Leerdoelen:
Kan antropometrische gegevens verzamelen bij een gezond persoon gericht op fitheid, en
de resultaten koppelen aan doelstellingen met betrekking tot training(sleer).
Kan in een oefentherapeutische setting instructie geven aan een gezond persoon.
Kan een taakanalyse maken van activiteiten op zowel het niveau van algemeen dagelijkse
levensverrichtingen (ADL) als van sportief bewegen.
Kan na analyse van een activiteit (doeltaak) een onderbouwde keuze maken voor een
specifieke (functionele) test voor de parameters spierkracht/-(uithoudings)vermogen en
lenigheid, en deze adequat toepassen in een oefen- of trainingsadvies bij een gezonde
persoon.
Kan een trainingsplan opstellen en motiveren ter vergroting van spierkracht en
spier(uithoudings)vermogen voor een gezond persoon.
Kan een training geven ter verbetering van spierkracht/vermogen waarbij specifieke
prikkelparameters worden toegepast, effectmeting van de training(en) uitgevoerd, en de
opzet en resultaten uitgelegd.
Kan de rol en verschijnselen van het ontstekingsproces toepassen op de belastbaarheid,
schade en herstel van spier-, bind- en steunweefsel(structuren).
Kan hygiëne(maatregelen) uitleggen en toepassen binnen een fysiotherapeutische setting.
Kan inspanningsfysiologische begrippen en principes uit de Engelse taal (ASCM richtlijnen)
eigen maken en deze (bio)medische therminologie op juiste wijze in spraak en geschrift te
begrijpen en toe te passen (ex blok A en B).
Kan na analyse van een activiteit (doeltaak) een onderbouwde keuze maken voor een
specifieke (functionele) test voor de parameter uithoudingsvermogen en deze vanuit de
trainingsleer adequaat toepassen.
Kan een trainingsplan opstellen voor aeroob en/of anaeroob uithoudingsvermogen bij een
gezonde persoon, een training geven waarbij specifieke prikkelparameters worden
toegepast, effectmeting van de training(en) wordt uitgevoerd, en de opzet en resultaten
wordt uitgelegd.
Kan bij een gezonde cliënt een intake afnemen gericht op de conditie en de resultaten
daarvan met de patiënt bespreken.
Kan in een oefentherapeutische setting instructie geven aan een gezond persoon.
Kan na analyse van een activiteit (doeltaak) een onderbouwde keuze maken voor een
specifieke (functionele) test voor de parameters spierkracht/-(uithoudings)vermogen en
lenigheid, en deze adequaat toepassen in een oefen- of trainingsadvies bij een gezonde
persoon.
Tijdsplanning:
4 studenten in 50 minuten tegelijk
2 tallen 40 minuten opdrachten uitvoeren en 10 minuten beoordeling en motivering docent.
Elke student 20 min
2 varianten:
o 5 minuten inlezen + gegevens verzamelen en 15 minuten training
o 15 minuten intake + onderzoek en 5 minuten terugkoppeling naar de patiënt.
Beoordeling:
Methodisch handelen (doelgericht, bewust, systematisch, procesmatig)
Effectief en efficiënt handelen (logische opbouw, eigen houding/veiligheid, juiste tempo,
wijze en controleren effect)
Interactioneel handelen (uitleg instrueren, uitleggen, samenvatten, coachen,
corrigeren)
Let op! Casus kan worden gewijzigd, zodat je de dingen opnieuw moet uitrekenen/meten.
Materiaalgebruik en normtabellen:
Normtabellen meenemen.
Stopwatch
, Hartslagmeter
Laken voor op de behandelbank
Rekenmachine
Sportkleding/schoenen binnen
Voorbereiding casus
Overzicht van de te toetsen vaardigheden
Blok A:
1. Antropometrische testen (punten voor uitvoering en punten voor toepassen normtabellen)
BMI berekenen
Vetpercentage middels impedantiemeter
Vetpercentage middels huidplooimeting
Bloeddruk in rust en tijdens inspanning meten middels automatische methode
(Omronmeter)
Tailleomtrek
(Rust)hartslag manueel meten
2. Krachttesten (punten voor uitvoering en punten voor toepassen normtabellen)
Curl-up test
Single leg push-up test
Push-up test voor de armen (Army Standard protocol)
Vertical jump test/Sargant jump test
Single leg hop test for distance
3. Krachtoefening (punten voor uitvoering, punten voor het benoemen van kernpunten en
punten voor differentiatiemogelijkheden)
4. Vragenlijsten kunnen toepassen en interpreteren
PAR-Q
AHA
5. Training voorbereiden en verzorgen (komt voor in casussen)
Warming-up aan een kleine groep
Taakanalyse van de grondmotorische eigenschappen
Taakanalyse verschillende verschijningsvormen van kracht
Instructie geven in oefentherapeutische setting
Trainingsplan opstellen ter vergroting van spierkracht en –uithoudinsvermogen
Training geven ter vergroting van spierkracht en –uithoudinsvermogen
Effectmeting training uitvoeren en resultaten uitleggen
Blok B:
1. Testen aëroob en anaëroob uithoudingsvermogen
Astrandfietstest
6 MWT
Shuttle run test
10x 5 meter sprint test
Steep ramp test
5m SRT
2. Trainen van het aërobe en anaërobe uithoudingsvermogen (komt voor in casussen)
Intake/anamnese uitvoeren en uitkomsten vertalen naar (onderzoeks-)
hypothesen
Trainingsplan opstellen
Training geven waarbij specifieke prikkelparameters worden gemotiveerd en
toegepast
Adequate warming-up en cooling-down verzorgen gericht op het
uithoudingsvermogen
Instrueren en adviseren bij een gezondheidsintake en na afloop van een training
,Blok A:
1. Antropometrische testen (punten voor uitvoering en punten voor toepassen normtabellen)
BMI (Body Mass Index): snelle manier om te bepalen of iemand ondergewicht, normaal,
overgewicht of obesitas heeft. Wordt geen rekening gehouden met de verhouding
tussen spier- en vetweefsel.
gewicht (in kg) (Referentiewaarden BMI in bijlage 5)
BMI = ----------------------------
lengte x lengte (in m)
Vetpercentage (impedantiemeter): door klein stroompje meet hij de weerstand in het
lichaam en op basis daarvan het vetpercentage. Grote verschillen in nauwkeurigheid
tussen verschillende impedantiemeters, hangt af van hoeveelheid lichaamsvocht (water
geleid beter dan vet) daarom 2 uur voor de meting niet eten en drinken.
Meet met tussenfase van min. 60 sec. 2x en noteer de meetgegevens in onderstaande
tabel:
Vet vrije massa = lichaamsgewicht – massa
vetweefsel
Massa vetweefsel = lichaamsgewicht *
(vetpercentage /100)
(Normaalwaarden percentage lichaamsvet in bijlage 8)
- Tabel 1-3 voor kinderen
- Tabel 4-5 voor volwassenen
Vetpercentage (huidplooimeting): meten op 4 gestandaardiseerde plaatsen aan
linkerzijde van het lichaam.
1. Voorzijde bovenarm (bicepsplooi) - tussen
schoudertop en elleboogspunt
2. Achterzijde bovenarm (tricepsplooi) - tussen
schoudertop en elleboogspunt
3. Op hoogte van onderste punt van het schouderblad (scapulaplooi) - 45 graden
4. Craniaal tov de heup (suprailiacale plooi) - boven SIAS, onder oksellijn - 45
graden
Uitvoering:
- Patient ontbloot het bovenlichaam en staat ontspannen naast de therapeut.
- Huidplooi (onderhuidsbindweefsel en onderhuids vet) wordt van de onderlaag
(spieren) gehaalt tussen duim en wijsvinger van de linkerhand.
- Met rechts zet je de geopende huidplooimeter over de hele plooi, veer loslaten en
huidplooi vasthouden.
- Na 2 a 3 tellen aflezen, met nauwkeurigheid van één millimeter.
Meet met tussenfase van min. 60 sec. 2x en
noteer de meetgegevens in onderstaande
tabel:
(Referentiewaarden huidplooidiktemeting en
normaalwaarden percentage lichaamsvet in bijlage
8)
- Tabel 1-3 voor kinderen
- Tabel 4-5 voor volwassenen
Bloeddruk in rust en tijdens inspanning meten (automatische methode - Omronmeter)
aan bovenarm.
Afhankelijk van allerlei factoren daarom: niet eten, niet drinken, geen inspanning en niet
roken vóór de test.
Na iedere meting 60 sec wachten, anders stuwing van het bloed wat meting beïnvloed.
, Fout bij meting: E of EE oorzaken: bewogen tijdens meting,
manchet niet goed aangelegd of manchet niet ver genoeg
opgepompt.
Uitvoering:
- Patient zit rechtop op stoel met rugleuning voor de tafel en heeft voeten plat op de
grond. Min. 5 min. Stilzitten voordat de meting start. Elleboog steunt op tafel,
handpalm wijst naar boven, onder de onderarm/pols een kussen. Polm met manchet
moet op zelfde hoogte zijn als het hart.
- Luchtslang in aansluitopening bevestigen. Manchet om ontblote bovenarm (noteer
welke arm). Luchtslang wijst naar de hand. Manchet vastzetten met klittenband,
goed aansluiten, niet te strak.
- Geef instructies. “de bloeddruk wordt gemeten terwijl de manchet ontlucht wordt, je
mag u arm niet bewegen en u mag niet praten tijdens de meting. Als de druk ver
genoeg is teruggelopen worden de bovendruk en onderdruk op het display
zichtbaar, als de manchet vervolgens is
leeggeloepn, wordt de bloeddruk en hartslag
vertoond”.
- Druk op O/I startknop. Manchet blaast op.
systolische en diastolische druk verschijnen op
scherm.
Meet in verschillende situaties. Na 5 min. Rustig zittenen na inspanning. En noteer de
meetgegevens: (Bijlage 3 voor referentiewaarden)
Tailleomtrek:
- Rechtop met voeten bij elkaar, armen langs het lichaam, buik ontspannen.
- Meten op smalste punt van romp tussen navel en ondekant van borstbeen. Niet te
strak
- Meet 2 x, een van linker zijde en 1 van rechter zijde, resultaat moet binnen 5 mm
uit elkaar liggen.
Referentiewaarden tailleomtrek in bijlage 5 tabel 4.
(Rust)hartslag manueel meten:
minuut rustig zitten, dan 15 sec meten. *4 = 60 sec. = slag /minuut.
(Normwaarden rusthartslag volgens de hartstichting in bijlage 4)
Volwassene 60-70 per min.
Te laag onder de 50 per min. = brachycardie.
Te hoog boven 100 per min. = tachycardie.
4. Vragenlijsten kunnen toepassen en interpreteren
PAR-Q: vragenlijst voor mensen tussen 15 en 69 jaar. Voordat je gaat bewegen (na
inactiviteit van de cliënt) met cliënt eerst vragen beantwoorden om te kijken of het
verstandig is.
AHA: om te onderkennen of fysieke activiteit gevaar inhoudt voor u.
, CASUS 1: Sofie / Simon
PAR-Q: alle items met nee beantwoord
Leeftijd: 45 jaar
Lengte: 1.70 m
Gewicht: 83 kg
Laatste jaren wat zwaarder, minder gezonde leefstijl.
Minder lichamelijk actief door autorijden en vergaderen binnen haar functie.
Eet minder gezond door drukte op werk
Buikje, abonnement op sportschool maar traint weinig.
Buiten adem en opgejaagd gevoel in dagelijks leven. (kost meer moeite, sneller vermoeid,
zware benen na traplopen)
Wat is genoeg bewegen? Health-check laten doen. Weinig beweging.
BMI berekent? Goed gegaan?
Risico op ernstige aandoeningen (dmv protocollen en richtlijnen)
Zenuwachtig over uitkomsten, nog nooit bij fysio geweest. Doorverwezen door de huisarts
naar aanleiding van de health-check.
Hypothese(n) (op basis van anamnestische/intake gegevens):
1. Dagelijkse activiteiten buiten werk om kost moeite, sneller vermoeid, zware benen.
2. Snel buiten adem en opgejaagd gevoel in het dagelijks leven.
3. Minder lichamelijk actief en minder gezonde leefstijl (oorzaak=werk) buikje, hoog BMI,
risico op ernstige aandoeningen.
Hypoth Onderzoekdoelstelli Onderzoeksmiddelen Beargumenteer je keuze
ese nr. ngen
(diagnostisch)
Single leg push up test KUHV van de benen testen omdat zij
1. Krachtuithoudingsver hiermee moeite heeft, zij sneller
mogen van vermoeid zijn en omdat er gevoel van
beenspieren zware benen is.
verbeteren
, Aerobe vermogen testen omdat de
2. Verbeteren van A-strandfiets test patiënt last heeft van een opgejaagd
uithoudingsvermogen gevoel en het snel buiten adem zijn in
(aerobe capaciteit) het algemeen dagelijks leven. Dit dmv
de astrandtest omdat dit een relatief
makkelijke test is en Sofie/Simon niet
veel beweging gewend is.
Astrandtest om indruk te krijgen van één
aspect van de conditie, namelijk het
aerobe uithoudingsvermogen door een
schatting te maken van de maximale
zuurstofopname (VO2max).
BMI = man/vrouw beide Om te controleren of BMI goed berekent
3. Verbeteren van het 28,7 is en of er echt sprake is van
gewicht/ afvallen Leeftijd(45), overgewicht.
gewicht (83),
lengte (1.70)
Vetpercentage door Om het vetpercentage te meten, en een
middel van beeld te krijgen van het overgewicht.
huidplooimeting
Bloeddruk en hartslag Is het verantwoord om te trainen.
Hypoth Doelen Meet- Tijdlijn Interventie behandel- Beargumenteer je
ese nr. (smart) Instrument (korte middelen keuze
en (inclusief
lange uitvoeringparameters
termij
n)
1. Krachtuithoudi Single leg Korte Step up: 20 Step-up omdat deze goed
ngs-vermogen push up test termijn herhalingen, 3 series, 50 te vergelijken is met het
van seconden passief rust. traplopen. En single leg
beenspieren push up omdat zo ook de
verbeteren quadriceps worden
aangesproken, net als bij
de step-up test en het
- traplopen.
Het opstappende been
vertoont geen “kneeing Tussen 20 en 40
in” van meer dan 11 herhalingen om
graden. (X-benen). krachtUHV te trainen.
- Lage rug in Series tussen de 2 en 4
middenstand. en de passieve serierust
- Bij opstappen geen ligt tussen 30 seconden
bekkenverandering en 2 minuten. De
plaatvinden. snelheid van het
uitvoeren is 1 – 0 – 1 bij
Single leg push up: 20 krachtUHV.
herhalingen, 3 series, 50
seconden passief rust.
Op verhoging
staan en door
het
standbeen
zakken tot
het vrije been
met hak de
grond aanraakt.
Vervolgens weer omhoog
tot volledige extensie
van standbeen. 1 sec.
omlaag en 1 sec
omhoog.
, - Geen kneeiïng in” (X-
benen)
- Geen
bekkenverandering.
2. Verbeteren van A-strand- Lange Extensieve duurtraining: Trainen van aerobe
aerobe fietstest termijn 30-120 min capaciteit omdat het gaat
uithoudings- 70-90% anaerobe om het zo lang mogelijk
vermogen drempel volhouden en niet om het
(aerobe Hf tussen 130 en 170 zo snel mogelijk
capaciteit) sl/min. (vermogen).
Dit kan hardlopend, Aerobe capaciteit trainen
fietsend of zwemmend met duur van 30 tot 120
zijn. minuten van de totale
training. Daarvan zitten
we op 70-90% van de
anaerobe drempel.
Vormen hiervan zijn
extensief duurtraining,
extensieve
intervaltraining en
fartlektraining.
Supercompensatietijd 12-
48 uur
3. Verbeteren van BMI = Lange Zie hierboven. Zie hierboven.
het gewicht/ man/vrouw termijn
afvallen beide 28,7
Leeftijd(45),
gewicht (83),
lengte (1.70)
Vetpercentag
e door
middel van
huidplooimet
ing
CASUS 2: Marieke / Mark
PAR-Q: alle items met nee beantwoord
Student (31) orthopedagogiek
Terug van vakantie met vriendin
Horecawerk (2x per week 4 uur) benen voelen als lood
2 jaar geen hockey, sinds 3 weken weer (1x trainen, 1x wedstrijd) (wel iets anders
gedaan?)
1x per week hardlopen 40 min. Hardlopen gaat goed.
Bij hockey snel buiten adem. Vind zelf slechte conditie.
Sinds 3 weken wel verbeterd.
Doel: Goed vol kunnen houden om doelpunt in laatste minuut te maken of stappen na
werk.
Doel 2: volgend jaar halve marathon kunnen lopen voor goed doel.
Hypothese(n) (op basis van anamnestische/intake gegevens):
1. Vermoeide, zware benen tijdens horecawerk in brasserie.
2. Snel buiten adem bij hockey (verminderde conditie na 2 jaar geen hockey).