Week 1:
-Chemisch evenwicht = Dynamisch evenwicht
-Dynamisch evenwicht:
>Zuur-base reactie komt altijd water bij kijken
>Uit een zuur komt altijd een geconjungeerde base (CH3COOH -> CH3COO-)
>Uit een geconjungeerde base komt een zuur
>Uit een base komt een geconjungeerde zuur
>Uit een geconjungeerde zuur komt een base
>De heengaande en teruggaande reactie vinden beiden plaats
>De reactiesnelheid van beide reacties is gelijk
>Vb: N2 + 3 H2 -> <- 2 NH3
*Start: alleen H2 en N2
~Of alleen NH3
*Omzetting: er wordt NH3 gevormd. Reactie gaat heen en terug
~Of er worden H2 en N2 gevormd. Reactie gaat heen en terug.
*Eind (= evenwicht): alle drie de stoffen zijn aanwezig en concentraties veranderen
netto niet meer
-Evenwichtsconstante K en evenwichtsvoorwaarde:
>De concentraties van de stoffen veranderen niet meer. (relatief)
>Boven de streep de stoffen van de rechter kan x elkaar
>Onder de streep de stoffen van de linkerkant
>Kc-> evenwichtsconstante chemische reactie
>[ ]->Concentraties in molair = mol/liter
-Evenwichtsvoorwaarde opstellen algemeen:
>cC + dD -> <- aA + bB
>Evenwichstconstante zegt iets over de verhouding van de producten en reactanten
>Kc heeft geen eenheid
>Alleen stoffen in gasfase (g) of opgelost (aq) komen in de evenwichtsvoorwaarde voor
-De belangrijkheid van K:
>Zijn er meer reactanten of producten:
*Bij een grote waarde voor K zijn er veel producten
*Bij een kleine waarde voor K zijn er veel reactanten
* K is groot als het 10^3 of hoger
Made by: Iris Gülcher
, -Relatie tussen K en de evenwichtstractie:
>Wanneer je de reactie omdraait, word d e evenwichsconstante omgekeerd
-Sterk zuur: splitst volledig in ionen (geen evenwichtsreactie)
-Zwak zuur: splitst onvolledig in ionen (evenwichtsreactie)
>Evenwichtsvoorwaarde-> (moleculen rechts * elkaar)/ (moleculen links * elkaar)
>Ka= zuurconstante (a van acid), mate voor sterkte van het zuur
>Hoe sterker het zuur, hoe meer van het zuur geïoniseerd is
*Hoe sterker het zuur, hoe meer de reactie naar rechts gaat en de concentraties aan
de rechterkant omhoog gaan. De Ka gaat dan omhoog.
>Hoe hoger de Ka, hoe sterker het zuur
>Hoe groter de Ka is, hoe kleiner de Kb is
>Hoe groter de Ka, hoe kleiner de pKa
>Het is pas echt een sterk zuur als de Ka groter dan 1 is
>pH hangt af van de hoeveelheid zuur dat je hebt
-Sterke base-> reactie zonder water (geen evenwichtsreactie)
-Zwakke base-> reactie met water tot een evenwichtsreactie
>Zwakke basen: de baseconstante Kb:
>Kb= baseconstante, mate voor sterkte van de base
-
Made by: Iris Gülcher