MO2 Services Management bijles
A. Theorie vraag
B. Casus vraag
C. Conclusie knopen
LEERDOELEN KENNEN Word letterlijk naar gevraagd
25% benoemen = Hoeft niet worden uitgelegd
40% beschrijven = in eigen woorden uitleggen met voorbeelden
40% toepassen = toepassen vanuit de casus. Theorie
, Leerdoel 1
Primaire sector – agrarische
Secundaire sector – industrie
Tertiaire sector – SERVICES Grootste sector
Komt doordat het inkomen toenemen, sociologische veranderingen
Er is meer plaats gekomen voor services.
Piramide van Maslow
Niet uit je hoofd kennen, wel toepassen
Hoe meer inkomen je hebt, hoe hoger je in de piramide komt.
In het begin koop je veel goederen, hoe meer je omhooggaat hoe meer het om de service
draait en niet meer om het product zelf.
Helemaal onderin koop je veel goederen en zal je weinig geld uitgeven aan services.
Als je veel geld verdiend zal je steeds meer omhooggaan en meer uitgeven aan services.
Niveaus en verschillende diensten
Basisbehoeften – sociale maatschappelijke dienstverlening
Veiligheid – medische services
Sociale behoeften – personal services
Erkenning – bancaire services
Zelfontplooiing – personal servies
Wat zijn goederen?
- Tastbaar
- Niet gelijktijdig (Hier gaat het over productie en consumptie vindt niet gelijktijdig plaats)
- Homogeen
Je weet van te voren hoe het eruit ziet want is altijd hetzelfde
- Niet-vergankelijk
Het kan in de voorraad gezet worden
Wat zijn diensten?
- Ontastbaar
- Gelijktijdig
- Heterogeen
Iedere klant is anders, kan van de omstandigheden afhangen
Dag in het pretpark de ene keer is het mooi/slecht weer
- Vergankelijk
Als de dienst is geweest is het ook vergaan. Kan niet meer opnieuw gebruikt worden later
A. Theorie vraag
B. Casus vraag
C. Conclusie knopen
LEERDOELEN KENNEN Word letterlijk naar gevraagd
25% benoemen = Hoeft niet worden uitgelegd
40% beschrijven = in eigen woorden uitleggen met voorbeelden
40% toepassen = toepassen vanuit de casus. Theorie
, Leerdoel 1
Primaire sector – agrarische
Secundaire sector – industrie
Tertiaire sector – SERVICES Grootste sector
Komt doordat het inkomen toenemen, sociologische veranderingen
Er is meer plaats gekomen voor services.
Piramide van Maslow
Niet uit je hoofd kennen, wel toepassen
Hoe meer inkomen je hebt, hoe hoger je in de piramide komt.
In het begin koop je veel goederen, hoe meer je omhooggaat hoe meer het om de service
draait en niet meer om het product zelf.
Helemaal onderin koop je veel goederen en zal je weinig geld uitgeven aan services.
Als je veel geld verdiend zal je steeds meer omhooggaan en meer uitgeven aan services.
Niveaus en verschillende diensten
Basisbehoeften – sociale maatschappelijke dienstverlening
Veiligheid – medische services
Sociale behoeften – personal services
Erkenning – bancaire services
Zelfontplooiing – personal servies
Wat zijn goederen?
- Tastbaar
- Niet gelijktijdig (Hier gaat het over productie en consumptie vindt niet gelijktijdig plaats)
- Homogeen
Je weet van te voren hoe het eruit ziet want is altijd hetzelfde
- Niet-vergankelijk
Het kan in de voorraad gezet worden
Wat zijn diensten?
- Ontastbaar
- Gelijktijdig
- Heterogeen
Iedere klant is anders, kan van de omstandigheden afhangen
Dag in het pretpark de ene keer is het mooi/slecht weer
- Vergankelijk
Als de dienst is geweest is het ook vergaan. Kan niet meer opnieuw gebruikt worden later