Opdracht D: Inleiding van een Onderzoeksverslag
Het Verband tussen Schoolprestaties van Hoogbegaafde en
Niet-hoogbegaafde Jongeren op het Voortgezet Onderwijs
en hun Motivatie voor School
Naam: R. Reinds-Nadjafova
Studentnummer: 852393828
Cursus: PB0712 Literatuurstudie
Begeleider: B. Duyx
Examinator: dr. J. van Beek
Inleverdatum: 19-6-2022
Aantal woorden: 1697
, 2
Het verband tussen schoolprestaties van hoogbegaafde en niet-hoogbegaafde
jongeren op het voortgezet onderwijs en hun motivatie voor school
Vaak wordt aangenomen dat de weg van hoogbegaafde jongeren naar een
middelbareschooldiploma vlekkeloos verloopt (Kieboom, 2015). Helaas presteert
circa 30% van de hoogbegaafde jongeren op school juist onder zijn niveau.
Hoewel in de literatuur meerdere definities van hoogbegaafdheid voorkomen
(Borland, 2003; Hany, 1993; Heller et al., 2000), hanteren we in dit onderzoek het
Triadisch model van Renzulli (1978) (zie figuur 1) als geaccepteerde definitie van
hoogbegaafdheid: ‘begaafdheid is de interactie tussen drie aanlegfactoren –
bovengemiddelde intelligentie, hoog niveau van taakgerichtheid en hoog niveau van
creativiteit.’ (Gerven, 2010).
Figuur 1. Triadisch Model van Renzulli (1978)
Hoogbegaafde jongeren ervaren vaak problemen met hun motivatie. Hierdoor
ontstaan onderpresteerders of zogeheten ‘drop outs’: leerlingen die ondanks de
leerplicht niet meer naar school gaan of alternatief thuisonderwijs volgen.
Perfectionisme wordt als een van de mogelijke verklaringen van ‘drop outs’ onder
Het Verband tussen Schoolprestaties van Hoogbegaafde en
Niet-hoogbegaafde Jongeren op het Voortgezet Onderwijs
en hun Motivatie voor School
Naam: R. Reinds-Nadjafova
Studentnummer: 852393828
Cursus: PB0712 Literatuurstudie
Begeleider: B. Duyx
Examinator: dr. J. van Beek
Inleverdatum: 19-6-2022
Aantal woorden: 1697
, 2
Het verband tussen schoolprestaties van hoogbegaafde en niet-hoogbegaafde
jongeren op het voortgezet onderwijs en hun motivatie voor school
Vaak wordt aangenomen dat de weg van hoogbegaafde jongeren naar een
middelbareschooldiploma vlekkeloos verloopt (Kieboom, 2015). Helaas presteert
circa 30% van de hoogbegaafde jongeren op school juist onder zijn niveau.
Hoewel in de literatuur meerdere definities van hoogbegaafdheid voorkomen
(Borland, 2003; Hany, 1993; Heller et al., 2000), hanteren we in dit onderzoek het
Triadisch model van Renzulli (1978) (zie figuur 1) als geaccepteerde definitie van
hoogbegaafdheid: ‘begaafdheid is de interactie tussen drie aanlegfactoren –
bovengemiddelde intelligentie, hoog niveau van taakgerichtheid en hoog niveau van
creativiteit.’ (Gerven, 2010).
Figuur 1. Triadisch Model van Renzulli (1978)
Hoogbegaafde jongeren ervaren vaak problemen met hun motivatie. Hierdoor
ontstaan onderpresteerders of zogeheten ‘drop outs’: leerlingen die ondanks de
leerplicht niet meer naar school gaan of alternatief thuisonderwijs volgen.
Perfectionisme wordt als een van de mogelijke verklaringen van ‘drop outs’ onder