Praktijkonderzoek in Zorg en Welzijn
Hoofdstuk 1, Een inleiding in praktijkonderzoek
§1.1 Een positiebepaling van praktijkonderzoek
Onderzoek doen is nauw verbonden met leren en ontwikkelen. Dit boek is gericht op het
doen van onderzoek vanuit een expliciet geformuleerde leerintentie.
Intentioneel leren: bewust via een bepaalde systematiek antwoord krijgen op vragen.
Het belang van een onderzoekende beroepshouding:
Professionals hebben te maken met een voortdurend veranderende beroepsomgeving. Een
onderzoekende houding is van belang om op een systematische en permanente wijze te
werken aan kennisontwikkeling. Reflecteren is van groot belang. Het helpt je bij het vormen
van oordelen en het nemen van beslissingen. Reflectie kan op drie niveaus:
1. Instrumenteel niveau: het zichtbare handelen
2. Substantieel niveau: de onderliggende uitgangspunten van het handelen.
3. Kritisch niveau: morele, ethische en andere normatieve overwegingen.
Hoofddoelen van onderzoek:
Er wordt een onderscheid gemaakt in drie doelen om onderzoek uit te voeren:
1. Het ontwikkelen of toetsen van een theorie.
2. Het toepasbaar maken van kennis een brede beroepscontext.
3. Antwoorden zoeken met als doel situaties beter begrijpen en zo nodig verbeteren.
Fundamenteel onderzoek: accent ligt op toetsing en ontwikkeling van theorie.
Toegepast onderzoek: accent ligt onderzoek dat tot de oplossing van een bepaald probleem
moet leiden.
Praktijkonderzoek: accent ligt op het begrijpen en/of verbeteren van de praktijk
(achtergronden en oorzaken van een probleem).
Onderzoeksbenaderingen:
Verschillende opvattingen over wat goed onderzoek is.
- Constructivistische benadering: er kunnen meerdere interpretaties van de
werkelijkheid naast elkaar bestaan. Je zoekt dus niet naar algemene wetmatigheden,
maar naar interpretaties van gebeurtenissen. Daardoor is er een sterke relatie tussen
de onderzoeksresultaten en de specifieke beroepscontext.
- Positivistische benadering: er bestaat maar een werkelijkheid, welke beschreven kan
worden aan de hand van algemene wetmatigheden. Je probeert factoren die de
wetmatigheden beïnvloeden uit te sluiten.
Dit boek gaat meer uit van de eerste benadering.
De definitie van praktijkonderzoek:
Internationaal zijn er verschillende definities in omloop. Hier:
‘Praktijkonderzoek in zorg en welzijn is onderzoek dat wordt uitgevoerd door zorg –en
dienstverleners, waarbij op systematische wijze in interactie met de omgeving antwoorden
verkregen worden op vragen die ontstaan in de eigen beroepspraktijk en gericht zijn op de
verbetering van de praktijk.’
Praktijkonderzoek kan gezien worden als participatief onderzoek, omdat het wordt uitgevoerd
in interactie met de omgeving. Dit zou te onderscheiden zijn in verschillende vormen met
twee overeenkomstige kenmerken:
1. Onderzoeker en onderzochten werken samen en zijn gelijkwaardig aan elkaar.
2. Kennisverwerving wordt direct aan de ontwikkeling en toetsing van nieuwe
handelingsmogelijkheden verbonden.
Ontwikkelings/ontwerponderzoek: als er sprake is van een interventie.
, Praktijkonderzoek en methodisch handelen:
Praktijkonderzoek moet relevant zijn voor de drie beroepscompetenties:
1. Werken met/voor cliënten.
2. Werken in en vanuit een arbeidsomgeving.
3. Werken aan professionaliteit en professionalisering.
Praktijkonderzoek wordt gezien als een methodiek voor leren en praktijkverbetering. Deze
redenen kunnen aanleiding zijn voor onderzoek.
In het methodisch handelen kunnen de volgende beweegredenen aanleiding geven voor
onderzoek:
- De situatiereden: inzicht willen verwerven in de situatie en de mate waarin een
bepaald handelen passend is.
- De doelreden: willen weten wat je als professional wilt bereiken en kunnen
beargumenteren waarom je dat belangrijk vindt (onderliggende visie en opvattingen).
- De empiriereden: willen toetsen van ervaringskennis over de effectiviteit van je
handelen.
- De theoriereden: kennis over je eigen praktijk vergroten door kennis over de situatie
elders.
§1.2 Kenmerken van praktijkonderzoek
Praktijkonderzoek als professionele leerstrategie:
Smith: onderzoek is niet los te zien van leren en veranderingen in de beroepspraktijk. Lokale
en handelingsgerichte kennis kan zich hierdoor ontwikkelen en integreren in de
beroepspraktijk. Het wordt gezien als leerstrategie, omdat het de dagelijkse beroepspraktijk
beter leert te begrijpen en verbeteren. Uitgangspunt is ervaringsleren. Om de relatie tussen
ervaringsleren en de praktijk duidelijk te maken wordt de leercyclus van Kolb gebruikt.
Praktijkonderzoek als ondersteuning in de besluitvorming:
Vooral bij terugkerende problemen en problemen die veel mensen aangaan kan het
verstandig zijn een onderzoeksmatige benadering te kiezen. Van Strien biedt hier een
systematische werkwijze voor. Regulatief (term) wordt hier gebruikt, omdat er sturend wordt
ingegrepen in de praktijk om een meer ideale situatie te creëren.
Regulatieve cyclus:
Probleemstelling diagnose plan ingreep evaluatie.
Met deze werkwijze wordt de kwaliteit van besluitvorming versterkt.
Reflectie en interactie:
Discourse community: een gemeenschap van taalgebruikers die zich van andere
gemeenschappen onderscheidt door de eigen manier van kennen en denken en eigen
waarde systeem.
Door steeds te reflecteren op de onderzoeksactiviteiten en opbrengsten zorg je dat deze
voor iedereen herkenbaar blijven.
De noodzaak van vakliteratuur:
Vakliteratuur zorgt voor het inzicht krijgen in het praktijkprobleem, het aanscherpen van de
onderzoeksvraag, kernbegrippen formuleren en het doelmatig verzamelen en analyseren
van data.
Participatie van belanghebbenden:
Bij praktijkonderzoek worden belanghebbenden actief bij het onderzoek betrokken. Het is
van belang draagvlak te creëren voor het onderzoek en mogelijke implementatie van de
resultaten.
De dubbelrol van de praktijkonderzoeker: