1. Normatieve functie
2. Geschiloplossende functie
3. Additionele functie
4. Instrumentele functie
4 rechtsbronnen:
1. De wet
2. Het verdrag
3. De jurisprudentie
4. De gewoonte
Interpretatiemethoden voor wetten:
1. Grammaticale interpretatiemethode
2. Wethistorische interpretatiemethode
3. Anticiperende interpretatiemethode
4. Rechtsvergelijkende interpretatiemethode
5. Systematische interpretatiemethode
6. Teleologische interpretatiemethode
7. Overige:
a. Precedenten interpretatiemethode
b. Interpretatie naar redelijkheid en billijkheid
Redeneerwijzen:
1. A-contrarioredenering
2. Redenering naar analogie
- Materieel recht: wat mag wel en niet
- Formeel recht: regels waaraan je moet houden om aan die rechten/plichten te voldoen
- Dwingend recht: mag je als burger niet van afwijken
- Aanvullend recht: mag je als burger wel van afwijken
- Objectief recht: geeft aan wat algemeen rechtens is/geheel van regels (privaat en
publiekrecht)
- Subjectief recht: recht van een individu op basis van het objectief recht
2 soorten overeenkomsten:
1. Wederkerige overeenkomst
2. Eenzijdige overeenkomst
Toch geen overeenkomst:
- Wilsdefect
- Wilsgebrek
o Dwaling
o Bedrog
o Bedreiging
o Misbruik van omstandigheden
, Overeenkomst kan in strijd zijn met:
1. Wet
2. Goede zeden
3. Openbare orde
Rechtsfeiten:
1. Rechtshandelingen
a. Meerzijdige
b. Eenzijdige
2. Feitelijke handelingen
a. Onrechtmatige daad
3. Blote rechtsfeiten
a. Overlijden, geboorte, AOW-leeftijd
2 categorieën handelingsonbekwame mensen:
1. Zij die onder curatele zijn gesteld
2. Zij die minderjarig zijn
Redelijkheid en billijkheid:
1. Aanvullende werking
2. Beperkende/derogerende werking
7 rechten (voor crediteur/het slachtoffer) na wanprestatie/tekortkoming: (NOVA)
1. Nakoming van hetgeen waartoe de wederpartij zich verplicht had;
2. Ontbinding van de overeenkomst;
3. Vervangende schadevergoeding;
4. Aanvullende schadevergoeding;
5. Nakoming, gecombineerd met aanvullende schadevergoeding;
6. Ontbinding, gecombineerd met aanvullende schadevergoeding;
7. Vervangende en aanvullende schadevergoeding.
3 opschortingsrechten:
1. Exceptio non adimpleti contractus (enac)
2. Onzekerheidsexceptie
3. Recht van retentie
Koop op proef 2 voorwaarden:
1. Ontbindende voorwaarde
2. Opschortende voorwaarde
Onrechtmatige daad:
1. Onrechtmatigheid
a. Inbreuk op een recht
b. Strijd met wettelijke plicht
c. Strijd met ongeschreven recht/zorgvuldigheidsnorm
2. Toerekening
a. Schuldaansprakelijkheid
b. Risicoaansprakelijkheid: wanneer de gevolgen van een bepaalde onrechtmatige daad
hem ‘gewoon’ worden toegerekend, zonder dat de schuldvraag van enig belang is.
3. Schade
a. Vermogensschade
b. Ander nadeel (immaterieel)