Economie Levensloop
H3 Verzekeren
Risico-aversiteit: afkeren van risico’s.
Mensen zijn over het algemeen risicomijdend, mensen zijn risico-avers. Daardoor
neemt de vraag naar verzekeringen toe.
Schadeverzekering: verzekerd tegen financiële gevolgen van schade.
Zorgverzekering: verplichte verzekering tegen zorgkosten.
Levensverzekering: financiële risico als gevolg van overlijden of om vermogen op te
bouwen.
Mensen gaan zich verzekeren en betalen daarbij premie aan de verzekeraar. Als een
verzekerde schade maakt betaald de verzekeraar de schadekosten, vanuit de
premies die alle verzekerden hebben betaald. De verzekeraar spreidt de risico’s en
maakt winst.
Solidariteit: risico’s worden gedeeld.
Asymmetrische informatie: de ene partij heeft meer informatie dan de andere partij
en kan hier voordeel uit halen.
Gevolgen:
Averechtse selectie: de verzekeraar selecteert het tegenovergestelde van wat
hij eigenlijk wilt.
Moreel wangedrag: mensen gaan zich minder voorzichtig gedragen omdat ze
verzekerd zijn.
Averechtse selectie: goede (lage) risico’s verzekeren zich niet meer en alleen de
slechte (hoge) risico’s blijven over.
Bij verzekeren betalen goede risico’s voor de slechte risico’s. Als er sprake in van
een uniforme premie, dan is deze premie relatief hoog voor de goede risico’s.
Goede risico’s zeggen de verzekering op en de slechte risico’s blijven over. De
premie stijgt. Dit proces herhaalt zich en uiteindelijk worden de uitkeringen hoger dan
de premie-inkomsten. De verzekeraar gaat dan failliet.
Oplossingen:
Premiedifferentiatie: een verschillende premie vragen aan verschillende
risicogroepen voor dezelfde verzekering.
Risicoselectie: verzekeraars zoeken naar manieren om goede risico’s aan te
trekken.
Collectieve dwang: iedereen moet zich verplicht verzekeren en verzekeraars
moeten iedereen verplicht accepteren als klant.
Moreel wangedrag (Moral Hazard): verandering in het gedrag van mensen als zij niet
direct risico lopen.
Oplossingen:
Eigen risico.
Bonus-malus systeem: premie wordt lager naarmate er meer schadevrije jaren
zijn.
Bepaalde soorten schade gedeeltelijk of geheel uitsluiten van vergoeding.
, Principaal-agent relatie: principaal stelt agent aan. Agent verricht handelingen (of
neemt beslissingen) die het resultaat van de principaal beïnvloeden.
Principaal-agentprobleem:
Twee partijen:
De agent voert een taak uit voor de principaal.
Agent is de opdrachtnemer.
Principaal is de opdrachtgever.
Tegengestelde belangen:
De principaal en agent hebben verschillende doelstellingen.
Principaal: zo veel mogelijk verkopen.
Agent: zo min mogelijk doen.
Informatie asymmetrie:
De principaal kan de agent niet volledig controleren omdat hij de taak
niet zelf uitvoert.
Gevolg: de agent heeft een kennis en informatievoorsprong.
Extra kosten:
De principaal moet (extra) kosten maken om de agent te controleren
(bv. extra controle, contracten of (financiële) prikkels zoals bonussen).
Sociale zekerheid: het stelsel van uitkeringen en verzekeringen om inkomensverlies
of hoge kosten te dekken.
Sociale zekerheid is gestoeld is het solidariteitsbeginsel: het recht op en de hoogte
van de uitkering zijn onafhankelijk van het betalen van premies. (Goede risico’s zijn
solidair met de slechte risico’s).
Sociale uitkeringen worden betaald uit belastingen en premies. Om ze betaalbaar te
houden, is het van belang dat er voldoende betalers zijn ten opzichte van het aantal
uitkeringsgerechtigden.
H3 Verzekeren
Risico-aversiteit: afkeren van risico’s.
Mensen zijn over het algemeen risicomijdend, mensen zijn risico-avers. Daardoor
neemt de vraag naar verzekeringen toe.
Schadeverzekering: verzekerd tegen financiële gevolgen van schade.
Zorgverzekering: verplichte verzekering tegen zorgkosten.
Levensverzekering: financiële risico als gevolg van overlijden of om vermogen op te
bouwen.
Mensen gaan zich verzekeren en betalen daarbij premie aan de verzekeraar. Als een
verzekerde schade maakt betaald de verzekeraar de schadekosten, vanuit de
premies die alle verzekerden hebben betaald. De verzekeraar spreidt de risico’s en
maakt winst.
Solidariteit: risico’s worden gedeeld.
Asymmetrische informatie: de ene partij heeft meer informatie dan de andere partij
en kan hier voordeel uit halen.
Gevolgen:
Averechtse selectie: de verzekeraar selecteert het tegenovergestelde van wat
hij eigenlijk wilt.
Moreel wangedrag: mensen gaan zich minder voorzichtig gedragen omdat ze
verzekerd zijn.
Averechtse selectie: goede (lage) risico’s verzekeren zich niet meer en alleen de
slechte (hoge) risico’s blijven over.
Bij verzekeren betalen goede risico’s voor de slechte risico’s. Als er sprake in van
een uniforme premie, dan is deze premie relatief hoog voor de goede risico’s.
Goede risico’s zeggen de verzekering op en de slechte risico’s blijven over. De
premie stijgt. Dit proces herhaalt zich en uiteindelijk worden de uitkeringen hoger dan
de premie-inkomsten. De verzekeraar gaat dan failliet.
Oplossingen:
Premiedifferentiatie: een verschillende premie vragen aan verschillende
risicogroepen voor dezelfde verzekering.
Risicoselectie: verzekeraars zoeken naar manieren om goede risico’s aan te
trekken.
Collectieve dwang: iedereen moet zich verplicht verzekeren en verzekeraars
moeten iedereen verplicht accepteren als klant.
Moreel wangedrag (Moral Hazard): verandering in het gedrag van mensen als zij niet
direct risico lopen.
Oplossingen:
Eigen risico.
Bonus-malus systeem: premie wordt lager naarmate er meer schadevrije jaren
zijn.
Bepaalde soorten schade gedeeltelijk of geheel uitsluiten van vergoeding.
, Principaal-agent relatie: principaal stelt agent aan. Agent verricht handelingen (of
neemt beslissingen) die het resultaat van de principaal beïnvloeden.
Principaal-agentprobleem:
Twee partijen:
De agent voert een taak uit voor de principaal.
Agent is de opdrachtnemer.
Principaal is de opdrachtgever.
Tegengestelde belangen:
De principaal en agent hebben verschillende doelstellingen.
Principaal: zo veel mogelijk verkopen.
Agent: zo min mogelijk doen.
Informatie asymmetrie:
De principaal kan de agent niet volledig controleren omdat hij de taak
niet zelf uitvoert.
Gevolg: de agent heeft een kennis en informatievoorsprong.
Extra kosten:
De principaal moet (extra) kosten maken om de agent te controleren
(bv. extra controle, contracten of (financiële) prikkels zoals bonussen).
Sociale zekerheid: het stelsel van uitkeringen en verzekeringen om inkomensverlies
of hoge kosten te dekken.
Sociale zekerheid is gestoeld is het solidariteitsbeginsel: het recht op en de hoogte
van de uitkering zijn onafhankelijk van het betalen van premies. (Goede risico’s zijn
solidair met de slechte risico’s).
Sociale uitkeringen worden betaald uit belastingen en premies. Om ze betaalbaar te
houden, is het van belang dat er voldoende betalers zijn ten opzichte van het aantal
uitkeringsgerechtigden.