PrFysio blok 1.1 - praktijktoets
Inhoudsopgave
Totale inspectie............................................................................................................................................. 1
AROM en PROM – art. glenohumerale........................................................................................................... 3
AROM en PROM – art. cubiti.......................................................................................................................... 5
AROM en PROM – art. coxae.......................................................................................................................... 7
AROM en PROM – art. genus....................................................................................................................... 10
Spierkracht testen door middel van de MRC schaal......................................................................................11
Voer de spierlengtetest uit van de................................................................................................................ 15
Meting arteriële bloeddruk.......................................................................................................................... 17
Meting ademfrequentie in rust en na inspanning......................................................................................... 18
Meting huidplooien..................................................................................................................................... 19
Meting kniebreedte links en rechts.............................................................................................................. 21
Spierversterking m.b.v. apparatuur, gewichten of lichaamsgewicht..............................................................22
Spierversterking met gebruikmaking van concentrische, excentrische en isometrische aanspanningen voor: 24
Actieve mobilsering voor de......................................................................................................................... 25
Beïnvloeding van de ademhaling.................................................................................................................. 26
Stretching van de......................................................................................................................................... 27
Totale inspectie
Doel: deformiteiten met het blote oog detecteren
,Uitkomstmaat: vertellen aan je patiënt wat je qua deformiteiten hebt waargenomen
Bekijk allereerst de lichaamsbouw van de patiënt:
- Pycnisch (endomorf): kort, gedrongen en sterk gebouw en naar gewichtstoename
geniegd
- Atletisch (ectomorf): duidelijk zichtbare gespierdheid
- Leptosoom (mesomorf): is van nature slank en neigt naar mager vanwege smalle
botten en gewrichten
Voer systematisch een totale inspectie van je proefpersoon uit
Dorsaal ik begin aan de achterzijde, zodat de patiënt kan wennen
- Stand van het hoofd
- Stand van de schouders
- Stand van de schouderbladen
- Stand van de ruggengraat (scoliosis)
- Luchtfiguren van de armen
- Stand van de heupen (SIPS)
- Eventueel bilplooien
- Knieplooien
- Luchtfiguren benen (o benen of x benen)
- Bovenbenen, onderbenen (even groot, contouren)
- Stand van de enkels en voeten (gedraaid)
Lateraal (beide kanten!!!)
- Kijken of er sprake is van antepositie van het hoofd (of het hoofd meer naar voren
hangt). protractie of retractie
- Schouders in protractie (schouders naar voren) of retractie (schouders naar achter)
- Lijn van apple ton (rechte lijn van oren tot laterale malleolus)
- Wervelkolom (holle rug of afgevlakt?) lordose of kyfose
- Bekken (gekanteld?)
- Stand knieën (overstrekt?)
- Holvoet of platvoet
- Gewicht op de voorvoet of hak
- Klauwvoeten
Ventraal
- Stand van het hoofd
- Stand van de schouders
- Stand van de clavicula
, - Luchtfiguren tussen de armen
- Knobbels (SIAS) bij de heupen
- Luchtfiguren van de benen
- Grootte bovenbenen en onderbenen
- Stand van de knieën (stand patella: naar binnen of buiten)
- Stand van de voeten (klauwvoeten)
- Waar staat zijn/haar evenwicht op
Zeggen waar je naar kijkt en alleen zeggen als je iets opvalt.
AROM en PROM – art. glenohumerale
Beweging Bewegingsuitslag Uitvoering (fixatie)
(Magee 5)
Anteflexie 160 – 180 Scapula
Retroflexie 50 – 60 Andere schouder
Abductie 170 – 180 Scapula
Horizontale 140? Arm moet gestrekt
Inhoudsopgave
Totale inspectie............................................................................................................................................. 1
AROM en PROM – art. glenohumerale........................................................................................................... 3
AROM en PROM – art. cubiti.......................................................................................................................... 5
AROM en PROM – art. coxae.......................................................................................................................... 7
AROM en PROM – art. genus....................................................................................................................... 10
Spierkracht testen door middel van de MRC schaal......................................................................................11
Voer de spierlengtetest uit van de................................................................................................................ 15
Meting arteriële bloeddruk.......................................................................................................................... 17
Meting ademfrequentie in rust en na inspanning......................................................................................... 18
Meting huidplooien..................................................................................................................................... 19
Meting kniebreedte links en rechts.............................................................................................................. 21
Spierversterking m.b.v. apparatuur, gewichten of lichaamsgewicht..............................................................22
Spierversterking met gebruikmaking van concentrische, excentrische en isometrische aanspanningen voor: 24
Actieve mobilsering voor de......................................................................................................................... 25
Beïnvloeding van de ademhaling.................................................................................................................. 26
Stretching van de......................................................................................................................................... 27
Totale inspectie
Doel: deformiteiten met het blote oog detecteren
,Uitkomstmaat: vertellen aan je patiënt wat je qua deformiteiten hebt waargenomen
Bekijk allereerst de lichaamsbouw van de patiënt:
- Pycnisch (endomorf): kort, gedrongen en sterk gebouw en naar gewichtstoename
geniegd
- Atletisch (ectomorf): duidelijk zichtbare gespierdheid
- Leptosoom (mesomorf): is van nature slank en neigt naar mager vanwege smalle
botten en gewrichten
Voer systematisch een totale inspectie van je proefpersoon uit
Dorsaal ik begin aan de achterzijde, zodat de patiënt kan wennen
- Stand van het hoofd
- Stand van de schouders
- Stand van de schouderbladen
- Stand van de ruggengraat (scoliosis)
- Luchtfiguren van de armen
- Stand van de heupen (SIPS)
- Eventueel bilplooien
- Knieplooien
- Luchtfiguren benen (o benen of x benen)
- Bovenbenen, onderbenen (even groot, contouren)
- Stand van de enkels en voeten (gedraaid)
Lateraal (beide kanten!!!)
- Kijken of er sprake is van antepositie van het hoofd (of het hoofd meer naar voren
hangt). protractie of retractie
- Schouders in protractie (schouders naar voren) of retractie (schouders naar achter)
- Lijn van apple ton (rechte lijn van oren tot laterale malleolus)
- Wervelkolom (holle rug of afgevlakt?) lordose of kyfose
- Bekken (gekanteld?)
- Stand knieën (overstrekt?)
- Holvoet of platvoet
- Gewicht op de voorvoet of hak
- Klauwvoeten
Ventraal
- Stand van het hoofd
- Stand van de schouders
- Stand van de clavicula
, - Luchtfiguren tussen de armen
- Knobbels (SIAS) bij de heupen
- Luchtfiguren van de benen
- Grootte bovenbenen en onderbenen
- Stand van de knieën (stand patella: naar binnen of buiten)
- Stand van de voeten (klauwvoeten)
- Waar staat zijn/haar evenwicht op
Zeggen waar je naar kijkt en alleen zeggen als je iets opvalt.
AROM en PROM – art. glenohumerale
Beweging Bewegingsuitslag Uitvoering (fixatie)
(Magee 5)
Anteflexie 160 – 180 Scapula
Retroflexie 50 – 60 Andere schouder
Abductie 170 – 180 Scapula
Horizontale 140? Arm moet gestrekt