Motorisch leren Samenvatting
Beek: Deel 3
Het belang van impliciete kennisopbouw. Leren kan gezien worden als
opdoen van kennis. Leraren,coachen en trainers moeten het leerproces zo
inrichten dat de kennis bevorderd wordt.
Expliciet vs impliciet leren
Er zijn twee soorten kennis namelijk:
- Expliciete kennis, betrekking op feiten en regels waar we ons bewust
van zijn.
- Impliciet leren, zaken die we kennen zonder te beseffen dat we
daardoor ook niet iets kunnen verwoorden.
Expliciet leren lijdt tot opbouw van expliciete kennis en impliciet leren tot de
opbouw van impliciete leren. Het is mogelijk dat iemand expliciete kennis opdoet
zonder dat deze van buiten af wordt aangereikt. Explicite kennis kan je
gebruiken om kennis te verwerken. Bij het aanbieden van expliciete kennis wordt
er gebruikt gemaakt van kennis die gebruikt wordt om deze te verwerken. Door
de analoge wijze kan een sporter door middel van ervaring of intuïtie die een
beweging kan uitvoeren. Bewegingen als autorijden en piano spelen zijn
onmogelijk zonder de expliciete kennis. Er is een drie-fasen model van Fitts en
Posner:
- Eerste fase, In het leerproces wordt de beweging bewust gestuurd op basis
van expliciet weten over de wijze waarop we de beweging uitvoeren.
- Derde fase, De beweging is geautomatiseerd, de kennis van de beweging
is impliciet geworden.
Het is de vraag of expliciete instructie wel altijd leidend moeten zijn bij het leren
van complexe beweging. De expliciete en impliciete leermethode worden op
verschillende dimensies vergeleken, denk bijvoorbeeld aan de snelheid van het
leerproces en de kwaliteit van het leerresultaat.
Impliciet leren voorkomt ‘Choking under pressure’
‘Choking’ is een verschijnsel met vervelende gevolgen. Denk aan het verliezen
van een groot toernooi. Er zijn verschillende theorieën, Deze zijn vaak gericht op
het vermogen van de sporter om zijn of haar angst te reduceren.
Ook kan er sprake zijn van ‘herinvesteren’ van kennis: De expliciete kennis wordt
onder druk opnieuw in het bewegingssturing betrokken.
Masters wilde zijn hypothese testen dit deed hij door drie groepen te maken
namelijk:
- Impliciet-leren groep, instructies uitvoeren onder gelijktijdige uitvoering
van een tweede cognitieve taak.
- Expliciet-leren groep, Uitgebreide en specifieke instructies over de
techniek.
- Controlegroepen
Beek: Deel 3
Het belang van impliciete kennisopbouw. Leren kan gezien worden als
opdoen van kennis. Leraren,coachen en trainers moeten het leerproces zo
inrichten dat de kennis bevorderd wordt.
Expliciet vs impliciet leren
Er zijn twee soorten kennis namelijk:
- Expliciete kennis, betrekking op feiten en regels waar we ons bewust
van zijn.
- Impliciet leren, zaken die we kennen zonder te beseffen dat we
daardoor ook niet iets kunnen verwoorden.
Expliciet leren lijdt tot opbouw van expliciete kennis en impliciet leren tot de
opbouw van impliciete leren. Het is mogelijk dat iemand expliciete kennis opdoet
zonder dat deze van buiten af wordt aangereikt. Explicite kennis kan je
gebruiken om kennis te verwerken. Bij het aanbieden van expliciete kennis wordt
er gebruikt gemaakt van kennis die gebruikt wordt om deze te verwerken. Door
de analoge wijze kan een sporter door middel van ervaring of intuïtie die een
beweging kan uitvoeren. Bewegingen als autorijden en piano spelen zijn
onmogelijk zonder de expliciete kennis. Er is een drie-fasen model van Fitts en
Posner:
- Eerste fase, In het leerproces wordt de beweging bewust gestuurd op basis
van expliciet weten over de wijze waarop we de beweging uitvoeren.
- Derde fase, De beweging is geautomatiseerd, de kennis van de beweging
is impliciet geworden.
Het is de vraag of expliciete instructie wel altijd leidend moeten zijn bij het leren
van complexe beweging. De expliciete en impliciete leermethode worden op
verschillende dimensies vergeleken, denk bijvoorbeeld aan de snelheid van het
leerproces en de kwaliteit van het leerresultaat.
Impliciet leren voorkomt ‘Choking under pressure’
‘Choking’ is een verschijnsel met vervelende gevolgen. Denk aan het verliezen
van een groot toernooi. Er zijn verschillende theorieën, Deze zijn vaak gericht op
het vermogen van de sporter om zijn of haar angst te reduceren.
Ook kan er sprake zijn van ‘herinvesteren’ van kennis: De expliciete kennis wordt
onder druk opnieuw in het bewegingssturing betrokken.
Masters wilde zijn hypothese testen dit deed hij door drie groepen te maken
namelijk:
- Impliciet-leren groep, instructies uitvoeren onder gelijktijdige uitvoering
van een tweede cognitieve taak.
- Expliciet-leren groep, Uitgebreide en specifieke instructies over de
techniek.
- Controlegroepen