Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Oefenvragen Palet van de Psychologie

Rating
4.5
(8)
Sold
15
Pages
22
Uploaded on
19-01-2016
Written in
2013/2014

Oefenvragen van het boek Palet van de psychologie van het vak Stromingen in de psychologie

Institution
Course

Content preview

Hoofdstuk 1

1. In het biopsychosociale model wordt bij het verklaren van gedrag
benadrukt dat:

A. je rekening moet houden met biologische, psychische en sociale
factoren, maar dat in de psychologie de psychische factoren de
grootste invloed hebben.

B. biologische, psychische en sociale factoren een evenredige invloed
op gedrag uitoefenen.

C. biologische, psychische en sociale factoren van invloed zijn op
gedrag, maar dat de onderlinge ‘krachtsverhoudingen’ variëren
afhankelijk van het gedrag.

2. In kader 1 wordt geschreven dat uit een Amerikaans onderzoek bleek, dat
oudere mensen veel minder vaak in hun leven depressief waren geweest
dan jongere mensen. Als je op dit verschijnsel het biopsychosociale model
toepast, welke van de drie factoren moet dan de meeste nadruk krijgen
om dit onderzoeksresultaat te verklaren?

A. De psychische factor.

B. De sociale factor.

C. De biologische factor.

3. In hoofdstuk 1 werden drie wetenschappelijke methoden uit de
psychologie en de hulpverlening besproken. Stel dat een jongere last heeft
van raadselachtige paniekaanvallen. Opeens zijn ze er en opeens zijn ze
ook weer voorbij. Een psychotherapeut kan proberen de jongere wat
rustiger te maken door ontspanningsoefeningen aan te leren, waardoor de
paniekaanvallen minder heftig worden. Op welke methode is deze
interventie dan gebaseerd?

A. Verklaren.

B. Interpreteren.

C. Begrijpen (verstehen).

4. Een psychotherapeut heeft een man in therapie die zich maar moeilijk kan
binden. Elke keer als hij een relatie heeft, zorgt hij er (onbewust) voor dat
het nooit wat wordt. De therapeut zegt tijdens een van de gesprekken dat
hij de indruk heeft dat dit gedrag veroorzaakt wordt doordat de man als
kind ongewenst was en zich nooit goed gehecht heeft aan zijn moeder.
Welk verklaringsmodel gebruikt de therapeut hier?

A. Het betekenisgerichte verklaringsmodel.

B. Het lineair causale verklaringsmodel.

, C. Het circulair causale verklaringsmodel.

5. Iemand die kinderen heeft opgevoed kent de leuke periode waarin een
kind leert wat een geheimpje is. Tot een jaar of drie is het voor een kind
moeilijk om een geheimpje te bewaren. Het kan bijvoorbeeld zeggen: “Ik
heb een geheimpje, ik mag het niet vertellen, maar..” en dan wordt het
geheimpje toch verklapt. Als het kind ouder wordt lukt het hem wel om
een geheimpje te bewaren. Hij snapt nu beter wat de essentie van een
geheimpje bewaren inhoudt. Anders geformuleerd: zijn verstandelijke
(cognitieve) vermogens zijn gegroeid. Met welk mensbeeld kun je het
beste naar dit verschijnsel kijken?

A. Het organistische mensbeeld.

B. Het mechanistische mensbeeld.

C. Het personalistische mensbeeld.

6. In onze huidige maatschappij is het voorschrijven en innemen van
psychofarmaca (medicatie om psychische stoornissen te behandelen)
enorm toegenomen. De meeste psychofarmaca stimuleren of remmen de
productie van bepaalde hersenstofjes. Welk (impliciet) mensbeeld ligt ten
grondslag aan deze behandeling?

A. Het organistische mensbeeld.

B. Het mechanistische mensbeeld.

C. Het personalistische mensbeeld.

7. Een leerkracht werkt met lastige pubers. Op een cursus heeft hij een
nieuwe lesmethode geleerd waarmee hij goed de orde kan handhaven in
zijn groep. Tijdens een teamvergadering worden nieuwe ontwikkelingen in
het onderwijs besproken. Hierbij valt ook het begrip ‘evidence based’
(bewezen effectief). De leerkracht vertelt zijn ervaringen met de nieuwe
lesmethode aan zijn collega’s en beweert deze bewijzen dat zijn
lesmethode ‘bewezen effectief’ is. Heeft de leerkracht gelijk?

A. Dat ligt eraan, als de leerlingen het met hem eens zijn, dan kan hij
wel eens gelijk hebben.

B. Ja, de leerkracht heeft gelijk. Dat de methode werkt, betekent dat
deze ‘bewezen effectief’ is.

C. Nee, de leerkracht heeft geen gelijk, of iets ‘bewezen effectief’ is
wordt niet bepaald door individuele ervaringen.

8. Uit de geschiedenis van theoretische stromingen in de psychologie is af te
leiden dat:

A. de stromingen een kort leven hebben en snel door nieuwe
stromingen worden opgevolgd.

, B. de stromingen op elkaar reageren.

C. de stromingen een zelfstandige koers volgen en zich niets van
elkaar aantrekken.

9. Theoretische stromingen zijn het beste te typeren als:

A. richtlijnen over hoe een hulpverlener of opvoeder moet handelen.

B. referentiekaders waarmee gedrag geïnterpreteerd kan worden.

C. verklaringen van het ontstaan van gedrag.

10.Een meisje van 8 jaar oud blijkt grote aanleg te hebben voor zwemmen. Ze
wil graag op een zwemvereniging. De ouders vinden dat prima. Na enige
maanden worden zij gebeld door de jeugdtrainer. Hun dochter blijkt
inderdaad grote aanleg te hebben en de trainer voorspelt haar een grote
toekomst. De trainer weet echter ook uit ervaring dat aanleg niet het
enige is dat telt. Om te slagen heb je doorzettingsvermogen nodig, steun
van de ouders en van school. Hij wil daar met de ouders over praten. Als je
het biopsychosociale model toepast op dit voorbeeld, welke van
onderstaande alternatieven is daarvan de correcte toepassing?

A. De aanleg van het meisje is een voorbeeld van een biologisch
aspect, haar doorzettingsvermogen is een voorbeeld van een
psychisch aspect en de steun van ouders en school zijn voorbeelden
van sociale aspecten.

B. Het doorzettingsvermogen van het meisje is een voorbeeld van
een biologisch aspect, haar aanleg is een voorbeeld van een
psychisch aspect en de steun van ouders en school zijn voorbeelden
van sociale aspecten.

C. De aanleg en het doorzettingsvermogen van het meisje zijn
voorbeelden van biologische aspecten, steun van de ouders is een
voorbeeld van een psychisch aspect en steun van de school is een
voorbeeld van een sociaal aspect.

11.In het dynamisch denken wordt benadrukt dat:

A. de algemene systeemtheorie het meeste oplevert bij het
begrijpelijk maken van menselijk gedrag.

B. mensen die flexibiliteit als karaktertrek hebben het verder brengen
dan mensen die star zijn.

C. niet zo zeer de kenmerken van mensen van belang zijn, maar de
relaties tussen mensen onderling en mensen en hun omgeving.

12.De beste manier om met de verschillende mensbeelden uit de psychologie
om te gaan is:

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 19, 2016
Number of pages
22
Written in
2013/2014
Type
Exam (elaborations)
Contains
Only questions

Subjects

$4.18
Get access to the full document:
Purchased by 15 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing 7 of 8 reviews
6 year ago

7 year ago

8 year ago

8 year ago

8 year ago

9 year ago

9 year ago

4.5

8 reviews

5
5
4
2
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
thessavb Hanzehogeschool Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
204
Member since
13 year
Number of followers
157
Documents
7
Last sold
1 year ago

4.0

38 reviews

5
15
4
10
3
12
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions