3.1 Weten wat je schrijft
Goed schrijven is niet ‘schrijven wat u weet’, maar ‘weten wat u schrijft’. Vaak lijken
teksten heel inhoudsrijk maar zijn ze dat totaal niet. Dit kan komen door:
- Veel woorden, weinig inhoud.
- Nietszeggendheid
- Verbositeit (de overvloed aan woorden waaronder de lezer bedolven wordt)
- Teksten zonder inhoud
- Taalvernevelaars (dmv de taalmachine of verbale reddingsvlotten zoals de
taalslalom)
- Gebakken lucht
3.2 Van inhoud naar opbouw
Er zijn schrijvers (vaak meer ervaren) die pas tijdens het formuleren tot de ontdekking
komen welke structuur ten grondslag ligt aan hun tekst. Er zijn ook schrijvers (vaak
beginners) die juist eerst heel veel nadenken en schema’s maken, en dan pas ‘echt
gaan schrijven’.
Het CCC-model presenteert inhoud en opbouw als opeenvolgende fasen in het
schrijfproces. Maar vaak lopen de fasen een beetje door elkaar heen.
Om structuur aan een tekst te geven, kunnen deze vier activiteiten je helpen:
- Inventariseren (wat heb ik allemaal)
- Selecteren (wat kan er weg)
- Rubriceren ( wat hoort er bij elkaar)
- Structuren (waar zal ik het neerzetten)
Bij het opbouwen van een tekst is het goed om te weten dat er vier niveaus worden
onderscheiden: hoofdstuk, paragraaf, alinea en zin. Er gelden drie algemene adviezen:
- Kies een indeling met niet meer dan drie lagen.
- Kies voor een zo gelijkmatig mogelijke indeling (elk hoofdstuk ongeveer
evenveel paragrafen).
- Zorg ervoor dat de tekstomvang per tekstniveau verschilt (een paragraaf niet
groter dan een hoofdstuk).
Een kopje verhoogt de leesbaarheid en aantrekkelijkheid van de tekst, en kan ook
aangeven hoe de tekst gelezen moet worden. Een kopje moet voldoen aan de criteria
van correspondentie, consistentie en correctheid. Zorg er voor dat de kopjes bij elkaar
passen en elkaar niet overlappen.
In een langere tekst is de lezer geholpen met af en toe een pas op de plaats. Dit kan
door een verbindende alinea aan het einde of beging van een paragraaf waarin u
samenvat of aankondigt wat u gaat doen.
3.3 De alinea
De alinea is de belangrijkste baksteen van een tekst. Meestal bestaat een alinea uit
enkele samenhangende zinnen waarin een uitspraak wordt gedaan, gevolgd door een
toelichting. Echter, dit kan ook andersom zijn. Wanneer de belangrijkste zin van de
alinea aan het begin staat, wordt er gesproken van een piramide-alinea. Wanneer de
laatste zin van een alinea het belangrijkste is, heet dat een trechter-alinea.