Weekdoelen 5.5
1. Uitleggen wat onder foetale groeivertraging als ziektebeeld wordt verstaan en
risicofactoren benoemen en verklaren die ten grondslag liggen aan het ontstaan
van foetale groeivertraging.
Fysiologische groei
Fase 1
- 0-16 weken
- Toename cellen (hyperplasie)
- 5 gram/dag
Fase 2
- 16-32 weken
- Toename van cellen en grootte van bestaande cellen (hyperplasie en hypertrofie)
- 15-20 gram/dag
Fase 3
- 32-40 weken
- Toename grootte cellen (hypertrofie)
- 30-35 gram/dag
Ziektebeeld
- In de zwangerschap verminderde buikomtrek
- Oligohydramnion, doordat de nieren minder doorbloed worden
- Bij doppler flow meting een afname van de placentaire doorbloeding (met name
afwijkingen in de diastolische doorbloeding) en een toename in hersendoorbloeding
- Minder leven voelen
- Mager kind
- Weinig subcutaan vet
- Dunne huid
- Ingevallen buik
- Spieren zijn atrofisch omdat de spieren minder doorbloed zijn
- Hoofd proportioneel groter dan het lichaam
Variabelen als pariteit, zwangerschapsduur, etniciteit (Turks en Marokkaanse kinderen zijn
gemiddeld iets zwaarder dan Nederlandse) en geslacht hebben invloed op de foetale groei.
Ook wordt het beïnvloed door omgevingsfactoren zoals: voeding en gebruik van toxische
stoffen van de moeder. Ook hormonen als insuline hebben invloed.
Bij FGR moet gedacht worden aan syndromale, chromosomale en infectieuze oorzaken,
echter staat placenta-insufficiëntie op de voorgrond. Hierbij kan redistributie van de foetale
circulatie optreden. Hierbij wordt de nierdoorstroming verminderd, waardoor er minder urine
wordt geproduceerd. Het gevolg hiervan is een vermindering van vruchtwater, dit kan
resulteren in een oligohydramnion. Er is een berekening voor het AFI. Een waarde tussen de
8 en 25 cm is normaal. < 5 cm is het een oligohydramnion. Om de differentiëren tussen
placenta-insufficiëntie of andere oorzaken wordt doppler onderzoek gedaan.
, Vroege groeirestrictie
In het 2e trimester geconstateerde groei onder de P5, is een vroege groeirestrictie. Deze
zwangeren moeten frequent onderzoek doen van de foetale groei. Vroege groeirestrictie
gaat vaak gepaard met maternale symptomen als pre-eclampsie.
Late groeirestrictie
De diagnose van late groeirestrictie is lastig, de foetus kan binnen de normen vallen maar
wel een afname van groeisnelheid hebben (afbuigen van de curve). Een afwijkende
C/P-ratio blijkt de gevoeligste methode te zijn voor het opsporen van late en milde
groeirestrictie.
Symmetrisch
Symmetrische groeivertraging houdt in dat zowel de AC, HC als FL te klein zijn. Om de
differentiëren tussen symmetrische en asymmetrische FGR wordt, naast het beoordelen van
de groeicurve, de verhouding tussen de HC en de AC (HC/AC-ratio) gebruikt. Ook het
TCD/AC-ratio kan worden gebruikt. Symmetrische groeirestrictie is vaak bij chromosomale
afwijkingen, intoxicaties, infecties, velamenteuze insertie en chronische maternale ziekten.
Vaak is de vroege groeirestrictie symmetrisch.
Asymmetrisch
Asymmetrische groeivertraging houdt in dat AC meer gaat achterlopen dan de HC. Dit komt
doordat de foetale lever in belangrijke mate de buikomvang bepaalt en als eerste in de groei
achterblijft bij onvoldoende placentafunctie.
De belangrijkste placenta afwijkingen:
- Maternaal: maternal vascular malperfusion
(MVM)
- Foetaal: fetal vascular malperfusion (FVM)
- Parenchym: inflammatory lesions including
villitis of unknown etiology (VUE)
Small for gestational age neonaten zijn neonaten
die onder de P10 zitten. Echter heeft niet elke
neonaat onder de P10 een groeirestrictie en zijn
dus niet pathologisch. Deze neonaten zijn kleiner
door biologische factoren.
1. Uitleggen wat onder foetale groeivertraging als ziektebeeld wordt verstaan en
risicofactoren benoemen en verklaren die ten grondslag liggen aan het ontstaan
van foetale groeivertraging.
Fysiologische groei
Fase 1
- 0-16 weken
- Toename cellen (hyperplasie)
- 5 gram/dag
Fase 2
- 16-32 weken
- Toename van cellen en grootte van bestaande cellen (hyperplasie en hypertrofie)
- 15-20 gram/dag
Fase 3
- 32-40 weken
- Toename grootte cellen (hypertrofie)
- 30-35 gram/dag
Ziektebeeld
- In de zwangerschap verminderde buikomtrek
- Oligohydramnion, doordat de nieren minder doorbloed worden
- Bij doppler flow meting een afname van de placentaire doorbloeding (met name
afwijkingen in de diastolische doorbloeding) en een toename in hersendoorbloeding
- Minder leven voelen
- Mager kind
- Weinig subcutaan vet
- Dunne huid
- Ingevallen buik
- Spieren zijn atrofisch omdat de spieren minder doorbloed zijn
- Hoofd proportioneel groter dan het lichaam
Variabelen als pariteit, zwangerschapsduur, etniciteit (Turks en Marokkaanse kinderen zijn
gemiddeld iets zwaarder dan Nederlandse) en geslacht hebben invloed op de foetale groei.
Ook wordt het beïnvloed door omgevingsfactoren zoals: voeding en gebruik van toxische
stoffen van de moeder. Ook hormonen als insuline hebben invloed.
Bij FGR moet gedacht worden aan syndromale, chromosomale en infectieuze oorzaken,
echter staat placenta-insufficiëntie op de voorgrond. Hierbij kan redistributie van de foetale
circulatie optreden. Hierbij wordt de nierdoorstroming verminderd, waardoor er minder urine
wordt geproduceerd. Het gevolg hiervan is een vermindering van vruchtwater, dit kan
resulteren in een oligohydramnion. Er is een berekening voor het AFI. Een waarde tussen de
8 en 25 cm is normaal. < 5 cm is het een oligohydramnion. Om de differentiëren tussen
placenta-insufficiëntie of andere oorzaken wordt doppler onderzoek gedaan.
, Vroege groeirestrictie
In het 2e trimester geconstateerde groei onder de P5, is een vroege groeirestrictie. Deze
zwangeren moeten frequent onderzoek doen van de foetale groei. Vroege groeirestrictie
gaat vaak gepaard met maternale symptomen als pre-eclampsie.
Late groeirestrictie
De diagnose van late groeirestrictie is lastig, de foetus kan binnen de normen vallen maar
wel een afname van groeisnelheid hebben (afbuigen van de curve). Een afwijkende
C/P-ratio blijkt de gevoeligste methode te zijn voor het opsporen van late en milde
groeirestrictie.
Symmetrisch
Symmetrische groeivertraging houdt in dat zowel de AC, HC als FL te klein zijn. Om de
differentiëren tussen symmetrische en asymmetrische FGR wordt, naast het beoordelen van
de groeicurve, de verhouding tussen de HC en de AC (HC/AC-ratio) gebruikt. Ook het
TCD/AC-ratio kan worden gebruikt. Symmetrische groeirestrictie is vaak bij chromosomale
afwijkingen, intoxicaties, infecties, velamenteuze insertie en chronische maternale ziekten.
Vaak is de vroege groeirestrictie symmetrisch.
Asymmetrisch
Asymmetrische groeivertraging houdt in dat AC meer gaat achterlopen dan de HC. Dit komt
doordat de foetale lever in belangrijke mate de buikomvang bepaalt en als eerste in de groei
achterblijft bij onvoldoende placentafunctie.
De belangrijkste placenta afwijkingen:
- Maternaal: maternal vascular malperfusion
(MVM)
- Foetaal: fetal vascular malperfusion (FVM)
- Parenchym: inflammatory lesions including
villitis of unknown etiology (VUE)
Small for gestational age neonaten zijn neonaten
die onder de P10 zitten. Echter heeft niet elke
neonaat onder de P10 een groeirestrictie en zijn
dus niet pathologisch. Deze neonaten zijn kleiner
door biologische factoren.