Samenvatting Biologie
Biotische factoren: invloeden die afkomstig zijn van andere organismen
bijvoorbeeld: soortgenoten, roofdieren, ziekteverwekkers.
Abiotische factoren: invloeden die afkomstig zijn van de levenloze natuur.
bijvoorbeeld: temperatuur, licht, regenval, bodemgesteldheid.
● Individu: in enkel organisme.
● organisme: iets wat leeft.
● populatie: een groep individuen van dezelfde soort in een bepaald
gebied, die zich onderling voortplanten.
● levensgemeenschap: alle populaties die in een ecosysteem leven.
● Ecosysteem: in bepaald gebied, wat binnen de biotische en abiotische
factoren in eenheid vormen.
Voedselketen: Een reeks soorten, waarbij elke soort voedselbron is voor de
volgende soort.
➔ Een voedselketen bestaat uit schakels.
➔ Elke voedselketen heeft een plantensoort soort als eerst schakel.
➔ De tweede Schakel bestaat uit planteneters.
➔ de andere schakels ( derde vierde, enzovoort) bestaan uit vleeseters.
Voedselweb: het geheel van voedselrelaties ecosysteem.
★ En een voedselweb vermeerderen voedselketens voor.
★ Alleseters: dieren die zowel planten als dieren eten.
Producenten die leveren het voedsel voor alle andere organismen.
- planten zijn producenten. In de groene delen van planten vindt
fotosynthese plaats.
Consumenten eten de stoffen die door planten zijn gemaakt.
- Consumenten van de eerste orde worden gegeten door consumenten van
de 2e orde, en die weer door de consumenten van het derde orde, enz.
- tot de consumenten behoren planteneters vleeseters alleseters en
afvaleters.
- dieren zijn consumenten.
Biotische factoren: invloeden die afkomstig zijn van andere organismen
bijvoorbeeld: soortgenoten, roofdieren, ziekteverwekkers.
Abiotische factoren: invloeden die afkomstig zijn van de levenloze natuur.
bijvoorbeeld: temperatuur, licht, regenval, bodemgesteldheid.
● Individu: in enkel organisme.
● organisme: iets wat leeft.
● populatie: een groep individuen van dezelfde soort in een bepaald
gebied, die zich onderling voortplanten.
● levensgemeenschap: alle populaties die in een ecosysteem leven.
● Ecosysteem: in bepaald gebied, wat binnen de biotische en abiotische
factoren in eenheid vormen.
Voedselketen: Een reeks soorten, waarbij elke soort voedselbron is voor de
volgende soort.
➔ Een voedselketen bestaat uit schakels.
➔ Elke voedselketen heeft een plantensoort soort als eerst schakel.
➔ De tweede Schakel bestaat uit planteneters.
➔ de andere schakels ( derde vierde, enzovoort) bestaan uit vleeseters.
Voedselweb: het geheel van voedselrelaties ecosysteem.
★ En een voedselweb vermeerderen voedselketens voor.
★ Alleseters: dieren die zowel planten als dieren eten.
Producenten die leveren het voedsel voor alle andere organismen.
- planten zijn producenten. In de groene delen van planten vindt
fotosynthese plaats.
Consumenten eten de stoffen die door planten zijn gemaakt.
- Consumenten van de eerste orde worden gegeten door consumenten van
de 2e orde, en die weer door de consumenten van het derde orde, enz.
- tot de consumenten behoren planteneters vleeseters alleseters en
afvaleters.
- dieren zijn consumenten.