1. Waar of niet waar? De gemanipuleerde variabele is zelfde
als afhankelijke variabele?
Antwoord: Dit is niet waar. De gemanipuleerde variabele is de
onafhankelijke variabele.
2. Waar of niet waar? Als twee variabelen consistent aan
elkaar gerelateerd zijn, kun je concluderen dat
verandering in de ene variabele de verandering in de
andere variabele te weeg brengen?
Antwoord: Niet waar. Als twee variabelen consistent gerelateerd zijn,
betekent dat niet dat ze verandering in elkaar te weeg brengen. Alleen
een experiment kan dit bepalen, hoe de relatie is. Er kan namelijk ook
sprake van toeval zijn of kans. Er kan een probleem zijn van een derde
variabele: die kan de relatie in stand houden. Je weet niet wat er aan de
hand is. Het kan dus ook door iets anders komen. De richting is ook een
punt: je weet ook niet welke variabele welke beïnvloed.
3. Is hier sprake van een
hoofdeffect en/of een interactie
effect?
Antwoord: Stap 1. Kijk eerst naar gemiddelde
scores van factor A: Gemiddeld 20 en 10.
Hoofdeffect A: Er gaan 10 punten af, dus
daarom is hier sprake van een hoofdeffect
voor factor A.
Stap 2. Kijk vervolgens naar gemiddelde scores factor B: gemiddeld 15 en
15. Blijft hetzelfde en daarom is er geen hoofdeffect voor factor B.
, Sprake van hoofdeffect? Nee gemiddeldes blijven hetzelfde.
Stap 3. Is er een interactie effect tussen deze twee variabelen? Er is 10
punten verschil in de gemiddeldes, in de tabel is dat ook overal 10 punten
verschil, dus geen interactie effect.
4. Waar of niet waar? Als de proefpersoon in een onderzoek
duidelijk ouder zijn in de ene conditie dan in de andere
groep, dan is leeftijd een storende variabele.
Antwoord: Dit is waar.
5. Wat is het voordeel en nadeel van een veld experiment
ten opzichte van een lab experiment?
Antwoord: Het voordeel is dat de externe validiteit hoog is, omdat het zich
afspeelt in een natuurlijke omgeving. Het nadeel is dat de interne validiteit
lager is, doordat het zich afspeelt in een natuurlijke setting is er minder
controle over de storende variabelen. Bovendien is het hier niet mogelijk
om mensen random toe te wijzen aan een groep.
6. Is hier sprake van een hoofdeffect en/of een interactie
effect?
Antwoord: Stap 1. Bekijk de gemiddeldes van
factor A: dit is 15 en 15. Er is dus geen verschil in
de scores, dus er is geen hoofdeffect voor factor
A.
Stap 2. Bekijk de gemiddeldes voor factor B: de
gemiddeldes zijn ook hier 15 en 15. Blijft zelfde,
dus geen hoofdeffect.
Stap 3. Is er een interactie effect? Er komt in de
tabel wel wat bij en af, terwijl in hoofdeffect +0 score (gelijk blijft) is. Er is
dus een score die niet verklaard kunnen worden op basis van de
hoofdeffecten alleen. Er is dus een interactie effect.