Toets: Schriftelijke kennistoets van ongeveer 30 meerkeuze vragen.
Stof:
Toegepast financieel management voor de vrijetijdssector;
- Hoofdstuk 7
- Hoofdstuk 8
- Paragraaf 10.8
- Paragraaf 1.4
- Hoofdstuk 5
- Paragraaf 3.9
- Hoofdstuk 11
Leerdoelen
- Een balans, resultatenrekening en liquiditeitsoverzicht opstellen van een startende
onderneming
- Een ratioanalyse (solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit) uitvoeren op basis van de
balans en de resultatenrekening van een startende onderneming
- Een financieringsanalyse maken met gebruik van de begrippen: netto contante
waarde, terugverdienperiode en de eindwaarde
- Een keuze maken tussen verschillende investeringsprojecten aan de hand van
investeringsselectiemethode
- De kostprijs berekenen door rekening te behouden met seizoeninvloeden
- Het begrip consumentenprijs uitleggen, berekenen en vaststellen
, Les 1 terugblik op vorig jaar
Waarom financiële verslaglegging?
Volgens de wet
- Artikel 6 wetboek van koophandel
Voeren van beleid over een onderneming
- Wat is de waarde van het bedrijf?
- Wat is de winst en omzet in een bepaalde periode?
- Hoe is de kostprijs van de diensten en leveringen die je doet opgebouwd?
- Welke schulden en vorderingen zijn er op het moment?
Balans en resultatenrekening
Balans: schematisch overzicht van alle bezittingen, vorderingen, eigen vermogen en
schulden op een zeker moment.
Resultatenrekening (winst- en verliesrekening): schematisch overzicht van alle kosten en
opbrengsten (en dus ook van de winst) in een zekere periode.
De balans
Bezittingen en vorderingen
Bezittingen: goederen en geldmiddelen die in de organisatie aanwezig zijn vb.: kasgeld,
machines, goederenvoorraad.
Vorderingen: Geldmiddelen die de organisatie nog tegoed heeft; nog te ontvangen
bedragen, debiteuren.
Vermogen
Eigen vermogen : door de ondernemer(s) zelf ingebracht of verdiend kapitaal;
verplichting van de organisatie aan de verschaffer(s) van het eigen vermogen; vb.:
geplaatst aandelenkapitaal, winstreserve
Vreemd vermogen: door derden verschaft kapitaal; schulden of verplichtingen van De
organisatie aan derden; vb.: hypothecaire lening o/g
Activa = debet
Alles wat geïnvesteerd is.
- Vaste activa: productiemiddelen die langer dan één productieproces meegaan;
vb.: gebouwen, machines
- Vlottende activa: productiemiddelen die slechts één productieproces meegaan,
of die snel in geld zijn om te zetten; vb.: voorraden grondstoffen of voorraden
eindproducten
- Liquide middelen: geldmiddelen in de organisatie; vb.: kasgeld, saldo van de
bankrekening.
, Passiva = credit
Hoe hebben we de investeringen gefinancierd?
Vermogensbestanddelen, zowel eigen vermogen (bij. Geplaatst aandelenkapitaal) als
vreemd vermogen (bijv. hypothecaire lening o/g).
De passiva worden gewoonlijk ingedeeld in eigen vermogen, lang vreemd vermogen en
kort vreemd vermogen.
Kengetallen
Wat zijn kengetallen?
Metingen op financiële indicatoren aan de hand van een jaarrekening.
Doel:
- beoordeling financiële structuur (prestaties)
- historische analyse
- bedrijf vergelijkende analyse (benchmarking)
Van belang zijn o.a.:
1) Liquiditeitsratio’s
2) Rentabiliteitsratio’s
3) Solvabiliteitsratio’s
Liquiditeitskengetallen:
In hoeverre is de onderneming in staat om de op korte termijn vervallende schulden te
voldoen?
Meting van liquiditeit:
Current ratio: is het bedrijf in staat om op korte termijn financiële verplichtingen te
voldoen.
Formule: vlottende activa : vreemd vermogen kort
Quick ratio: hierbij worden de voorraden buiten beschouwing gelaten, omdat in de
waarde van de voorraden doorgaans onzekerheid schuilt.
Formule: (vlottende activa- voorraden) : vreemd vermogen kort
Netto werkkapitaal: vlottende activa – vreemd vermogen kort