Casus 2: Dhr./Mw. de Haas
Dhr./Mw. de Haas is een weduwnaar/weduwe die alleen in een flat in de wijk
Overvecht in Utrecht woont. Hij/zij heeft een dochter die een drukke baan heeft in
Maastricht. Dhr./Mw. heeft klachten door een traag werkende schildklier, hij/zij komt
hierdoor soms wat moeilijk op gang in de ochtend. Naast het moeilijk op gang komen
heeft hij/zij ook last van vermoeidheid en gewichtstoename. Deze klachten maken
hem/haar
onzeker. Dhr./Mw. heeft twee maanden geleden een suprapubische katheter
gekregen in verband met aanhoudende blaasretenties, dit versterkt de onzekerheid.
Dhr./Mw. zit hele dagen alleen thuis en spreekt dan niemand. Hierdoor voelt
Dhr./Mw. zich eenzaam. Dhr./Mw. is bekend met COPD, en start deze week voor het
eerst met inhalatie medicatie. Vandaag is de derde dag dat er een instructie gegeven
wordt over het inhaleren van de medicatie.
Student: Jij loopt stage bij de thuiszorg en gaat vandaag bij Dhr./Mw. de Haas langs.
Onderdeel 1: Verpleegtechnische handeling
Handeling: Het verzorgen van een suprapubische katheter en het vervangen van de
katheterzak
Benodigdheden:
1. Afvalzakje
2. Steriel drainkompres
3. Steriel non-woven kompres
4. Tape
5. Reinigende oplossing > Fysiologisch zout
6. Onsteriele handschoenen
7. Alcohol 70%
8. Kocher
9. Katheterzak
Voorbereiding:
1. Raadpleegt het zorgdossier en het voorschrift van de arts.
2. Stelt de identiteit van de patiënt vast en legt het doel van de handeling uit.
3. Zorgt voor privacy.
4. Brengt bed op de juiste werkhoogte, positioneert de patiënt.
5. Zorgt dat de patiënt veilig en comfortabel ligt.
Hanteert adequaat de werkwijze:
1. Wast/desinfecteert de handen
2. Trekt onsteriele handschoenen aan.
3. Verwijdert het oude verband en controleert verband.
4. Trekt de onsteriele handschoenen uit en gooit handschoenen en oude verband in
het afvalzakje.
5. Controleert insteekopening aan de hand van TIME én op lekkage.
6. Wast/desinfecteert de handen en opent de steriele materialen.
7. Open het flesje reinigingsvloeistof en giet de inhoud over de steriele gazen
8. Trekt onsteriele handschoenen aan.
9. Reinigt de insteekopening en de huid eromheen met de steriele gazen en laat
drogen.
10. Trekt de onsteriele handschoenen uit en gooit handschoenen in afvalzakje.
11. Wast/desinfecteert de handen.
12. Trekt schone onsteriele handschoenen aan.
13. Brengt de splitgazen aan en bevestigt deze met tape, rekening houdend met
, bewegingsvrijheid van de patiënt.
14. Trekt de handschoenen uit, gooit deze weg en ruimt de materialen op.
15. Wast/desinfecteert de handen.
16. Doet onsteriele handschoenen aan en bevestigt een kocher op de suprapubische
katheter (SPC).
17. Verwijdert de katheterzak en desinfecteert het uiteinde van de SPC met alcohol
70%.
18. Sluit een nieuwe katheterzak aan, verwijdert de kocher en hangt de katheterzak
lager dan de blaas.
19. Doet de onsteriele handschoenen uit en gooit deze in het afvalzakje.
20. Opent bedgordijnen en wast/desinfecteert de handen.
21. Geeft de patiënt de volgende instructie:
a. regelmatig iets drinken en de arts waarschuwen als het urineren pijnlijk wordt of
als de urine troebel wordt, gaat ruiken of bezinksel heeft.
22. Helpt de patiënt eventueel in een comfortabele houding en plaatst het bed op
laagste stand.
Handeling: Het gebruik van een saturatiemeter
Benodigdheden:
1. Saturatiemeter
2. Formulier ten behoeve van rapportage
Voorbereiding:
1. Identificeert de patiënt en legt de procedure uit.
2. Controleert werking saturatiemeter.
3. Observeert de patiënt vóór het toepassen van de meting.
4. Verwijdert (evt.) nagellak of kunstnagels.
Hanteert adequaat de werkwijze:
1. Wast/desinfecteert de handen.
2. Zet de saturatiemeter aan.
3. Brengt de saturatiemeter aan op de gekozen plaats.
4. Leest de saturatie (SpO2%) af op het digitale schermpje.
5. Beoordeelt de saturatie in relatie tot de vorige
saturatiegehaltes en wijzigingen in zuurstoftoediening.
6. Wast/desinfecteert de handen.
7. Rapporteert de bevindingen in het
patiëntendossier/controlelijst en trekt conclusie over de
gemeten waarde
Handeling: Het toedienen van inhalatiemedicatie met behulp van een voorzetkamer
Benodigdheden:
1. Dosis-aërosol
2. Inhalator
3. Papieren zakdoekjes
4. Glas/beker water
5. Bekkentje (voor kunnen uitspugen van het water bij patiënten die niet bij de
wastafel kunnen (komen)
6. Medicatieopdracht
Voorbereiding:
1. Gaat na of de patiënt bekend is met allergieën.
2. Controleert of de gegevens op de medicatieopdracht (naam
Dhr./Mw. de Haas is een weduwnaar/weduwe die alleen in een flat in de wijk
Overvecht in Utrecht woont. Hij/zij heeft een dochter die een drukke baan heeft in
Maastricht. Dhr./Mw. heeft klachten door een traag werkende schildklier, hij/zij komt
hierdoor soms wat moeilijk op gang in de ochtend. Naast het moeilijk op gang komen
heeft hij/zij ook last van vermoeidheid en gewichtstoename. Deze klachten maken
hem/haar
onzeker. Dhr./Mw. heeft twee maanden geleden een suprapubische katheter
gekregen in verband met aanhoudende blaasretenties, dit versterkt de onzekerheid.
Dhr./Mw. zit hele dagen alleen thuis en spreekt dan niemand. Hierdoor voelt
Dhr./Mw. zich eenzaam. Dhr./Mw. is bekend met COPD, en start deze week voor het
eerst met inhalatie medicatie. Vandaag is de derde dag dat er een instructie gegeven
wordt over het inhaleren van de medicatie.
Student: Jij loopt stage bij de thuiszorg en gaat vandaag bij Dhr./Mw. de Haas langs.
Onderdeel 1: Verpleegtechnische handeling
Handeling: Het verzorgen van een suprapubische katheter en het vervangen van de
katheterzak
Benodigdheden:
1. Afvalzakje
2. Steriel drainkompres
3. Steriel non-woven kompres
4. Tape
5. Reinigende oplossing > Fysiologisch zout
6. Onsteriele handschoenen
7. Alcohol 70%
8. Kocher
9. Katheterzak
Voorbereiding:
1. Raadpleegt het zorgdossier en het voorschrift van de arts.
2. Stelt de identiteit van de patiënt vast en legt het doel van de handeling uit.
3. Zorgt voor privacy.
4. Brengt bed op de juiste werkhoogte, positioneert de patiënt.
5. Zorgt dat de patiënt veilig en comfortabel ligt.
Hanteert adequaat de werkwijze:
1. Wast/desinfecteert de handen
2. Trekt onsteriele handschoenen aan.
3. Verwijdert het oude verband en controleert verband.
4. Trekt de onsteriele handschoenen uit en gooit handschoenen en oude verband in
het afvalzakje.
5. Controleert insteekopening aan de hand van TIME én op lekkage.
6. Wast/desinfecteert de handen en opent de steriele materialen.
7. Open het flesje reinigingsvloeistof en giet de inhoud over de steriele gazen
8. Trekt onsteriele handschoenen aan.
9. Reinigt de insteekopening en de huid eromheen met de steriele gazen en laat
drogen.
10. Trekt de onsteriele handschoenen uit en gooit handschoenen in afvalzakje.
11. Wast/desinfecteert de handen.
12. Trekt schone onsteriele handschoenen aan.
13. Brengt de splitgazen aan en bevestigt deze met tape, rekening houdend met
, bewegingsvrijheid van de patiënt.
14. Trekt de handschoenen uit, gooit deze weg en ruimt de materialen op.
15. Wast/desinfecteert de handen.
16. Doet onsteriele handschoenen aan en bevestigt een kocher op de suprapubische
katheter (SPC).
17. Verwijdert de katheterzak en desinfecteert het uiteinde van de SPC met alcohol
70%.
18. Sluit een nieuwe katheterzak aan, verwijdert de kocher en hangt de katheterzak
lager dan de blaas.
19. Doet de onsteriele handschoenen uit en gooit deze in het afvalzakje.
20. Opent bedgordijnen en wast/desinfecteert de handen.
21. Geeft de patiënt de volgende instructie:
a. regelmatig iets drinken en de arts waarschuwen als het urineren pijnlijk wordt of
als de urine troebel wordt, gaat ruiken of bezinksel heeft.
22. Helpt de patiënt eventueel in een comfortabele houding en plaatst het bed op
laagste stand.
Handeling: Het gebruik van een saturatiemeter
Benodigdheden:
1. Saturatiemeter
2. Formulier ten behoeve van rapportage
Voorbereiding:
1. Identificeert de patiënt en legt de procedure uit.
2. Controleert werking saturatiemeter.
3. Observeert de patiënt vóór het toepassen van de meting.
4. Verwijdert (evt.) nagellak of kunstnagels.
Hanteert adequaat de werkwijze:
1. Wast/desinfecteert de handen.
2. Zet de saturatiemeter aan.
3. Brengt de saturatiemeter aan op de gekozen plaats.
4. Leest de saturatie (SpO2%) af op het digitale schermpje.
5. Beoordeelt de saturatie in relatie tot de vorige
saturatiegehaltes en wijzigingen in zuurstoftoediening.
6. Wast/desinfecteert de handen.
7. Rapporteert de bevindingen in het
patiëntendossier/controlelijst en trekt conclusie over de
gemeten waarde
Handeling: Het toedienen van inhalatiemedicatie met behulp van een voorzetkamer
Benodigdheden:
1. Dosis-aërosol
2. Inhalator
3. Papieren zakdoekjes
4. Glas/beker water
5. Bekkentje (voor kunnen uitspugen van het water bij patiënten die niet bij de
wastafel kunnen (komen)
6. Medicatieopdracht
Voorbereiding:
1. Gaat na of de patiënt bekend is met allergieën.
2. Controleert of de gegevens op de medicatieopdracht (naam