DEELTENTAMEN 2
1
,Inhoudsopgave
Deeltentamen 1:
Week 1: Introductie …………………………………………………………………………. 3
Week 2: Media-effecten - Cultivatie theorie & Social Learning theorie …………………… 6
Week 3: Media-effecten - Media ecologie & Mediamythes ……………………………….. 10
Week 4: Mediagebruik - Uses and Gratifications ………………………………………….. 13
Week 5: Informatieverwerking en overtuiging - Elaboration Likelihood Model ………….. 15
Week 6: Gastcollege - Influencers …………………………………………………………. 17
Deeltentamen 2:
Week 8: Nieuwsproductie - Nieuwswaarden & Medialogica ……………………………… 19
Week 9: Invloed van nieuwsmedia - Agenda-setting & Framing ………………………….. 24
Week 10: Publieke opinie - Zwijgspiraal, Two-step flow & Third person effect ………….. 27
Week 11: Cultural studies …………………………………………………………………... 30
Week 12: Interpersoonlijke communicatie - SPT & SIPT …………………………....…….. 32
Week 13: Gastcollege - Filterbubbels ………………………………………………………. 37
2
,Deeltentamen 1:
Week 1: Introductie
Wat is communicatiewetenschap(pelijk onderzoek)?
- Overtuigen: Persuasieve (Marketing en communicatie)
- Organiseren: Corporate communicatie
- Entertainen: Entertainmentcommunicatie
- Informeren: Politieke communicatie & journalistiek
Corporate communicatie:
- Social media
- Reclame
- Marketing
- Communicatiemiddelen
Empirische cyclus:
Observatie Inductie Deductie Toetsing Evaluatie
Zender (productie, distributie) -> boodschap (inhoud) <- ontvanger (gebruik, interpretatie,
effecten)
Wat is het effect voor de maatschappij en voor het individu?
Wat is theorie?
“… a theory consists of a set of systematic, informed hunches about the way things work.”
Set of hunches: ideeën over een verklaring
Informed: rekening houdend met wat al bekend is
Systematic: specificatie van relaties tussen begrippen; hoe preciezer hoe beter
Metaforen
Net: we hebben theorieën nodig om de wereld te begrijpen
Lens: theorieën beïnvloeden hoe we bepaalde dingen zien, ze leggen nadruk op bepaalde
aspecten.
Map: we hebben theorieën nodig om ons te leiden; laten zien hoe dingen werken en hoe
dingen aan elkaar gerelateerd zijn.
Communicatiemodellen
Transmissiemodel -> krant, televisie, radio
Communicatie als een proces van het overbrengen van boodschappen
3
, Boodschap wordt bepaald door de zender
Ontvanger verwerkt deze boodschap zoals bedoeld is door de zender
Expressieve model -> concert
Communicatie als representatieve van gedeelde overtuigingen binnen een
maatschappij/groep Nadruk ligt op de uitvoering van de boodschap (zender)
Publiciteitsmodel -> advertenties, reclames etc.
Communicatie als middel voor het grijpen en behouden van aandacht Competitie tussen
zenders om aandacht van publiek.
Receptiemodel -> verschillende campagnes, maar ook persconferenties.
Communicatie als multi-interpretabel: door verschillen (sociale en culturele) tussen
ontvangers kan eenzelfde boodschap meerdere betekenissen krijgen
Met een bepaalde bedoeling
De tijd van de machtige media (circa 1930)
• Iedereen wordt bereikt
• Weerloze, passieve gebruikers
• Sterke (en slechte effecten)
• Uniforme effecten
-> “Magic bullet of hypodermic needle model"
Context:
1- Ontwikkeling van massamedia
2- Voorbeelden van sterke reacties op media
(Propaganda WW1, War of the Worlds (1938))
In communicatiemodellen is er interactie tussen ontvangers en zenders
En in theorieën, wordt er daadwerkelijk beschreven hoe iets werkt met bestaande informatie.
4