Het tweede college gaat over ‘Pathogenese en diagnostiek’. Het college duurt 90
minuten. Tijdens deze 90 minuten wordt ongeveer halverwege een korte pauze
genomen.
Leerdoelen
- De student kan de pathogenese van microbiële ziekten beschrijven
- De student kent het principe en de toepassing van
laboratoriummethoden (kweek en niet- kweek methoden) die
worden gebruikt voor de diagnose van microbiële infecties en
therapiekeuze
Voorbereidings- en huiswerkopdrachten
Voor aanvang van het college moet je de volgende huiswerkopdrachten hebben
uitgevoerd:
- Lees hoofdstuk 3 (Recombinant DNA technology in
microbiology - blz 21 - tot The era of ‘- omics’ – blz 25), 5 en
6 van het boek door.
College
Hoofdstuk 5
Pathogenese van microbiële ziekte
Termen
- Pathogenese = de wijze van ontstaan en ontwikkeling van een
ziekte
- Pathogeen = micro-organisme dat in staat is ziekte te veroorzaken
- Opportunistische pathogeen = pathogenen die ziekte veroorzaken in
individuen met een verminderde afweer.
- Minimale infectie dosis = aantal kiemen dat men in korte tijd binnen
moet krijgen om ziek te worden
Virulentie
Virulentie = ziekteverwekkend vermogen van een micro-organisme
- Afhankelijk van toxinen-productie en invasiviteit (hoe het zich in het
lichaam kan verplaatsen)
Is eigenlijk een kwantitatieve maat.
- Gemeten als:
o LD 50:
50% lethale dosis: aantal organismen nodig om de helft
van de gastheren te doden
o ID 50:
50% infectieuze dosis: aantal organismen nodig om
infectie te veroorzaken in de helft van de gastheren
Infectie
- Endemische infectie =
o Infectie die constant aanwezig is op een laag niveau in een
bepaalde populatie (Malaria)
- Epidemische infectie =
o Infectie die vaker voorkomt dan normaal (griep)
- Pandemische infectie =
o Infectie die wereldwijd voorkomt (HIV)
, Acute infectie
Stadia:
- Incubatie periode: tussen de besmetting en
de eerste symptomen
- Prodromale periode: niet-specifieke
symptomen als koorts, malaise, verlies
eetlust
- Acute specifieke ziekte: kenmerkende
ziekte symptomen
- Herstel periode: afname ziekte gezond
Soort infectie
- Subklinische infectie: infectie zonder waarneembare symptomen
(asymptomatisch)
- Chronische drager: pathogeen is niet compleet verwijderd na
herstel; herken je niet zomaar, dit zie je niet aan de buitenkant!
- Latente infectie: virus is aanwezig maar slapend, zonder
waarneembare symptomen
o Activatie virus mogelijk
Bacteriële pathogenese
- Transmissie (overdracht):
o Inhalatie (airbone): door lucht
o Consumptie (inslikken): water en voedsel
o Inoculatie: seksueel contact, injectie,
huidcontact
- Toegang pathogenen (portal of entry):
o Huid
o Luchtwegen
o Maagdarmkanaal
o Urogenitaalkanaal
Bacteriële pathogenese
- Adhesie (hechting)
- Biofilm vorming: aggregatie van organismen gemeenschap van
bacteriën ingekapseld in en matrix (biofilm)
o Complexe architectuur
o Secretie stoffen (quorum-sensing molecules) afstoten
inkomende bacteriën + activeren zoektocht naar nieuwe
locaties.
o Resistenter tegen antimicrobiële drugs