Handboek organisatie en
management
Auters: Dam, N., Marcus, J.
, Inhoudsopgave
Lesweek 1………………………………………………………………………………………………………………… Pag. 3
Lesweek 2………………………………………………………………………………………………………………… Pag. 9
Lesweek 3………………………………………………………………………………………………………………… Pag. 20
Lesweek 4………………………………………………………………………………………………………………… Pag. 25
Lesweek 5………………………………………………………………………………………………………………… Pag. 33
Lesweek 6………………………………………………………………………………………………………………… Pag. 41
Lesweek 7………………………………………………………………………………………………………………… Pag. 53
Lesweek 8………………………………………………………………………………………………………………… Pag. 68
Lesweek 9………………………………………………………………………………………………………………… Pag. 78
Lesweek 10………………………………………………………………………………………………………………. Pag. 103
2
, Lesweek 1
• Wat is een:
Organisatie: Een groep mensen die een gezamenlijk
doel nastreven
Bedrijven: organisaties die producten of diensten
produceren
Ondernemingen: bedrijven die winst nastreven
• Wat is organisatiekunde?
Een interdisciplinaire wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het
gedrag van organisaties alsmede de factoren die dit gedrag bepalen en de wijze
waarop organisaties het meest doeltreffend bestuurd kunnen worden.
Eigen woorden: een wetenschap die zich bezighoudt met het functioneren van een
bedrijf/organisatie. Hierbij wordt rekening gehouden met de manieren waarop een
organisatie bestuurd kan worden. Bij organisatiekunde wordt er gekeken op welke wijze een
organisatie het meest effectief bestuurd kan worden.
3
, • Denkrichtingen en persoonlijkheden
➢ Voor industriële revolutie (400 v Chr. –
1900 na Chr.)
➢ Taylor – Scientific Management (+ 1900)
➢ Henry Fayol – General Management (+ 1900)
➢ Max Weber – bureaucratie (+ 1940)
➢ Elton Mayo – Human Relations
Beweging (+ 1945)
➢ Rensis Likert – Revisionisme (1950)
➢ Kenneth Boulding – systeembenadering
(+ 1950)
➢ Paul Lawrence en Jay Lorsch –
contigentiebenadering (+ 1965)
• Taylor – Scientific Management (+- 1900)
Taylor is de grondlegger van de systematische en bedrijfskundige benadering voor de wijze
waarop de productie georganiseerd zou moeten worden. Een bedrijfsleider mag zich niet
opstellen als slavendrijver, maar moet een bredere visie hebben op zijn taken.
De hoofdpunten van het scientific management zijn:
1. Wetenschappelijke analyse van werkzaamheden en uitvoeren van bewegingsstudies
2. Vergaande taakverdeling en training van arbeiders
3. Hechte en vriendschappelijke samenwerking tussen leiding en arbeiders
4. Bedrijfsleiders verantwoordelijk voor analyseren van en zoeken naar werkmethoden en
het scheppen van arbeidsvoorwaarden
5. Juiste man op de juiste plaats door zorgvuldige selectie
6. Invoeren van prestatiebeloning met als doel te komen tot lagere productiekosten
8 bazenstelsel van Taylor: volgens Taylor zouden deze 8 taken door een aparte functionaris
uitgevoerd moeten worden om beter leiding te geven over een productieafdeling of
werkplaats.
1. Tijd & kosten 4. Werkvoorbereiding & 7. Technische leiding
uitgifte
2. Werkinstructies 5. Onderhoud 8. Personeelsbeheer
3. Bewerkingen & hun 6. Kwaliteitscontrole
volgorde
4
, • Henry Fayol – De genreral management-theorie (+- 1900)
Deze theorie van Fayol was vooral gericht op de hele organisatie, in tegenstelling tot de
Theorie van Taylor die zich vooral richtte op de productieafdeling.
General management-theorie legt verbanden tussen de managementgebieden en
managementtaken.
Managementgebieden: Managementtaken:
1. Technisch 1. Plannen of vooruitzien
2. Commercieel 2. Organiseren
3. Financieel 3. Bevel voeren
4. Zelf beschermend 4. Coördineren
5. Boekhouding 5. Controleren
6. Besturing
• Max Weber – De theorie van de bureaucratie (+- 1920)
Taylor richt zich op productiebedrijven, Fayol op het management in het algemeen en Max
Weber heeft zich beziggehouden met de overheidsorganisaties en grote bedrijven vanuit
een sociologische invalshoek.
Grote organisaties hadden volgens Weber in zijn tijd de volgende kenmerken
1. Sterk doorgevoerde taakverdeling
2. Hiërarchische bevelstructuur
3. Nauwkeurig afgebakende bevoegdheden en verantwoordelijkheden
4. Onpersoonlijke relaties tussen functionarissen
5. Werving op basis van bekwaamheden en kennis
6. Bevordering en beloning op basis van objectieve criteria en procedures
7. Uitvoering van werkzaamheden volgens vaste routineregels
8. Gegevens zijn vastgelegd in schriftelijke stukken
9. De macht van functionarissen is aan restricties gebonden, ook van hoge functionarissen.
5