Wat is wetenschap:
Systematisch Proces van vergaring van theoretische kennis doormiddel van observatie.
- Kennis (kennis die vergaard is via duidelijk omschreven regels/principes)
- Proces (wetenschap is een systematisch proces van vergaring van theoretische kennis
doormiddel van observatie)
- Gemeenschap (iedereen die zich op een of andere manier met wetenschap
bezighoudt)
Empirisch toetsbaar (observatie):
We beperken ons tot het doen van uitspraken die uiteindelijk toetsbaar zijn doormiddel van
waarnemingen Empirisme/Empirisch toetsbaar gebaseerd op de
werkelijkheid/waarneembare data.
Objectief:
- Bevindingen zijn niet persoonsgebonden.
- Het mag niet uitmaken wie de studie uitvoert.
- Er is geen ruimte voor subjectieve interpretatie.
Falsificeerbaar:
- Op zoek naar tegenbewijs
- Is er een observatie mogelijk (denkbaar) die de verwachtingen kan tegen spreken?
- Is de efficiëntere methode en geeft zekerheid.
Repliceerbaar:
- Een studie moet herhaald kunnen worden en dan dezelfde resultaten geven.
Transparant en openbaar:
- Controleerbaar
- Open voor kritiek
Logisch consistent/intern coherent:
- Consistent in ideeën, verwachtingen en conclusies.
Not proof:
Resultaten geven steun voor een theorie of hypothese, maar bewijzen ze niet!!!
Systematisch:
- Proces zelf is systematisch het onderzoek
- Conclusies trekken over meerdere systematische waarnemingen.
- Systematisch samenvoegen van kennis uit onderzoeken (om een patroon te zien)
Doel van wetenschap:
Het creëren van ware kennis/ onware kennis als zodanig te ontmaskeren.
Dit kan alleen middels goed onderzoek MCOS
,Communicatiewetenschap:
Het onderzoeken van de inhoud, toepassingen en gevolgen van media en communicatie. Het
kan allerlei aspecten van communicatie bevatten.
- Social media (webcare, facebook, influencers, etc)
- Organisaties of groepen (communicatiekanalen, flexwerken, etc)
- Interpersoonlijk (arts-patiëntcommunicatie, peer pressure, etc)
- Intercultureel (culturele cues in reclame, migranten, etc)
- Technologie (apps, smartwatch, fitbit, etc)
- Persuasief (reclama, campagnes, etc)
MCOS:
Methoden van Communicatiewetenschappelijk Onderzoek en Statistiek.
- Methoden: grondslagen, literatuur zoeken en lezen, onderzoeksvragen en
hypothesen, betrouwbaarheid en validiteit, metingen en meetniveaus.
Surveyonderzoek, experimenteel onderzoek, inhoudsanalyse, kwalitatief onderzoek.
- Statistiek: Data analyseren, output interpreteren.
, Moeilijke woorden:
- Paradigma:
Zienswijze, gedeelde opvattingen en aannames (wereldbeeld).
Kan tot een paradigmaverschuiving leiden.
Bijvoorbeeld: Copernicus
- Ontologie:
Zijnsleer, opvattingen over hoe de sociale werkelijkheid is opgebouwd.
Bepaald hoe wetenschappers denken
- Epistemologie:
Kennisleer, opvattingen over wat als kennis telt en hoe kennis moet worden
vergaard.
Paradigmaverschuiving in CW
- Hypodermic needle Theory
- Nieuwe versie Lasswell’s model
- Nieuwste versie The Shannon Welver model of communication.
Twee stromingen in CW
- Worldview 1: empirisch-analytisch
Kwantitatief onderzoek.
Nadruk op nomothetische kennis
Nadruk op Reductionistisch: eenheid gereduceerd tot variabelen.
Objectief: derdepersoonsperspectief
- Worldview 2: Empirisch-interpretatief
Kwalitatief onderzoek
Nadruk op idiografische kennis
Holistisch: eenheid als geheel
Subjectief: eerstepersoonsperspectief
Relevante CW-Theorieën:
Agendasetting: Media bepalen de agenda van ontvangers, bepalen waar we over praten.
Framing: Door bepaald taal- en woordgebruik, emoties en gevoelens opwekken wat ons
denken kan beïnvloeden.
Onderzoeksplan:
Een systematisch geheel van methodische beslissingen.
- Probleemstelling: doelstelling, vraagstelling, hypothese
Waarom wil je iets weten?
Wat wil je weten?
Hoe denk je dat het werkt?
- Onderzoeksmethode: Experiment (bestaande data), Survey (literatuuronderzoek),
Inhoudsanalyse (kwalitatief onderzoek)
- Dataverzameling: tijd, plaats, eenheden (wie of wat), (analyseplan)
Systematisch Proces van vergaring van theoretische kennis doormiddel van observatie.
- Kennis (kennis die vergaard is via duidelijk omschreven regels/principes)
- Proces (wetenschap is een systematisch proces van vergaring van theoretische kennis
doormiddel van observatie)
- Gemeenschap (iedereen die zich op een of andere manier met wetenschap
bezighoudt)
Empirisch toetsbaar (observatie):
We beperken ons tot het doen van uitspraken die uiteindelijk toetsbaar zijn doormiddel van
waarnemingen Empirisme/Empirisch toetsbaar gebaseerd op de
werkelijkheid/waarneembare data.
Objectief:
- Bevindingen zijn niet persoonsgebonden.
- Het mag niet uitmaken wie de studie uitvoert.
- Er is geen ruimte voor subjectieve interpretatie.
Falsificeerbaar:
- Op zoek naar tegenbewijs
- Is er een observatie mogelijk (denkbaar) die de verwachtingen kan tegen spreken?
- Is de efficiëntere methode en geeft zekerheid.
Repliceerbaar:
- Een studie moet herhaald kunnen worden en dan dezelfde resultaten geven.
Transparant en openbaar:
- Controleerbaar
- Open voor kritiek
Logisch consistent/intern coherent:
- Consistent in ideeën, verwachtingen en conclusies.
Not proof:
Resultaten geven steun voor een theorie of hypothese, maar bewijzen ze niet!!!
Systematisch:
- Proces zelf is systematisch het onderzoek
- Conclusies trekken over meerdere systematische waarnemingen.
- Systematisch samenvoegen van kennis uit onderzoeken (om een patroon te zien)
Doel van wetenschap:
Het creëren van ware kennis/ onware kennis als zodanig te ontmaskeren.
Dit kan alleen middels goed onderzoek MCOS
,Communicatiewetenschap:
Het onderzoeken van de inhoud, toepassingen en gevolgen van media en communicatie. Het
kan allerlei aspecten van communicatie bevatten.
- Social media (webcare, facebook, influencers, etc)
- Organisaties of groepen (communicatiekanalen, flexwerken, etc)
- Interpersoonlijk (arts-patiëntcommunicatie, peer pressure, etc)
- Intercultureel (culturele cues in reclame, migranten, etc)
- Technologie (apps, smartwatch, fitbit, etc)
- Persuasief (reclama, campagnes, etc)
MCOS:
Methoden van Communicatiewetenschappelijk Onderzoek en Statistiek.
- Methoden: grondslagen, literatuur zoeken en lezen, onderzoeksvragen en
hypothesen, betrouwbaarheid en validiteit, metingen en meetniveaus.
Surveyonderzoek, experimenteel onderzoek, inhoudsanalyse, kwalitatief onderzoek.
- Statistiek: Data analyseren, output interpreteren.
, Moeilijke woorden:
- Paradigma:
Zienswijze, gedeelde opvattingen en aannames (wereldbeeld).
Kan tot een paradigmaverschuiving leiden.
Bijvoorbeeld: Copernicus
- Ontologie:
Zijnsleer, opvattingen over hoe de sociale werkelijkheid is opgebouwd.
Bepaald hoe wetenschappers denken
- Epistemologie:
Kennisleer, opvattingen over wat als kennis telt en hoe kennis moet worden
vergaard.
Paradigmaverschuiving in CW
- Hypodermic needle Theory
- Nieuwe versie Lasswell’s model
- Nieuwste versie The Shannon Welver model of communication.
Twee stromingen in CW
- Worldview 1: empirisch-analytisch
Kwantitatief onderzoek.
Nadruk op nomothetische kennis
Nadruk op Reductionistisch: eenheid gereduceerd tot variabelen.
Objectief: derdepersoonsperspectief
- Worldview 2: Empirisch-interpretatief
Kwalitatief onderzoek
Nadruk op idiografische kennis
Holistisch: eenheid als geheel
Subjectief: eerstepersoonsperspectief
Relevante CW-Theorieën:
Agendasetting: Media bepalen de agenda van ontvangers, bepalen waar we over praten.
Framing: Door bepaald taal- en woordgebruik, emoties en gevoelens opwekken wat ons
denken kan beïnvloeden.
Onderzoeksplan:
Een systematisch geheel van methodische beslissingen.
- Probleemstelling: doelstelling, vraagstelling, hypothese
Waarom wil je iets weten?
Wat wil je weten?
Hoe denk je dat het werkt?
- Onderzoeksmethode: Experiment (bestaande data), Survey (literatuuronderzoek),
Inhoudsanalyse (kwalitatief onderzoek)
- Dataverzameling: tijd, plaats, eenheden (wie of wat), (analyseplan)