Normale ontwikkeling
Feldman I
Ontwikkeling = Interactieproces tussen rijping en leren
5 invalshoeken:
- Evolutionaire
- Leertheoretische
- Cognitieve
- Psychoanalytische
- Humanistische
- Contextuele
H2 Theoretische perspectieven en onderzoek
2.1.1 Het psychodynamisch perspectief
= Benadering van ontwikkeling waarbij men ervan uitgaat dat gedrag gemotiveerd wordt
door innerlijke krachten, herinneringen en conflicten waarvan een persoon zich
nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft
Psychoanalyse van Freud
Freud gaat ervan uit dat de onbewuste krachten bepalend zijn voor iemands
persoonlijkheid en gedrag. Volgens Freud heeft elke persoonlijkheid drie aspecten:
Id = Het primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de persoonlijkheid dat
aanwezig is bij de geboorte
Ego = Het rationele en redelijke deel van de persoonlijkheid
Superego = Aspect van de persoonlijkheid dat iemands geweten vertegenwoordigt en
het onderscheid belichaamt tussen goed en kwaad
Freud ontwikkelde ook een theorie over de manier waarop die persoonlijkheid zich tijdens
de kindertijd vormt:
Psychoseksuele ontwikkeling = Een aantal fasen die kinderen doorlopen waarin genot of
bevrediging, steeds meer gericht is op een andere biologische functie en een ander deel
van het lichaam
Fixatie = Gedrag dat in een eerdere ontwikkelingsfase is blijven steken als gevolg van
een onopgelost conflict
De psychosociale theorie van Erikson
Volgens Erikson worden mensen zowel gevormd als belemmerd door hun samenleving en
hun cultuur. Volgens Erikson is in elk stadium sprake van een crisis of een conflict dat het
individu moet oplossen
Psychosociale ontwikkeling = Benadering van ontwikkeling die de veranderingen omvat in
de manier waarop we aankijken tegen onze interacties met anderen, tegen het gedrag
van anderen en tegen onszelf als leden van de maatschappij
2.1.2 Het behavioristisch perspectief
Watson was ervan overtuigd dat we de ontwikkeling van een kind volledig kunnen
begrijpen door zorgvuldig te kijken naar de stimuli die zijn omgeving vormen
Behavioristisch perspectief = Benadering van ontwikkeling waarbij men ervan uitgaat dat
waarneembaar gedrag en externe stimuli in de omgeving cruciaal zijn voor het begrijpen
van de ontwikkeling van het individu
Bestudeerd de mens volledig van buitenaf, met de nadruk op waarneembare feiten
Klassieke conditionering = Een vorm van leren waarbij een organisme op een bepaalde
manier leert reageren op een neutrale stimulus die de respons normaal gesproken niet
uitlokt
, Operante conditionering = Een vorm van leren waarbij een vrijwillige respons versterkt of
verzwakt wordt, afhankelijk van zijn associatie met positieve of negatieve consequenties
Individuen leren doelbewust reageren op hun omgeving
Gedragsmodificatie = Een formele techniek om de frequentie van gewenst gedrag te
verhogen en de frequentie van ongewenst gedrag te verlagen
De sociaal-cognitieve leertheorie
Volgens Bandura kan een aanzienlijk deel van ons leren worden verklaard door de
sociaal-cognitieve leertheorie
Sociaal-cognitieve leertheorie = Benadering van ontwikkeling waarin de nadruk ligt op
leren door het gedrag van een ander persoon (model) te observeren
2.1.3 Het cognitief perspectief
Cognitief perspectief = Benadering van ontwikkeling die zich richt op de processen die
mensen in staat stellen de wereld te leren kennen, te begrijpen en erover na te denken
De cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget
Piaget meende dat alle mensen in een vaste volgorde een reeks universele cognitieve
ontwikkelingsstadia doorlopen. Volgens hem neemt niet alleen de kwantiteit van de
informatie in elk stadium toe, maar verandert ook de kwaliteit van onze kennis en ons
begrip. Piaget meende dat het menselijk denken is opgebouwd uit schema’s
Schema’s = Georganiseerde mentale patronen die bepaalde gedragingen of acties
vertegenwoordigen
Twee basisprincipes:
Assimilatie = Proces warbij mensen een ervaring interpreteren binnen hun huidige
cognitieve ontwikkelingsstadium en denkwijze
Accommodatie = Proces dat bestaande manieren van denken verandert in reactie op
nieuwe stimuli of gebeurtenissen
Informatieverwerkingstheorie
Psychologen gaan er bij de benadering van informatieverwerking van uit dat kinderen net
als computers een beperkt vermogen hebben om informatie te verwerken
Informatieverwerkingstheorie = Benadering van cognitieve ontwikkelingen waarbij men
probeert te achterhalen op welke manieren mensen informatie opnemen, gebruiken en
opslaan
Cognitieve neurowetenschap
Cognitieve neurowetenschappers proberen de daadwerkelijke locaties en functies binnen
de hersenen te achterhalen, die verband houden met verschillende soorten cognitieve
activiteit
Cognitieve neurowetenschap = Benadering van cognitieve ontwikkeling die zich richt op
de manier waarop hersenprocessen gerelateerd zijn aan cognitieve activiteit
2.1.4 Het systemisch perspectief
= Het perspectief dat kijkt naar de relatie tussen individuen en hun fysieke, cognitieve,
persoonlijkheids- en sociale wereld
Bio-ecologisch model van Bronfenbrenner
Volgens Bronfenbrenner kunnen we ontwikkeling niet volledig begrijpen als we niet in
ogenschouw nemen hoe een persoon in elk van deze niveau past:
- Het microsysteem (dagelijkse, directe omgeving)
- Het mesosysteem (connecties tussen aspecten van microsysteem)
- Het exosysteem (algemenere invloeden)