dan is dat artikel dus niet van toepassing.

De definitie van een rechtsmiddel volgens De Hullu is: een wettelijke
mogelijkheid voor procespartijen om de beslissing van de strafrechter ter
toetsing voor te leggen aan een rechterlijke instantie die de bevoegdheid
heeft om deze beslissing teniet te doen.
Daar vallen gratie en verzet tegen de strafbeschikking buiten. Gratie gebeurt
namelijk door de uitvoerende macht. En een strafbeschikking is geen
beslissing van de rechter.
Een meer alomvattende definitie is dan:
1. Door recht genormeerde mogelijkheid, om;
2. Een beslissing van een strafrechtelijke instantie
3. Voor te leggen aan de rechter
4. Wiens oordeel/beslissing of tenuitvoerlegging daarvan kan beïnvloeden.

Je kan een rechtsmiddel dus op verschillende manieren doen als nationale
wetgever. Je kan eisen stellen aan een beroep, je kan het beperken tot wat
procespartijen naar voren brengen maar je kan ook het hele dossier opnieuw
laten beoordelen.

Europees kader
Een belangrijke vraag is of er een recht op een rechtsmiddel is. Die bestaat in
ieder geval op een strafbeschikking. Strafsanctie wordt daar opgelegd door
een uitvoerend orgaan, namelijk het OM. Daarom is het belangrijk dat er wel
toegang tot de rechter een keer is, volgens art. 6 EVRM.
Bij het recht op een rechtsmiddel zijn twee artikelen uit Europeesrechtelijke
verdragen van belang. Dat is ten eerste art. 2 van het 7 e Protocol ERVRM.
Daarnaast is art. 14 lid 5 IVBPR van belang.
 Art. 2 7e Protocol EVRM. Deze biedt een recht op een rechtsmiddel maar
laat ook uitzonderingen mogelijk. Het mag bij wet geregeld worden om
beperkingen aan te brengen, en er zijn in lid 2 uitzonderingen mogelijk
gesteld. Dit protocol heeft Nederland niet geratificeerd. Dat is omdat het
Protocol een definite hanteert die de Nederlandse overheid niet
aanstaat. Het Hof heeft namelijk bepaald ten aanzien van de definitie
van bagatel delicten (lid 1) dat je dan moet kijken of er een
gevangenisstraf opgelegd kan worden. In de Nederlandse situatie is het
zo dat een heleboel delicten zijn uitgezonderd van hoger beroep terwijl
er wel vrijheidsbeneming mogelijk is, namelijk de overtredingen. En
daar is geen hoger beroep voor mogelijk. Het EHRM zou dat een
uitzondering vinden die nooit zou kunnen worden toegestaan. Toch is
het Protocol van belang omdat je wel kunt zeggen dat de jurisprudentie
en de gedachte die hier achter ligt wel een rol speelt:




1

, o Krombach v. Frankrijk  Verdachte was een Duitse arts en die
werd verdacht van zijn Franse stiefdochter om het leven te
hebben gebracht. Hij bleef in Duitsland en hij was niet bij zijn
berechting in eerste aanleg en ook niet in cassatie. In eerste
aanleg mochten daarom zijn advocaten het woord niet voeren. En
cassatie was niet mogelijk omdat hij in eerste aanleg niet
aanwezig was geweest. Was art. 6 EVRM geschonden? Was art. 2
7e protocol geschonden, het recht op een rechtsmiddel?
EHRM neemt in beide gevallen een schending aan.
 Art. 6 EVRM was geschonden omdat zijn advocaten zijn
verdediging niet mochten voeren. Daardoor zei het Hof dat
het disproportioneel was.
 Art. 2 7e Protocol was geschonden omdat er een beperking
aan was gelegd in cassatie. Omdat hij niet aanwezig was in
eerste aanleg, kon verdachte in cassatie ook niet klagen
voor een ander gevolg over die aanwezigheid in eerste
aanleg, namelijk dat zijn advocaten niet aan het woord
mochten komen.
Hoe zou het EHRM oordelen over het Nederlandse verbod voor anonieme
verdachten om hoger beroep in te stellen? Docent denkt dat het niet in strijd
is op grond van arrest Papon v. Frankrijk. Papon was een oorlogsmisdadiger.
Hij was in eerste aanleg in zijn aanwezigheid veroordeeld. Daarna vluchtte hij
Frankrijk uit. Toen werd hem de mogelijkheid ontzegd om cassatie in te
stellen, met als eis dat hij zich moest overgeven. EHRM: art. 6 was wel
geschonden, omdat er een eis werd gesteld aan het woord te voeren in een
procedure. Maar art. 2 7e Protocol was niet geschonden. Het was niet in strijd
met het recht op hoger beroep. Dat voelt tegenstrijdig als je naar het arrest
van Krombach kijkt. Maar de reden daarvoor is (denkt docent) dat bij Papon in
cassatie wel eerst is gediscussieerd met advocaten over de vraag of die
cassatieprocedure nou opgestart mocht worden. Daarom was in dit geval zo
beslist, want als je dat aan de orde kan stellen heb je in principe je recht op
hoger beroep gehad. Maar het was wel een schending met art. 6 EVRM omdat
die procedure niet conform dit artikel was. Maar het recht op hoger beroep
was het wel.
De kern lijkt dus niet zozeer te gaan om het stellen van hoger beroep. Het lijkt
vooral te gaan om in de eerste plaats dat je het helemaal niet aan de orde kan
stellen (Krombach: er was geen advocaat die kon pleiten voor ontvankelijkheid
in cassatie), en in de tweede plaats betekent dat ook nog dat de verdachte in
Krombach niet kon klagen over een schending van een recht in eerste aanleg.
Die specifieke casuïstiek van die zaak maakte dat in Krombach wel recht op
schending van hoger beroep werd aangenomen en in Papon niet. Met de
anonieme verdachte in Nederland kan je er wel ook over klagen in cassatie
met anonieme verdachten. Dus daarom lijkt het meer op Papon. Krombach
betekent dus niet dat elke beperking van het recht op hoger beroep niet
mogelijk is.
 Art. 14 lid 5 IVBPR. Dit artikel heeft geen rechtstreekse toepassing.
Omdat je niet als verdachte een extra rechtsmiddel kan laten creëren op
grond van deze bepaling. De rechter moet zich aan de wet houden. Je
kan wel een beroep doen op art. 14 lid 5 IVBPR, namelijk om te toetsen


2

, of het Nederlandse rechtsmiddelen stelsel op zichzelf wel hieraan
voldoet. Dat doet de Hoge Raad vaak, zie bijvoorbeeld Lalmahomed v.
Nederland (college 4).

Als je eenmaal een rechtsmiddel heb opengesteld moet deze procedure wel
voldoen aan de eisen van art. 6 EVRM. Dat ga je zien in bovengenoemd arrest
in college 4. Ook zag je dit in Papon. Er was wel een rechtsmiddel, maar het
voldeed niet aan art. 6 EVRM. Ook kan je dit zien in het arrest Kremzow v.
Oostenrijk. Kremzow werd verdacht van moord. In eerste aanleg wordt hij
veroordeeld tot 20 jaar. Het motief kon niet vast worden gesteld dus bleven ze
steken bij 20 jaar in een speciale detentie. De verdachte gaat in beroep. Hij
beroept zich op formele rechtspunten. Namelijk dat hij zichzelf had moeten
kunnen verdedigen en dat er geen sprake was van een eerlijk proces omdat
hem niet was toegestaan een huiszoeking te doen bij de zoon van het
slachtoffer. Op basis van een dagboek wat daar was had hij kunnen aantonen
dat het slachtoffer zelfmoord had gepleegd. De aanklager gaat in een feitelijk
beroep. Die vond dat er wel een motief kon worden vastgesteld, want
Kremzow had de oplichting van het slachtoffer willen verhullen. Dan zou hij
meer straf krijgen.
Bij de planning voor behandeling in cassatie wordt Kremzow meegedeeld dat
hij niet aanwezig mag zijn bij het beroep in formele rechtspunten, maar dat
wel een advocaat het woord mag voeren. En ten aanzien van de feitelijke
beroep mocht hij ook niet aanwezig zijn, omdat hij daartoe geen verzoek had
gedaan en er was geen noodzaak dat hij erbij was. Kremzow dient een petitie
in dat hij er wel bij aanwezig wil zijn, maar dat wordt verworpen. In beroep
worden die twee beroepen dus behandeld in 2,5 uur. Het gerecht komt tot de
beslissing dat de formele rechtspunten worden verworpen en het beroep van
de aanklager wordt gegrond geacht. Er wordt een levenslange straf opgelegd.
EHRM: je moet onderscheid kunnen maken tussen een feitelijke en juridische
procedure. Maar zelfs in een hoger beroep waar alles aan de orde wordt
gesteld bestaat er geen recht op een public hearing en ook niet op
aanwezigheid. Dat hangt af van de procedure en of de belangen van de
verdachte zijn beschermd en wat er op het spel staat voor hem. Vervolgens
komen ze toe aan de vraag of het nou geschonden is.
EHRM: wat betreft dat feitelijke beroep nemen we wel een schending aan.
Daar had de verdachte bij aanwezig horen te zijn. Maar voor de juridische
gronden zien we eigenlijk geen probleem dat verdachte daarbij niet aanwezig
mocht zijn. De vraag is natuurlijk waarom het hof tot deze beslissing kwam.
Waarom werd bij het feitelijke beroep wel art. 6 EVRM geschonden geacht?
Dat zit hem in het belang voor de verdachte (levenslang). Het EHRM zegt dat
het essentieel is voor de eerlijkheid van het proces dat verdachte daarbij
aanwezig was. Verdachte heeft daar niet toe verzocht om erbij te zijn, want
gelet wat er op het spel staat bestaat er een positieve verplichting voor de
rechter om hem aanwezig te laten zijn. Want er is een noodzaak om hem
aanwezig te laten zijn.
Waarom is art. 6 niet geschonden ten aanzien van het juridisch beroep? Het
gaat daar niet om een inhoudelijke kwestie, maar het gaat daar om een
formele kwestie ten aanzien van zijn verdediging. Dat kan een advocaat prima
afhandelen. En wat betreft die huiszoeking zegt het Hof dat het enige wat
moet worden beoordeeld is of het verzoek terecht is afgewezen en of de jury

3

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
12 januari 2016
Aantal pagina's
53
Geschreven in
2015/2016
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Onbekend
Bevat
Hoorcollege aantekeningen

Onderwerpen

$5.99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
AnneliesHagoort Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
99
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
64
Documenten
12
Laatst verkocht
4 jaar geleden

3.5

15 beoordelingen

5
5
4
2
3
5
2
2
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen