HOOFDSTUK 15: Motivatie
De link tussen motivatie en prestatie is duidelijk. Als LL gemotiveerd zijn om de leerstof van een
bepaald vakgebied te leren zullen hun prestaties in dat vakgebied waarschijnlijk goed zijn. Bij niet
gemotiveerde LL zullen hun prestaties waarschijnlijk beperkt zijn.
Wetenschappelijk onderzoek en theorie
Er worden 5 lijnen behandeld waarbij onderzoek en theorie samenkomen.
- Drive theorie:
De dynamica van motivatie kan worden omschreven in termen van twee concurrerende
‘drives’, krachten of drijfveren:
o Het streven naar succes;
o De angst om te falen.
LL die succes-georiënteerd zijn, zijn over het algemeen gemotiveerd om met nieuwe
opdrachten te beginnen vanwege verwachte emotionele beloningen. LL die situaties van
falen vermijden, zijn niet gemotiveerd om aan nieuwe opdrachten te beginnen omdat zij zich
bij falen een negatief effect op de hals halen. LL die situaties van falen vermijden, zouden
zelf-belemmerende vormen van aanpak kunnen ontwikkelen. Deze zelf-belemmerende
vormen van aanpak omvatten:
o Uitstellen;
o Het stellen van buitensporig hoge doelen die onhaalbaar zijn;
o Toegeven aan kleine zwakke punten of belemmeringen om een excuus te vinden
voor het falen.
- Attributietheorie:
Deze theorie vooronderstelt dat de wijze waarop LL de oorzaken van successen en falen
ervaren, meer bepalend is voor motivatie en volharding dan een succesoriëntatie of
vermijden van falen die zijn aangeleerd. Over het algemeen schrijven mensen hun succes toe
aan vier oorzaken:
o Bekwaamheid;
o Inspanning;
o Geluk;
o Moeilijkheidsgraad van de opdracht.
Van deze vier is inspanning het meest bruikbaar omdat de sterke overtuiging dat inspanning
de oorzaak is van succes, zich kan vertalen in de bereidheid om complexe opdrachten aan te
gaan en het een tijd vol te houden eraan te werken.
Eén van de belangrijkste kenmerken van de ‘attributentheorie’ is dat deze het accent legt op
de rol van inspanning bij het leveren van een prestatie.
De manier waarop iemand zijn succes of zijn falen verklaart is een aangeleerd kenmerk.
- Self-worth theorie:
Deze theorie is gebaseerd op de vooronderstelling dat het nastreven van zelfacceptatie één
van de hoogste menselijke prioriteiten is. Zelfacceptatie komt gewoonlijk tot uitdrukking als
acceptatie van iemands status in de directe omgeving of onder collega’s.
Het is begrijpelijk dat LL bekwaamheid vaak verwarren met waarde. Voor LL die al onzeker
zijn, is het koppelen van een waarde begrip aan bekwaamheid een riskante bezigheid, omdat
scholen een bedreiging voor hun bekwaamheid kunnen gaan vormen.
De zelfwaarderingstheorie voegt nog een ander aspect toe aan motivatie in de groep.
Wanneer het criterium voor zelfacceptatie in de groep is: ‘hoge leerprestaties t.o.v. anderen’,