Als bepaalde partijen een overeenkomst (afspraak) maken, vloeien daar rechten en plichten uit
voort, verbintenissen.
Verbintenis
Een rechtsbetrekking tussen twee of meer partijen, op grond waarvan de ene persoon
tegenover de ander tot handelen of nalaten verplicht is, en die ander heeft recht op dit
handelen of nalaten > ontstaan van recht en plicht.
Verbintenis scheppende (obligatoire) overeenkomst
Afspraak tussen twee of meer personen waaruit een of meer verbintenissen (rechten en
plichten) voortkomen.
Wederkerige overeenkomst
Overeenkomst waarbij beide partijen ten minste zowel een recht verkrijgen als een plicht op
zich nemen.
(Koop-, huur-, arbeidsovereenkomst). De meeste overeenkomsten zijn wederkerig.
Eenzijdige overeenkomst
Overeenkomst waaruit slechts één verbintenis voortvloeit en waarbij dus de ene partij recht
krijgt en een andere een plicht heeft.
(Schenkingsovereenkomst)
2. Wanneer ontstaat er een overeenkomst?
- Meerdere partijen
- Wil en verklaring
- Aanbod en aanvaarding
Aanbod en aanvaarding (6:217)
Handelingen verricht door ten minste twee personen die tezamen leiden tot het ontstaan van
een overeenkomst.
Voor een overeenkomst is het ook nodig dat de wilsverklaringen van beide partijen met elkaar
overeenstemmen.
De overeenkomst ontstaat pas als de koper zijn wil om te verkopen verklaart en de wederpartij
de totstandkoming van deze overeenkomst eveneens wil en dat verklaart.
Een koper mag zijn bod alleen intrekken als:
- Het aanbod mag niet aanvaard zijn
- De aanbieder mag zijn bod niet onherroepelijk hebben gemaakt (termijn waarbinnen de
aanvaarding moet plaatsvinden
Onherroepelijk aanbod: bod dat niet meer kan worden ingetrokken omdat uitdrukkelijk een
termijn is gesteld waarbinnen het aanbod aanvaard kan worden.
3. Geen overeenkomst
Uitnodiging tot het doen van een aanbod; als de prijs nader overeen te komen is (n.o.t.k.).
Soms stelt een van de partijen zich op het standpunt dat geen overeenkomst tot stand is
gekomen, hoewel de wederpartij dit in eerste instantie wel dacht, twee categorieën:
- Wilsdefect
Rechtsfiguur die ertoe leidt dat geen overeenkomst tot stand komt, omdat iets verklaard is
dat niet is gewild. (33, 34, 35 boek 3 BW) De verklaring komt niet overeen met de wil.
Er komt wel een overeenkomst tot stand wanneer de wederpartij er in redelijkheid op
mocht vertrouwen dat verklaring van de wil van de andere partij wel met elkaar in
overeenstemming waren> wil- en vertrouwensleer.
Wil- en vertrouwensleer (3:33)
Leer waarbij ervan wordt uitgegaan, dat een verklaring die niet strookt met de wil, niet kan
leiden tot het tot stand komen van een overeenkomst.
Er komt alleen alsnog een overeenkomst tot stand als de wederpartij er in redelijkheid op
mocht vertrouwen dat er geen discrepantie bestond tussen de wil en verklaring.
Geestelijke stoornis (3:34)
Voor mensen met een geestelijke stoornis gaat artikel 33 niet op. Hun verklaring is vanwege
de geestelijke stoornis wel overeenkomstig met hun wil. Als iemand tijdens een geestelijke