g ‘’Zorg en
17-6-2021
innovatie in de
praktijk’’
(OHBOV18)
Aantal woorden kern: 4928
Aantal woorden reflectie: 300
1
,Voorwoord
Voor u ligt de innovatieopdracht van xx. Deze innovatieopdracht behoort bij de module OHBOV18,
de afstudeermodule van de (duale) opleiding verpleegkunde aan de Saxion Parttime School.
Rondom de start van de afstudeermodule OHBOV18 ben ik met de functie xx begonnen in het
thuiszorgteam yy. Door tegelijkertijd af te studeren en te beginnen met een nieuwe functie is het een
intens half jaar geweest. Het inwerken voor de functie en het onderzoek liepen soms door elkaar
heen; positief was dat hierdoor tijdens het inwerken soms ook al informatie vergaard werd die
gebruikt kon worden voor dit verslag.
Mijn dank gaat uit naar mijn collega’s van thuiszorgteam yy, zij hebben ondanks een zeer drukke
periode wegens onder andere langdurige ziektes in het team toch de tijd en moeite genomen om
mijn enquête in te vullen, mee te werken aan een interview en met mij te sparren. Een aantal
casussen passeerden frequent de revue, waardoor ook ikzelf breder naar de zorg ben gaan kijken.
Specifieke dank gaat ook uit naar mijn werkbegeleider yx voor haar kritische blik en de
laagdrempelige bereikbaarheid. Ik kijk er naar uit om na mijn diplomering écht onderdeel te mogen
zijn van dit fijne team en mij verder te mogen ontwikkelen als verpleegkundige.
Ook wil ik mijn studiegenoten tijdens OHBOV18, en in het bijzonder Groep z, bedanken voor de
samenwerking. Tot slot gaat mijn dank uit naar mijn studiecoach en moduledocent zy, voor haar
heldere en snelle communicatie en betrokkenheid.
Ik wens u veel leesplezier!
xx, juni 2021,
xx
2
,Samenvatting
Vanwege toenemende vergrijzing, oplopende zorgkosten en tekorten op de zorgarbeidsmarkt, zet de
Nederlandse overheid in op het langer thuis wonen van ouderen. Hiertoe heeft het Ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2018) onder andere het programma Langer Thuis opgezet. Dit
programma valt uiteen in drie actielijnen, waarin zelfredzaamheid een belangrijke rol speelt. Om tot
op hoge leeftijd zelfredzaam te blijven en een hoge kwaliteit van leven te ervaren, en daarmee
gezond oud(er) te worden, is het voor ouderen noodzakelijk om actief te blijven op alle
levensdomeinen.
Binnen thuiszorgteam yy van x is zelfredzaamheid een terugkerend thema. In gesprek hebben
medewerkers aangegeven dat ze de meerwaarde van zelfredzaamheid inzien, maar het bleek dat dit
er voor iedereen anders uit ziet. Er zijn handvatten nodig. De doelstelling van deze innovatieopdracht
was als volgt: het adviseren van een innovatie waardoor medewerkers van thuiszorgteam x de
zelfredzaamheid van de zelfstandig wonende cliënten die thuiszorg ontvangen kunnen versterken in
juli 2021. De hoofdvraag werd als volgt geformuleerd: op welke manier kunnen medewerkers van
thuiszorgteam x de zelfredzaamheid van de zelfstandig wonende cliënten die thuiszorg ontvangen
versterken?
Er is kwalitatief onderzoek uitgevoerd door literatuuronderzoek en medewerkers te enquêteren en
interviewen. De meeste medewerkers zijn positief over het thema zelfredzaamheid. 65% geeft aan te
vinden zelfredzaamheid van cliënten voldoende te stimuleren. Pijn is de belangrijkste reden om
zelfredzaamheid niet te stimuleren, gevolgd door cognitieve problematiek. Er is gebleken dat er
meerdere definities bestaan over zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid beslaat meerdere
levensterreinen. Medewerkers zijn zich hier niet (voldoende) van bewust.
Binnen de organisatie is er geen specifiek beleid of visie op zelfredzaamheid. Het is wél een
speerpunt binnen het team dat terugkerend wordt besproken, maar het is niet specifiek geborgd in
de organisatie en/of het team. Alle wijkverpleegkundigen gaven aan aandacht te hebben voor
zelfredzaamheid in hun cliëntgesprekken en dat ze dit vorm geven op basis van hun eigen ervaringen
en klinische blik. Het is echter niet geborgd in de werkprocessen; de uitvoering is dus per
wijkverpleegkundige verschillend.
Het team heeft uiteenlopende behoeftes om meer zelfredzaamheid te stimuleren. 47,37% heeft hier
specifieke doelen op zelfredzaamheid per cliënt voor nodig. Ook casuïstiekbespreking inclusief
zelfredzaamheid wordt nodig geacht. Vanuit de organisatie is het belangrijk dat er een duidelijke visie
op zelfredzaamheid wordt ontwikkeld.
Meer respondenten geven aan te vinden dat zij voldoende zelfredzaamheid stimuleren dan vooraf
verwacht. Dit is mogelijk te verklaren doordat een aantal respondenten met een beperkt aantal
levensterreinen in gedachten heeft aangegeven te vinden voldoende zelfredzaamheid te stimuleren.
Bij het zoeken naar relevante literatuur bleek ‘zelfredzaamheid’ een soort containerbegrip; er zijn
meerdere definities en elke auteur geeft er zijn eigen invulling aan. Dit heeft het vinden van relevante
(internationale) literatuur bemoeilijkt. Tevens blijkt uit onderzoek dat er, zowel nationaal als
internationaal, weinig onderzoek van voldoende kwaliteit is gedaan naar zelfredzaamheid van
ouderen.
Omdat zelfredzaamheid zo veel levensterreinen beslaat, is het lastig om dit met één interventie te
bevorderen. Voor vervolgonderzoek zou het beter zijn om te concentreren op specifieke
levensterreinen, zodat er meer passende interventies ter bevordering op toegepast kunnen worden.
3
,Voor nu wordt er aanbevolen de ZelfredzaamheidsRadar op meerdere terreinen binnen de
organisatie te implementeren.
4
,Inhoud
VOORWOORD...................................................................................................................................2
SAMENVATTING................................................................................................................................3
1. INLEIDING......................................................................................................................................7
1.1 AANLEIDING..................................................................................................................................7
1.2 ORGANISATIE................................................................................................................................7
1.3 DOELSTELLING...............................................................................................................................8
1.4 ONDERZOEKSVRAGEN......................................................................................................................8
1.5 LEESWIJZER...................................................................................................................................8
2. MATERIAAL & METHODE...............................................................................................................9
2.1 TYPE ONDERZOEK...........................................................................................................................9
2.2 DATAVERZAMELINGSMETHODE..........................................................................................................9
2.3 DATA ANALYSE............................................................................................................................10
3. RESULTATEN................................................................................................................................11
3.1 WAT IS ZELFREDZAAMHEID.............................................................................................................11
3.2 HUIDIGE SITUATIE MEDEWERKERS....................................................................................................12
3.2.1 KENNIS EN HOUDING ZELFREDZAAMHEID...............................................................................................12
3.2.2 FACTOREN OM ZELFREDZAAMHEID (NIET) TE STIMULEREN........................................................................12
3.2.3 MEETINSTRUMENTEN ZELFREDZAAMHEID..............................................................................................14
3.3 HUIDIGE SITUATIE BELEID...............................................................................................................15
3.4 BENODIGDHEDEN THUISZORGMEDEWERKERS......................................................................................15
3.5 RANDVOORWAARDEN ORGANISATIE.................................................................................................16
4. DISCUSSIE....................................................................................................................................17
4.1 PRAKTIJKONDERZOEK....................................................................................................................17
4.2 LITERATUURONDERZOEK................................................................................................................17
5. CONCLUSIE..................................................................................................................................18
6. AANBEVELINGEN.........................................................................................................................19
6.1 ORGANISATIENIVEAU.....................................................................................................................19
6.2 TEAMNIVEAU..............................................................................................................................19
5
, 7. IMPLEMENTATIEPLAN.................................................................................................................20
7.1 PROJECTACTIVITEITEN....................................................................................................................20
7.2 TUSSENRESULTATEN & KWALITEIT....................................................................................................20
7.3 PROJECTORGANISATIE....................................................................................................................21
7.4 PLANNING..................................................................................................................................21
7.5 KOSTEN EN BATEN........................................................................................................................22
7.6 RISICO’S.....................................................................................................................................22
7.7 PDCA-CYCLUS.............................................................................................................................22
8. REFLECTIE WORKSHOP.................................................................................................................23
8.1 SITUATIE....................................................................................................................................23
8.2 TAAK.........................................................................................................................................23
8.3 ACTIE........................................................................................................................................23
8.4 RESULTAAT.................................................................................................................................23
8.5 REFLECTIE...................................................................................................................................23
BIBLIOGRAFIE..................................................................................................................................24
BIJLAGE I: ZOEKSTRATEGIE..............................................................................................................25
BIJLAGE II: BEOORDELING LITERATUUR...........................................................................................30
BIJLAGE III: ENQUÊTE.......................................................................................................................39
BIJLAGE IV: INTERVIEWVRAGEN......................................................................................................57
BIJLAGE V: RESULTATEN ENQUÊTE..................................................................................................58
BIJLAGE VI: CATEGORIEËN INTERVIEWS...........................................................................................68
BIJLAGE VII: SCORE MEETINSTRUMENTEN MEDEWERKERS.............................................................69
6