Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

Straf(proces)recht week 4 hoorcollege en werkgroep uitwerkingen

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
9
Geüpload op
08-09-2022
Geschreven in
2021/2022

Dit document bevat de volledige uitwerkingen van het hoorcollege en de werkgroep van week 4 van straf(proces)recht van Radboud Universiteit bachelor jaar 1.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Strafrecht week 4

Voorbereiding hoorcollege:

- Gang van zaken ter terechtzitting:
 Het door de rechter doen uitroepen van de zaak door de deurwaarder of bode (art. 270
Sv).
 Onderzoek naar de identiteit van verdachte: cautie wordt verleend
 Eventueel worden door verdachte of zijn advocaat ‘preliminaire verweren’ voorgedragen
(nietigheid dagvaarding, onbevoegdheid rechtbank, niet-ontvankelijkheid van OvJ)
 Voordragen der zaak door de OvJ
 Getuigenverhoor
 Deskundigenverhoor
 Voorlezing van de stukken (zoals processen-verbaal, verslag deskundigen etc.)
 Ondervraging verdachte:
a. het deel over de ten laste gelegde feiten
b. evt. het deel over ad informandum gevoegde zaken
c. het deel omtrent de persoon van verdachte
 Mondelinge slachtofferverklaring
 Requisitoir: OvJ voert het woord
 Pleidooi van verdachte of raadsman
 Eventueel repliek van OvJ
 Eventueel dupliek van verdachte of van de raadsman
 Laatste woord van verdachte of raadsman
- Territorialiteitsbeginsel: ernst van feit doet er dan niet toe, als NL er een sterke band mee
heeft is dit voldoende.
- Universaliteitsbeginsel: er is geen band met NL en het feit  enkel zeer grote ernst van
strafbare feiten
- Vlaggebeginsel: aan boord van NL (lucht)vaartuig.
- Nationaliteitsbeginsel: passief en actief
- Domiciliebeginsel (thans art. 7 lid 3 Sr): rechtsmacht over in NL gevestigde woonachtige
vreemdelingen.
- Rechtsmacht over Nederlandse ambtenaren in het buitenland (art. 8 sub 1 Sr). Ten slotte is
er rechtsmacht over buiten NL buiten boord door opvarende van een Nederlands schip
begane scheepvaartmisdrijven- en overtredingen (art. 8a Sr).
- In tegenstelling tot verdachte is een getuige ter terechtzitting verplicht te antwoorden op de
aan hem gestelde vragen (art. 294 Sv, 192 Sr).

ARRESTEN:

- Parkeerwachter (HR, 19 september 1989, NJ 1989, 379): een man parkeert zijn auto op een
plek waar dit niet mag en wordt hierop aangesproken door een parkeerwachter. Deze zegt
tegen de man dat hij bij de volgende overtreding een proces-verbaal zal opmaken. Toch
wordt de man, ondanks de opmerking van de parkeerwachter, vervolgd door het OM.
RECHTSVRAAG: moet het OM niet-ontvankelijk worden verklaard wegens de toezegging van
de parkeerwachter?
RECHTSREGEL: de man mocht gerechtvaardigd uit de opmerking van de parkeerwachter
afleiden dat er geen vervolging zou plaatsvinden, vanwege de omstandigheden waarin de
uitspraak werd gedaan en de aard van de overtreding. Het OM kan, ingevolge het
vertrouwensbeginsel, aan de toezegging van de parkeerwachter worden gehouden. Door

, toch tot vervolging over te gaan, handelt het OM in strijd met de beginselen van een goede
procesorde. OM wordt ontvankelijk verklaard.
- Toetsing vervolgingsbeslissing (HR 6 november 2012, NJ 2013, 109): arrest gaat over de niet-
ontvankelijkheidsverklaring van het OM die gegeven zou zijn door het Hof. Uit dit arrest blijkt
dat er slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het
OM in de vervolging indien het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is
met de beginselen van een goede procesorde. Er gelden zware motiveringseisen voor de
beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring. HR beoordeeld dat het hof bij zijn beslissing tot
niet-ontvankelijkheid van OM hetzij die, tot terughoudendheid nopende, maatstaf miskend,
hetzij zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd.
- Zeeuwse motorrijder (HR 25 juni 1995, NJ 1996, 714): motorrijder rijdt met enorme snelheid
door de bebouwde kom. Hij komt hierbij ten val dat een dood van een meisje tot gevolg had.
Het gaat uiteindelijk over beklag van de inhoud van een dagvaarding (door de ouders), in het
bijzonder artikel 12 Sv. Het ging om de vraag of een belanghebbende zich ook kan beroep op
artikel 12 Sv als hij het niet eens is met de inhoud van de dagvaarding. HR oordeelt dat o.g.v.
art. 167 Sv vervolgingsbeslissingen aan het OM zijn overgelaten en dat art. 12 SV een
mogelijkheid voor belanghebbende is om bezwaren aan te voeren tegen die beslissingen.
Belanghebbende kunnen klagen bij het Hof en zorgen dat er alsnog ter zake van doodslag
vervolgd wordt. Uit de strekking en bewoording van art. 12 en 12i Sv volgt dat een
belanghebbende zich ook op art. 12 Sv kan beroepen als hij het niet eens is met de inhoud
van de dagvaarding. HR oordeelt daarbij dat onder deze beslissing tevens de keuze voor een
bepaald strafbaar feit valt en dat het hof derhalve kan bepalen welk strafbaar feit opgelegd
moet worden.

Zelfstudievragen:

1. Welke onderzoekshandelingen kan de rechter-commissaris verrichten?

De RC kan de OvJ en verdachte vorderen bepaalde onderzoekshandelingen te verrichten. Hij kan ze
oproepen voor een regiezitting en bewaakt de voortgang van het onderzoek. Daarnaast kan hij
getuigen en deskundigen horen en aanwijzen. Ook kan hij onderzoek naar lichaam en kleding
instellen en een DNA-onderzoek (art. 195 Sv). De doorzoeking van woning en kantoor moet op
vordering van RC gebeuren en tevens de rechtmatigheidstoets van inverzekeringstelling en beslissing
van bewaring gebeuren door hem. Tot slot kan de RC een bevel doen tot opnamen van klinische
observatie (art. 196-198 Sv). De RC beëindigt het ingestelde onderzoek.

2. Wat houdt het opportuniteitsbeginsel in?

Een officier van justitie kan op grond van het algemeen belang beslissen om een verdachte niet te
vervolgen (art. 167 en 242 Sv). We hebben een negatief opportuniteitsbeginsel: je vervolgt altijd
tenzij er een reden is dat dit niet hoeft (algemeen belang). Verschil art. 167 en art. 242:

- art. 167 gaat over wel vervolgen  HR Toetsing vervolgingsbeslissing

- art. 242 gaat over niet vervolgen  Zeeuwse motorrijder (12 Sv)

3. Welke vormen van vervolging en niet-vervolging kent het Nederlands strafprocesrecht, en hoe
verhouden ze zich tot elkaar?

Vervolgen is het betrekken van de rechter bij een zaak (bijv. art 63 Sv, 110 Sv, dagvaarding)

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
8 september 2022
Aantal pagina's
9
Geschreven in
2021/2022
Type
OVERIG
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

$7.19
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
loesgilsing

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
loesgilsing Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
31
Laatst verkocht
2 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen