Hoorcollege leisure
Door: Simon de Wijs
Vragen oefenen voor de VGT + antwoorden:
1. B rest-definitie van vrijetijd, objectieve benadering van leisure.
2. C rol ouders opvoeding/ontwikkeling
3. C deviant gedrag = afwijkend gedrag
4. C affectief/conatief/cognitief, weten is cognitief.
5. B Knulst drie kapitalen van Bourdieu horen bij middelen en beperkingen.
6. C veiligheid hangt niet samen met stimulus vermijdende dimensie
7. A pure leisure: moet interne motivatie zijn, film kijken om daadwerkelijk de film te kijken.
Leren voor VGT is extrinsiek. Werken voor gezondheid is ook extrinsieke motivatie.
8. A pre-exposure fase Goossens & Mazursky -> nadenken over mogelijk bezoek.
9. B flow; Bridge spelen en vaardigheden gebruiken om mensen te verslaan.
10. B herverdelingsfunctie/allocatiefunctie/stabilisatiefunctie overheid subsidiëren
11. A reistijd inkorten = actieradius vergroten
12. B de-contextualisering; strand in centrum van Berlijn
13. C (in)direct/herverdelingseffect van leisure
14. B niet-plaatsgebonden en passief = games
15. B schaarste van hier en nu = Adidas pop-up store
Pure leisure:
1. (ervaren) keuzevrijheid
2. Type motivatie = intrinsiek
Flow:
1. Uitdaging vs. activiteit moet in balans zijn.
2. Emotionele betrokkenheid
3. Volledig in activiteit opgaan
Functies overheid:
1. Herverdelingsfunctie: arme betalen minder belasting dan de rijken. Welvaart herverdelen.
2. Allocatiefunctie: subsidiëren
3. Stabilisatiefunctie: crisispakketten maken om de economie stabiel te houden.
Actieradius is de bereidheid vanuit de persoon naar de activiteit.
Verzorgingsgebied is kijkend vanuit het aanbod.
Secularisering: afname van kerk/geloof, sommigen geloven dat subculturen nieuwe geloven zijn.
Gentrification: opknappen van oude stadswijken.
De 4 effecten: indirect (door het bepaalde evenement gaat een restaurant beter lopen), direct (winst
maken), extern (milieu etc.) en herverdelingseffect (door een nieuw event te organiseren gaan er
veel mensen weg van een ander event om het nieuwe te bezoeken)
Door: Simon de Wijs
Vragen oefenen voor de VGT + antwoorden:
1. B rest-definitie van vrijetijd, objectieve benadering van leisure.
2. C rol ouders opvoeding/ontwikkeling
3. C deviant gedrag = afwijkend gedrag
4. C affectief/conatief/cognitief, weten is cognitief.
5. B Knulst drie kapitalen van Bourdieu horen bij middelen en beperkingen.
6. C veiligheid hangt niet samen met stimulus vermijdende dimensie
7. A pure leisure: moet interne motivatie zijn, film kijken om daadwerkelijk de film te kijken.
Leren voor VGT is extrinsiek. Werken voor gezondheid is ook extrinsieke motivatie.
8. A pre-exposure fase Goossens & Mazursky -> nadenken over mogelijk bezoek.
9. B flow; Bridge spelen en vaardigheden gebruiken om mensen te verslaan.
10. B herverdelingsfunctie/allocatiefunctie/stabilisatiefunctie overheid subsidiëren
11. A reistijd inkorten = actieradius vergroten
12. B de-contextualisering; strand in centrum van Berlijn
13. C (in)direct/herverdelingseffect van leisure
14. B niet-plaatsgebonden en passief = games
15. B schaarste van hier en nu = Adidas pop-up store
Pure leisure:
1. (ervaren) keuzevrijheid
2. Type motivatie = intrinsiek
Flow:
1. Uitdaging vs. activiteit moet in balans zijn.
2. Emotionele betrokkenheid
3. Volledig in activiteit opgaan
Functies overheid:
1. Herverdelingsfunctie: arme betalen minder belasting dan de rijken. Welvaart herverdelen.
2. Allocatiefunctie: subsidiëren
3. Stabilisatiefunctie: crisispakketten maken om de economie stabiel te houden.
Actieradius is de bereidheid vanuit de persoon naar de activiteit.
Verzorgingsgebied is kijkend vanuit het aanbod.
Secularisering: afname van kerk/geloof, sommigen geloven dat subculturen nieuwe geloven zijn.
Gentrification: opknappen van oude stadswijken.
De 4 effecten: indirect (door het bepaalde evenement gaat een restaurant beter lopen), direct (winst
maken), extern (milieu etc.) en herverdelingseffect (door een nieuw event te organiseren gaan er
veel mensen weg van een ander event om het nieuwe te bezoeken)