Boekcollege 1
Transities Kooij:
Demografisch: bevolkingsgroei doordat geboortecijfer boven sterftecijfer lag.
Thomas Malthus beweerde dat bevolking niet permanent kan groeien, doordat
voedselvoorraad beperkt is.
Politiek: verandering van monarchie naar een democratie.
Cultureel: Verlichting heeft invloed gehad op een groter rol voor wetenschap
in plaats van religie.
Sociaal: verandering van een standenmaatschappij naar een
klassenmaatschappij.
Economisch: er werd meer gebruik gemaakt van fossiele brandstoffen.
Religieus
Ruimtelijk: tijdens ontdekkingsreizen. Driehoekshandel hield in dat er wapens
naar Afrika gingen, slaven naar Amerika en katoen naar Europa.
Kooij spreekt liever van een economische transitie dan een Industriële Revolutie
omdat er in eerste instantie geen plotselinge verandering plaatsvond, maar deze
geleidelijk plaatsvind. Daarnaast had de economische transitie invloed op veel meer
aspecten van de samenleving.
Kooij toont met de tabel uit het artikel aan dat alle transities met elkaar
samenhangen.
Maatschappijgeschiedenis betreft het met een sociologisch oog naar de
geschiedenis kijken. Er wordt vooral naar patronen en structuren gezocht.
Vrijheid en Rede waren kern begrippen binnen het verleden.
Sociale structuur/maatschappij betreft een patroon van verhoudingen tussen
mensen. De functies zijn onderdelen van de verhoudingen die er tussen mensen zijn.
Instituties kunnen worden gezien als de spelregels binnen de maatschappij waardoor
de functies goed worden uitgevoerd.
Machtsgroepen rondom 1750:
Adel: grondbezitters. Adel had rechtsspraak op het platteland.
Kerk: grondbezitters.
Burgerij: kooplieden.
Burgers moesten burgerrechten kopen.
Traditionele repertoire: volkscultuur. Hogere machten hadden invloed op de lagere
machten.
Kerkelijke repertoire: kerk staat centraal. Alles terug te voeren op God.
, Wetenschappelijk repertoire: mensen gingen van het religieuze naar het
wetenschappelijke.
Kooij verstaat onder een transitie een lange termijnverandering van één situatie naar
een volledig andere situatie, die grote invloed heeft op allerlei aspecten van de
samenleving. Deze lange termijnverandering kan onomkeerbaar zijn.
Hoorcollege 2
Demografische transitie:
7,3 miljard mensen op de aarde. Groei van wereldbevolking is in absolute zin en
relatieve zin toegenomen in ieder jaar. Dit door een daling van de sterfte (met name
daling kindersterfte).
Daling kindersterfte door betere voeding, betere gezondheidszorg en betere hygiëne.
Als meer kinderen blijven leven, zal er op den duur een geboortebeperking
plaatsvinden.
Thomas Malthus beweerde dat er een spanning was tussen bestaansmiddelen en
bevolkingsgroei. Crisis wanneer bestaansmiddelen de bevolkingsgroei niet meer
kunnen bijhouden. Positive checks, bevolkingsgrootte neemt af door hongersnoden
en oorlogen. Preventive checks, door demografische gedrag aan te passen.
Malthus was met zijn theorie erg pessimistisch.
Malthus kreeg ongelijk door technologie. Er kwamen ontwikkelingen waardoor de
groeiende bevolking gevoed kon worden en het punt van crisis niet bereikt werd.
3e fase demografische transitie: geboortecijfers gaan dalen. Effect van de dalende
sterfte wordt pas na een tijd opgemerkt. Vruchtbaarheid minder beïnvloed door
modernisering dan sterfte door het bestaan van instituties zoals kerk, sociale
normen.
Langzamerhand: Quality-quantity trade-off investeren in de kwaliteit van kinderen
i.p.v. veel kinderen als reservoir van arbeidskrachten.
Diagram transitiefasen (slide 12).
Vraagstukken vandaag zijn de vergrijzing (wereldwijd enorme verschillen in
levensverwachting), migratieproblemen (Vb. Geert Wilders).
Sinds 1800 toename wereldbevolking met name door daling sterftecijfers. Hierdoor
ontstond er een lagedruk demografisch regime. Lage geboortecijfers en lage
sterftecijfers.
Rol van migratie kan herverdelend effect hebben en leiden tot economische groei,
maar: politiek omstreden.
De transitie loopt niet overal zoals in het westen.
Economische transitie:
Van agrarische samenleving naar (post)industriële samenleving.
Transities Kooij:
Demografisch: bevolkingsgroei doordat geboortecijfer boven sterftecijfer lag.
Thomas Malthus beweerde dat bevolking niet permanent kan groeien, doordat
voedselvoorraad beperkt is.
Politiek: verandering van monarchie naar een democratie.
Cultureel: Verlichting heeft invloed gehad op een groter rol voor wetenschap
in plaats van religie.
Sociaal: verandering van een standenmaatschappij naar een
klassenmaatschappij.
Economisch: er werd meer gebruik gemaakt van fossiele brandstoffen.
Religieus
Ruimtelijk: tijdens ontdekkingsreizen. Driehoekshandel hield in dat er wapens
naar Afrika gingen, slaven naar Amerika en katoen naar Europa.
Kooij spreekt liever van een economische transitie dan een Industriële Revolutie
omdat er in eerste instantie geen plotselinge verandering plaatsvond, maar deze
geleidelijk plaatsvind. Daarnaast had de economische transitie invloed op veel meer
aspecten van de samenleving.
Kooij toont met de tabel uit het artikel aan dat alle transities met elkaar
samenhangen.
Maatschappijgeschiedenis betreft het met een sociologisch oog naar de
geschiedenis kijken. Er wordt vooral naar patronen en structuren gezocht.
Vrijheid en Rede waren kern begrippen binnen het verleden.
Sociale structuur/maatschappij betreft een patroon van verhoudingen tussen
mensen. De functies zijn onderdelen van de verhoudingen die er tussen mensen zijn.
Instituties kunnen worden gezien als de spelregels binnen de maatschappij waardoor
de functies goed worden uitgevoerd.
Machtsgroepen rondom 1750:
Adel: grondbezitters. Adel had rechtsspraak op het platteland.
Kerk: grondbezitters.
Burgerij: kooplieden.
Burgers moesten burgerrechten kopen.
Traditionele repertoire: volkscultuur. Hogere machten hadden invloed op de lagere
machten.
Kerkelijke repertoire: kerk staat centraal. Alles terug te voeren op God.
, Wetenschappelijk repertoire: mensen gingen van het religieuze naar het
wetenschappelijke.
Kooij verstaat onder een transitie een lange termijnverandering van één situatie naar
een volledig andere situatie, die grote invloed heeft op allerlei aspecten van de
samenleving. Deze lange termijnverandering kan onomkeerbaar zijn.
Hoorcollege 2
Demografische transitie:
7,3 miljard mensen op de aarde. Groei van wereldbevolking is in absolute zin en
relatieve zin toegenomen in ieder jaar. Dit door een daling van de sterfte (met name
daling kindersterfte).
Daling kindersterfte door betere voeding, betere gezondheidszorg en betere hygiëne.
Als meer kinderen blijven leven, zal er op den duur een geboortebeperking
plaatsvinden.
Thomas Malthus beweerde dat er een spanning was tussen bestaansmiddelen en
bevolkingsgroei. Crisis wanneer bestaansmiddelen de bevolkingsgroei niet meer
kunnen bijhouden. Positive checks, bevolkingsgrootte neemt af door hongersnoden
en oorlogen. Preventive checks, door demografische gedrag aan te passen.
Malthus was met zijn theorie erg pessimistisch.
Malthus kreeg ongelijk door technologie. Er kwamen ontwikkelingen waardoor de
groeiende bevolking gevoed kon worden en het punt van crisis niet bereikt werd.
3e fase demografische transitie: geboortecijfers gaan dalen. Effect van de dalende
sterfte wordt pas na een tijd opgemerkt. Vruchtbaarheid minder beïnvloed door
modernisering dan sterfte door het bestaan van instituties zoals kerk, sociale
normen.
Langzamerhand: Quality-quantity trade-off investeren in de kwaliteit van kinderen
i.p.v. veel kinderen als reservoir van arbeidskrachten.
Diagram transitiefasen (slide 12).
Vraagstukken vandaag zijn de vergrijzing (wereldwijd enorme verschillen in
levensverwachting), migratieproblemen (Vb. Geert Wilders).
Sinds 1800 toename wereldbevolking met name door daling sterftecijfers. Hierdoor
ontstond er een lagedruk demografisch regime. Lage geboortecijfers en lage
sterftecijfers.
Rol van migratie kan herverdelend effect hebben en leiden tot economische groei,
maar: politiek omstreden.
De transitie loopt niet overal zoals in het westen.
Economische transitie:
Van agrarische samenleving naar (post)industriële samenleving.