B1-K1-W5 reageert op onvoorziene en crisissituatie
WAT IS EEN ONVOORZIENE of CRISISSITUATIE
Een onvoorziene of crisissituatie is een situatie die anders loopt dan normaal
verwacht kan worden en het functioneren van een stelsel verstoort, waardoor je
adequaat moet handelen om een verdere escalatie te voorkomen .
Situatie waar ik heb gehandeld.
Een aanvaring tussen cliënt M. en J. waarbij M. vanuit niets agressief is geworden.
Client M. is een vrouw van 55 Jaar. Zij functioneert op de grens van licht/matig verstandelijk
beperkt niveau. Zij houdt sterk vast aan haar eigen planning en raakt van slag als deze door
anderen verstoord wordt. M. heeft moeite met oorzaak gevolg denken. Ze kan snel
geïrriteerd raken en kan in sommige situaties agressief worden.
Client J is een 75 jarige man met matig verstandelijk beperking . J.is een rustige man. Woont
ambulant en komt elke middag eten bij de woon voorziening. J. vindt het fijn om alleen in de
woonkamer te eten. Hij houdt niet van de drukte in de eetkamer.
De aanvaring:
Vrijdagmiddag had ik een kookmoment met een van de cliënten. Elke dag kookt iemand van
de begeleiding met één cliënt in de keuken van de gezamenlijke ruimte.
Client J. komt iedere dag rond 17:00. Hij gaat dan in de gezamenlijke woonkamer wachten
op het eten.( De woonkamer en de eetkamer zijn aparte ruimtes). Hij zat rustig de krant te
lezen.
Client M. kwam naar de keuken om te vragen of collega V. aanwezig was. Ik zei toen tegen
haar dat collega V. vandaag vrij was. Op een gegeven moment hoorde ik J. roepen dat
collega V. maandag weer werkt. Client M. werd vanuit niets heel erg boos en begon tegen J.
het volgende te schreeuwen : “Ik heb jou niks gevraagd, ik heb jou niks gevraagd!” J. zei
toen:” Ik zeg het gewoon.”
M. is agressief geworden en ging richting de woonkamer schreeuwend: ” Hou je bek anders
sla ik jou! ”
1
, B1-K1-W5 reageert op onvoorziene en crisissituatie
Ik was snel richting de woonkamer gerend om M. tegen te houden. Ik ging voor haar staan
en haar gezegd dat ze rustig moest blijven. Ze bleef me duwen om richting J. te gaan.
Ze bleef maar schreeuwen: “Ik sla je helemaal kapot. Je moet je bek houden. Ik heb jou niks
gevraagd!” Ik zei tegen M. dat ze zich moest beheersen en dat ze moest stoppen. Ze bleef
me maar duwen en wilde J. te lijf gaan.
Intussen was J. zo geschrokken dat hij begon te huilen. Hij wilde niet meer eten en wilde
weg gaan.
Ik zei met een rustige verlaagde stem tegen M. om te stoppen. En stuurde haar naar haar
appartement. Ze gehoorzaamde en ging terug naar haar appartement. Ze bleef vervolgens
wel nog even in haar tuin schreeuwen :” als ik jou weer zie sla ik jou kapot! “
Ik was toen bij J. gaan zitten om hem tot rust te proberen te brengen. Ik maakt hem
duidelijk dat hij niks fout had gedaan . Ik zei tegen hem dat hij zich niet slecht hoefde te
voelen.
Daarna had ik hem eten geserveerd. Hij was zo geschrokken en was zo gespannen dat hij
amper kon eten. Na het eten wilde J. niet alleen naar buiten lopen om terug naar huis te
gaan. Ik vergezelde hem naar buiten en toen pas durfde hij te vertrekken.
Na het gezamenlijke eten ben ik bij M. gaan checken of ze oké was. En zag dat ze intussen
weer tot rust was gekomen.
Later die avond kwam M. medicatie op het kantoor halen. Ze had er spijt van dat ze zo had
gereageerd. Ze vroeg aan mij of ik wel wist wat haar beperking was. En of ik wist dat ze af en
toe erg agressief kon worden. Ik antwoordde dat ik wel wist wat haar beperking was, maar
dat ik haar toch er op moest wijzen dat haar reactie zonder echte aanleiding en onnodig
agressief was geweest. J. had niks verkeerds gezegd.
Ze vertelde dat ze dacht dat haar felle reactie een deel te wijten was aan een ruzie die ze in
het verleden met hem had gehad. Hierdoor denkt ze steeds dat al zijn reacties tegenover
haar slecht bedoeld zijn.
Ze zei dat het haar speet dat ze zo had gereageerd.
Ze was daarna in het kantoor even blijven zitten kletsen en was daarna weer naar haar
appartement gegaan.
Ik maakte een React- melding om de agressieve gedrag van M. door te geven. Want het viel
onder grensoverschrijdend gedrag.
2
WAT IS EEN ONVOORZIENE of CRISISSITUATIE
Een onvoorziene of crisissituatie is een situatie die anders loopt dan normaal
verwacht kan worden en het functioneren van een stelsel verstoort, waardoor je
adequaat moet handelen om een verdere escalatie te voorkomen .
Situatie waar ik heb gehandeld.
Een aanvaring tussen cliënt M. en J. waarbij M. vanuit niets agressief is geworden.
Client M. is een vrouw van 55 Jaar. Zij functioneert op de grens van licht/matig verstandelijk
beperkt niveau. Zij houdt sterk vast aan haar eigen planning en raakt van slag als deze door
anderen verstoord wordt. M. heeft moeite met oorzaak gevolg denken. Ze kan snel
geïrriteerd raken en kan in sommige situaties agressief worden.
Client J is een 75 jarige man met matig verstandelijk beperking . J.is een rustige man. Woont
ambulant en komt elke middag eten bij de woon voorziening. J. vindt het fijn om alleen in de
woonkamer te eten. Hij houdt niet van de drukte in de eetkamer.
De aanvaring:
Vrijdagmiddag had ik een kookmoment met een van de cliënten. Elke dag kookt iemand van
de begeleiding met één cliënt in de keuken van de gezamenlijke ruimte.
Client J. komt iedere dag rond 17:00. Hij gaat dan in de gezamenlijke woonkamer wachten
op het eten.( De woonkamer en de eetkamer zijn aparte ruimtes). Hij zat rustig de krant te
lezen.
Client M. kwam naar de keuken om te vragen of collega V. aanwezig was. Ik zei toen tegen
haar dat collega V. vandaag vrij was. Op een gegeven moment hoorde ik J. roepen dat
collega V. maandag weer werkt. Client M. werd vanuit niets heel erg boos en begon tegen J.
het volgende te schreeuwen : “Ik heb jou niks gevraagd, ik heb jou niks gevraagd!” J. zei
toen:” Ik zeg het gewoon.”
M. is agressief geworden en ging richting de woonkamer schreeuwend: ” Hou je bek anders
sla ik jou! ”
1
, B1-K1-W5 reageert op onvoorziene en crisissituatie
Ik was snel richting de woonkamer gerend om M. tegen te houden. Ik ging voor haar staan
en haar gezegd dat ze rustig moest blijven. Ze bleef me duwen om richting J. te gaan.
Ze bleef maar schreeuwen: “Ik sla je helemaal kapot. Je moet je bek houden. Ik heb jou niks
gevraagd!” Ik zei tegen M. dat ze zich moest beheersen en dat ze moest stoppen. Ze bleef
me maar duwen en wilde J. te lijf gaan.
Intussen was J. zo geschrokken dat hij begon te huilen. Hij wilde niet meer eten en wilde
weg gaan.
Ik zei met een rustige verlaagde stem tegen M. om te stoppen. En stuurde haar naar haar
appartement. Ze gehoorzaamde en ging terug naar haar appartement. Ze bleef vervolgens
wel nog even in haar tuin schreeuwen :” als ik jou weer zie sla ik jou kapot! “
Ik was toen bij J. gaan zitten om hem tot rust te proberen te brengen. Ik maakt hem
duidelijk dat hij niks fout had gedaan . Ik zei tegen hem dat hij zich niet slecht hoefde te
voelen.
Daarna had ik hem eten geserveerd. Hij was zo geschrokken en was zo gespannen dat hij
amper kon eten. Na het eten wilde J. niet alleen naar buiten lopen om terug naar huis te
gaan. Ik vergezelde hem naar buiten en toen pas durfde hij te vertrekken.
Na het gezamenlijke eten ben ik bij M. gaan checken of ze oké was. En zag dat ze intussen
weer tot rust was gekomen.
Later die avond kwam M. medicatie op het kantoor halen. Ze had er spijt van dat ze zo had
gereageerd. Ze vroeg aan mij of ik wel wist wat haar beperking was. En of ik wist dat ze af en
toe erg agressief kon worden. Ik antwoordde dat ik wel wist wat haar beperking was, maar
dat ik haar toch er op moest wijzen dat haar reactie zonder echte aanleiding en onnodig
agressief was geweest. J. had niks verkeerds gezegd.
Ze vertelde dat ze dacht dat haar felle reactie een deel te wijten was aan een ruzie die ze in
het verleden met hem had gehad. Hierdoor denkt ze steeds dat al zijn reacties tegenover
haar slecht bedoeld zijn.
Ze zei dat het haar speet dat ze zo had gereageerd.
Ze was daarna in het kantoor even blijven zitten kletsen en was daarna weer naar haar
appartement gegaan.
Ik maakte een React- melding om de agressieve gedrag van M. door te geven. Want het viel
onder grensoverschrijdend gedrag.
2