1. Wat zijn de invloeden van ziekte op seksuele ervaring?
Het lichaam wordt omtrent seksualiteit gezien als een bron van ontspanning en
plezier, terwijl bij een ziekte of handicap het lichaam juist gezien wordt als een bron
van ongemakken en problemen. Toch kan seksueel contact in geval van ziekte of
handicap werken als troost, als bevestiging dat er ondanks alles nog bij te horen en
nog beminnenswaardig te zijn. Seks helpt soms ook tegen pijn, het is een fysiek
ontspanningsmiddel en het kan een manier zijn om verwarrende emoties te
verwerken. Of seksualiteit nu vooral samen of solo is, toch is er een seksueel
systeem nodig dat goed functioneert. Het fysiologische niveau (willen, maar ook
kunnen), het intrapsychische niveau (ga ik er wel of niet in mee), en het inter-
psychische niveau (omgevingscondities, zoals veiligheid, waardering en respect). Pas
als iemand lichamelijk weer een beetje functioneert, komt de psychologische
verwerking aan bod en daarna komen pas sociale aspecten aan de orde en in het
kader daarvan de seksualiteit. De teruggang in capaciteiten voor opwinding,
orgasme en geslachtsgemeenschap is vooral afhankelijk van de fysiologische schade
die door ziekte of behandeling ontstaat. Daarentegen zijn de zin om te vrijen en de
(on)tevredenheid over het seksuele leven vooral afhankelijk van psychologische en
relatiefactoren.
De seksuele anamnese
Bij ziekte en handicap is die anamnese anders dan normaal, omdat er dan vaak
sprake is van fysieke verstoring en er dus extra gedetailleerd doorgevraagd zal
moeten worden naar fysiologische details. In de hulpverlening is het aan te bevelen
dat het praten over seksualiteit/het seksuele functioneren eigenlijk al vanaf het
eerste contact op de agenda komt te staan of dat het thema in ieder geval wordt
aangestipt. Het is aan de patiënt om te beslissen om daar wel of niet iets mee te
doen en ook op welk moment in de behandeling.
Bij een lichamelijke ziekte is de patiënt meestal gericht op overleven, er is nauwelijks
aandacht voor seksualiteit. Seks kan nochtans werken als troost, bevestiging er
ondanks alles nog bij te horen en beminnenswaardig te zijn. Seks werkt ontspannend
en helpt emoties te reguleren of verwerken. Het is belangrijk om seksualiteit
bespreekbaar te maken na een ingrijpende ziekte. Bij somatische ziektes is er een
hoge comorbiditeit met seksuele problemen: tussen de 50-70%. Ziektes hebben
lichamelijk invloed maar ook zeker invloed op psychosociale factoren.
,Therapievormen
Psychologische hulp
Psychologisch-seksuologische hulp in een medische setting is om pragmatische
redenen (tijd en effectiviteit) vaak gebaseerd op gedragstherapeutische principes.
Ook maakt men vaak gebruik van directieve therapievormen, waarbij richtlijnen of
opdrachten mee worden gegeven. Een bekende directieve therapievorm is het
oefenprogramma volgens Masters en Johnson. Naast verhelderen en positief
benoemen van de klacht doet men daarbij oefeningen rond lichamelijke, niet
seksuele gevoelens, waarover men praat. Vervolgens doet men hetzelfde met
seksuele gevoelens. Daarnaast blijkt dat wanneer niet alleen bij seksuele problemen,
maar ook in andere gevallen aandacht aan beide partners wordt besteed, de
hulpverlening effectiever wordt.
Medische hulp
Bij het behandelen van seksuele disfuncties door een ziekte kunnen er verschillende
oorzaken of factoren van invloed zijn, met daarbij vier niveaus van aanpak:
• Op niveau 1 gaat het om de echte oorzaak waardoor de disfunctie ontstaat.
• Op niveau 2 spelen de remmende factoren een rol (waaronder faalangst,
negatieve anticipatie, maar ook verminderd gevoel, pijn, moeheid)
• Niveau 3 betreft het tekort aan stimulerende factoren (geen initiatief meer
nemen, geen erotiek meer inbouwen, weinig stimuli toedienen).
• Op niveau 4 is er helemaal geen restfunctie meer. Niveau 2 en 3 zijn vaak
‘klachtenonderhoudende factoren’.
De behandeling op niveau 1 is het stop- pen van de oorzaak (de ziekte behandelen,
de vaten herstellen). Op niveau 2 worden de klachtenonderhoudende factoren
aangepakt (zoals pijnstilling, advies om moeheid tegen te gaan, faalangst
verminderen). Op niveau 3 wordt aandacht gegeven aan het vermeerderen van
stimuli (erotica, vibrator, sensate focus-oefeningen). Op niveau 4 gaat het om
symptomatische behandeling (intracaverneuze injectie, vacuüm- pomp,
erectieprothese). De medische hulpverlening houdt zich vooral bezig met de niveaus
1 en 4 en in mindere mate met 2 en 3.
Zelfhulp
Zelfhulp voorkomt afhankelijkheid van professionele hulpverleners en draagt bij aan
positieve zelfwaardering, waardoor gevoelens van hulpeloosheid of machteloosheid
verminderen. Informatie, een optimale instelling, sociale vaardigheden en oefening
zijn nodig voor zelfhulp.
, Hartziekten en seksualiteit
Dankzij revalidatie gaan mensen binnen 1 tot 3 maanden na een hartaanval verder
met hun werk en/of dagelijkse bezigheden. Men denkt vaak dat doordat seksuele
activiteit inspannend is dat dit risico op een hartaanval vergroot. Deze risico’s zijn
echter zeer beperkt. Bij stabiele angina pectoris (pijn op borst) levert seksuele
activiteit geen extra risico’s op (moeten wel goede medicatie nemen). Mannen
(vrouwen ook) hebben vaak last van erectiestoornissen, verminderd libido en
duidelijk lagere frequentie van geslachtsgemeenschap na een hartaanval. Pijn op de
borst, hartkloppingen, kortademigheid en moeheid zijn ook factoren die een rol
spelen. Vaatziekten kunnen als gevolg pijn bij het lopen, vermoeidheid en
erectiestoornissen hebben. Er is zowel goede voorlichting nodig voor het hervatten
van seksuele activiteit als bespreekbare momenten met een arts over bijv. pijn bij
seks. Een goede lichamelijke conditie en gezonde leefstijl helpen ook mee.
SOA’s en seksualiteit
Soa’s zorgen vaak dat het fysiek onmogelijk wordt om te vrijen door pijn of doordat
partner weigert. Daarnaast hebben belemmeringen in de emotionele sfeer vaak een
negatieve invloed op seksualiteit (angst en boosheid een infectie te hebben
opgelopen, angst ook de partner met de infectie op te zadelen, schuldgevoelens). Of
er is sprake van een combinatie van fysieke en emotionele factoren die het seksueel
functioneren belemmeren. Een bacteriële soa is goed te genezen met antibiotica,
maar beschadiging kan blijvend zijn. Gonorroe/chlamydia-infectie kan ongemerkt bij
een vrouw zorgen voor onvruchtbaarheid. Syfilis kan tot blijvende schade leiden. Bij
virale soa’s (genitale wratten en herpes) zijn de symptomen wel te verhelpen, maar
het blijft een bacterie/virus. Omdat virussen zich kunnen verspreiden moeten er
beschermende maatregelen worden genomen (andere vrijtechnieken zonder in
contact te komen met sperma en/of bloed).
Diabetes en seksualiteit
Bij mannen wordt vooral door schade aan vaten en endotheel het erectiemechaniek
aangetast. Ook schade aan zenuwbanen kan een rol spelen. De kringspier tussen
prostaat en blaas sluit niet meer goed: sperma verdwijnt in blaas bij klaarkomen. Bij
vrouwen lubricatieproblemen, maar vrouwen hebben vooral last van afname in de
zin om te vrijen en depressies. Omdat prevalentie toeneemt, neemt ook de
prevalentie diabetes gerelateerde seksuele disfuncties toe. Optimale regeling van de
glucosespiegel is niet alleen een manier om complicaties tegen te gaan, maar
vergroot ook de kans om nog positief te reageren op een PDE 5 remmer (alleen bij
een bestaand erectieprobleem).