Hoofdstuk 2 Vraag
2.1) 4 vraagbepalende factoren
2.2) De behoefte van de consumenten bepaalt
2.3) Inzicht in de invloed van de prijs van een product op de vraag naar het product.
2.4) Invloed van de prijzen van anderen goederen op de vraag naar een goed
2.5) Inzicht in de invloed van het inkomen op de vraag naar een goed
Bij vraag en aanbod wordt onderscheid gemaakt je hebt individuele vraag en collectieve vraag.
Individuele vraag: De vraag van een individuele consument naar een product
Collectieve vraag: De vraag van alle consumenten gezamenlijk naar dat product.
De onderstaande 4 vraagbepalende factoren beïnvloeden de individuele vraag naar een product:
1. De behoefte Bedrijven moeten realiseren dat afnemers niet op zoeken zijn naar hun
product, ze zoeken een manier om in hun behoefte te voorzien.
2. De prijs van een product Consumenten hebben meer behoefte dan ze met hun inkomen
kunnen vervullen. Stijging van de prijs van een goed leidt tot een daling van de vraag naar dat
goed
3. De prijzen van andere goederen en diensten De vraag stijgt of daalt.
4. Het inkomen Hierdoor stijgt de vraag naar producten
Substitutie effect: De vraag naar een product daalt omdat het minder aantrekkelijk wordt. (het
verhogen van de prijs)
Inkomenseffect van prijsverandering: Verandering van het inkomen, hierdoor veranderd ook de prijs
van een product.
Afgeleide vraag: De vraag die uitgeoefend wordt door producenten.
De behoefte van consumenten worden bepaald door niet-economische factoren. Psychologische,
sociale-culturele factoren. Maar denk ook aan trends en demografische factoren.
Vraagfunctie: Geeft het verband weer tussen de vraag naar een product en de prijs ervan.
Een collectieve vraagfunctie is de optelsom van alle individuele vraagfuncties en toont daarmee het
verbrand tussen de prijs van een product en de totale vraag.
Vraagcurve: Grafische weergave van de vraagfunctie.
Bij een prijsdaling neemt de vraag naar een product toe, dit heeft 2 gevolgen:
1. Consument kan dan meer ervan kopen. Dit is het inkomenseffect van de prijsverandering.
2. Het wordt goedkoper dus aantrekkelijker voor de klant ten opzichte van andere. Hierdoor zal
de vraag toenemen. Dit is het Substitutie-effect van de prijsverandering.
Prijselasticiteit van de vraag: De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een goed veranderd ten
gevolge van een verandering van de prijs van dat goed.
Prijsinelastische vraag: De vraag stijgt dan procentueel minder dan het percentage waarmee de prijs
daalt.
2.1) 4 vraagbepalende factoren
2.2) De behoefte van de consumenten bepaalt
2.3) Inzicht in de invloed van de prijs van een product op de vraag naar het product.
2.4) Invloed van de prijzen van anderen goederen op de vraag naar een goed
2.5) Inzicht in de invloed van het inkomen op de vraag naar een goed
Bij vraag en aanbod wordt onderscheid gemaakt je hebt individuele vraag en collectieve vraag.
Individuele vraag: De vraag van een individuele consument naar een product
Collectieve vraag: De vraag van alle consumenten gezamenlijk naar dat product.
De onderstaande 4 vraagbepalende factoren beïnvloeden de individuele vraag naar een product:
1. De behoefte Bedrijven moeten realiseren dat afnemers niet op zoeken zijn naar hun
product, ze zoeken een manier om in hun behoefte te voorzien.
2. De prijs van een product Consumenten hebben meer behoefte dan ze met hun inkomen
kunnen vervullen. Stijging van de prijs van een goed leidt tot een daling van de vraag naar dat
goed
3. De prijzen van andere goederen en diensten De vraag stijgt of daalt.
4. Het inkomen Hierdoor stijgt de vraag naar producten
Substitutie effect: De vraag naar een product daalt omdat het minder aantrekkelijk wordt. (het
verhogen van de prijs)
Inkomenseffect van prijsverandering: Verandering van het inkomen, hierdoor veranderd ook de prijs
van een product.
Afgeleide vraag: De vraag die uitgeoefend wordt door producenten.
De behoefte van consumenten worden bepaald door niet-economische factoren. Psychologische,
sociale-culturele factoren. Maar denk ook aan trends en demografische factoren.
Vraagfunctie: Geeft het verband weer tussen de vraag naar een product en de prijs ervan.
Een collectieve vraagfunctie is de optelsom van alle individuele vraagfuncties en toont daarmee het
verbrand tussen de prijs van een product en de totale vraag.
Vraagcurve: Grafische weergave van de vraagfunctie.
Bij een prijsdaling neemt de vraag naar een product toe, dit heeft 2 gevolgen:
1. Consument kan dan meer ervan kopen. Dit is het inkomenseffect van de prijsverandering.
2. Het wordt goedkoper dus aantrekkelijker voor de klant ten opzichte van andere. Hierdoor zal
de vraag toenemen. Dit is het Substitutie-effect van de prijsverandering.
Prijselasticiteit van de vraag: De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een goed veranderd ten
gevolge van een verandering van de prijs van dat goed.
Prijsinelastische vraag: De vraag stijgt dan procentueel minder dan het percentage waarmee de prijs
daalt.