Samenvatting hoorcolleges KOM deeltentamen 1
Kwalitatief hoorcollege 1
Voornaamste doel van kwalitatief onderzoek is:
- Sociale fenomenen te begrijpen vanuit hun natuurlijke context
- Om empirische patronen te vinden
- Die een startpunt kunnen zijn voor theorievorming
o Ontwikkeling nieuwe theorie
o Aanpassing of uitbreiding van bestaande theorie
Voorbeeld: culturele verschillen in de zorg voor ouderen -> bij kwalitatief onderzoek gaan
onderzoekers echt naar verzorgingstehuizen en proberen ze veel meer te begrijpen van de
ouderen binnen de natuurlijke leefomgeving en zijn meer geïnteresseerd in de context.
Holisme = er wordt gekeken naar alle facetten, dus naar het geheel/naar de omgeving. Bijv.
niet alleen wat iemand zelf van daten vindt, maar ook wat de ouders ervan vinden.
De natuurlijke omgeving en de contextuele benadering zijn typische kenmerken van
kwalitatief onderzoek.
Ander voorbeeld van een sociaal fenomeen: wapenbezit. Het gaat vooral om hoe vinden de
mensen die in zo’n samenleving leven hoe denken zij over wapenbezit. Dat perspectief staat
centraal bij kwalitatief onderzoek. Er gaat erg diep in op het leven van een persoon. De
onderzoeker wil alles van de persoon tot betrekking van het onderwerp weten.
Kenmerken kwalitatief onderzoek:
1. De onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de respondent
2. De onderzoeker heeft een contextuele benadering
3. Het perspectief van de respondenten staat centraal
4. Via specifieke observaties probeert de onderzoeker: 1) de sociale werkelijkheid te
omschrijven in al haar diversiteit 2) naar algemeenheden te zoeken die nieuwe
theorieën vormen of bestaande theorieën aanpassen.
Inductie = een specifieke observatie gebruiken om algemenere/bredere uitspraken te doen.
Een onderzoeksvraag van een kwalitatief onderzoek kun je herkennen aan de volgende
elementen:
SPI(C)E:
- Setting: waar, in welke context? -> waar is het relevant?
- Perspective (of Population): voor wie?
- Interest: wat? / waar is de onderzoeker in geïnteresseerd?
- (Comparison: vergeleken met wie/wat?)
- Evaluation: met welk resultaat? / wat gaat de onderzoeker evalueren van de
interest?
Voorbeeld ‘daten’: wat zijn motieven om te daten bij eerstejaars studenten in Nederland?
,Setting: Nederland
Perspective: eerstejaars studenten
Interest: daten
Evaluation: motieven
Kwalitatief interview = gesprek waarin de interview vragen stelt aan de geïnterviewde over:
- Ideeën
- Motieven
- Ervaringen
- (Gedragingen) -> mensen geven vaak sociaalwenselijke antwoorden, gedrag kan je
daarom beter observeren
Met betrekking tot een sociaal fenomeen
De geïnterviewde is:
- Informant of
- Respondent (iemand die uit eigen ervaring spreekt, hij is onderdeel van de
‘population/perspective’)
De onderzoeker is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling -> hij heeft daarmee invloed
op het verloop van het gesprek. De onderzoeker zelf is het instrument voor dataverzameling
-> is groot verschil met de technieken bij kwantitatief onderzoek.
Soorten interviews:
Populatie = de gehele groep die je wilt onderzoeken bijv. alle eerstejaars studenten in
Nederland.
Steekproef = een deel van de populatie die uitgenodigd wordt voor het onderzoek (niet
iedereen die uitgenodigd is neemt ook daadwerkelijk deel).
Op grond van een deel van de populatie worden uiteindelijk uitspraken gedaan die voor de
gehele populatie moeten gelden en niet alleen voor de mensen die mee hebben gedaan aan
het onderzoek. (zie afbeelding)
, Bij wie worden data verzameld?
Voorbeeld: doelgerichte steekproef (purposive sample)
- Case study logic: onderzoeker gaat op zoek naar specifieke individuen die belangrijke
informatie kunnen geven -> elk specifiek verhaal is waardevol en draagt bij aan beter
begrip.
- Sample for range: onderzoeker gaat opzoek naar een zo breed mogelijke scala aan
ervaringen -> hij wil niet 10 mensen interviewen die allemaal hetzelfde motief
hadden, maar juist dus verschillende ervaringen. Hij wil nieuwe inzichten/ervaringen
van mensen.
Voor kwalitatief onderzoek is het afleiden van een hypothese niet gebruikelijk.
Hoe ziet verzamelde data eruit?
Vaak wordt het interview opgenomen en later volledig uitgetypt in een transcript.
Tijdens het interview maakt de onderzoeker field notes:
- Aantekeningen die waardevol kunnen zijn tijdens het analyseren van de data in een
later stadium
o Wie werd er geïnterviewd?
o Locatie van het interview
o Indruk/gedrag van geïnterviewde
o Eerste ideeën van onderzoeker over het interview
Kwaliteit van het kwalitatief interview
Betrouwbaarheid (reliability)
- Verloop van interview hangt af van de interviewer
- Interviewer moet zich bewust zijn van eigen rol
Kwaliteit van data-verzamelingsmethode
Kwalitatief hoorcollege 1
Voornaamste doel van kwalitatief onderzoek is:
- Sociale fenomenen te begrijpen vanuit hun natuurlijke context
- Om empirische patronen te vinden
- Die een startpunt kunnen zijn voor theorievorming
o Ontwikkeling nieuwe theorie
o Aanpassing of uitbreiding van bestaande theorie
Voorbeeld: culturele verschillen in de zorg voor ouderen -> bij kwalitatief onderzoek gaan
onderzoekers echt naar verzorgingstehuizen en proberen ze veel meer te begrijpen van de
ouderen binnen de natuurlijke leefomgeving en zijn meer geïnteresseerd in de context.
Holisme = er wordt gekeken naar alle facetten, dus naar het geheel/naar de omgeving. Bijv.
niet alleen wat iemand zelf van daten vindt, maar ook wat de ouders ervan vinden.
De natuurlijke omgeving en de contextuele benadering zijn typische kenmerken van
kwalitatief onderzoek.
Ander voorbeeld van een sociaal fenomeen: wapenbezit. Het gaat vooral om hoe vinden de
mensen die in zo’n samenleving leven hoe denken zij over wapenbezit. Dat perspectief staat
centraal bij kwalitatief onderzoek. Er gaat erg diep in op het leven van een persoon. De
onderzoeker wil alles van de persoon tot betrekking van het onderwerp weten.
Kenmerken kwalitatief onderzoek:
1. De onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de respondent
2. De onderzoeker heeft een contextuele benadering
3. Het perspectief van de respondenten staat centraal
4. Via specifieke observaties probeert de onderzoeker: 1) de sociale werkelijkheid te
omschrijven in al haar diversiteit 2) naar algemeenheden te zoeken die nieuwe
theorieën vormen of bestaande theorieën aanpassen.
Inductie = een specifieke observatie gebruiken om algemenere/bredere uitspraken te doen.
Een onderzoeksvraag van een kwalitatief onderzoek kun je herkennen aan de volgende
elementen:
SPI(C)E:
- Setting: waar, in welke context? -> waar is het relevant?
- Perspective (of Population): voor wie?
- Interest: wat? / waar is de onderzoeker in geïnteresseerd?
- (Comparison: vergeleken met wie/wat?)
- Evaluation: met welk resultaat? / wat gaat de onderzoeker evalueren van de
interest?
Voorbeeld ‘daten’: wat zijn motieven om te daten bij eerstejaars studenten in Nederland?
,Setting: Nederland
Perspective: eerstejaars studenten
Interest: daten
Evaluation: motieven
Kwalitatief interview = gesprek waarin de interview vragen stelt aan de geïnterviewde over:
- Ideeën
- Motieven
- Ervaringen
- (Gedragingen) -> mensen geven vaak sociaalwenselijke antwoorden, gedrag kan je
daarom beter observeren
Met betrekking tot een sociaal fenomeen
De geïnterviewde is:
- Informant of
- Respondent (iemand die uit eigen ervaring spreekt, hij is onderdeel van de
‘population/perspective’)
De onderzoeker is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling -> hij heeft daarmee invloed
op het verloop van het gesprek. De onderzoeker zelf is het instrument voor dataverzameling
-> is groot verschil met de technieken bij kwantitatief onderzoek.
Soorten interviews:
Populatie = de gehele groep die je wilt onderzoeken bijv. alle eerstejaars studenten in
Nederland.
Steekproef = een deel van de populatie die uitgenodigd wordt voor het onderzoek (niet
iedereen die uitgenodigd is neemt ook daadwerkelijk deel).
Op grond van een deel van de populatie worden uiteindelijk uitspraken gedaan die voor de
gehele populatie moeten gelden en niet alleen voor de mensen die mee hebben gedaan aan
het onderzoek. (zie afbeelding)
, Bij wie worden data verzameld?
Voorbeeld: doelgerichte steekproef (purposive sample)
- Case study logic: onderzoeker gaat op zoek naar specifieke individuen die belangrijke
informatie kunnen geven -> elk specifiek verhaal is waardevol en draagt bij aan beter
begrip.
- Sample for range: onderzoeker gaat opzoek naar een zo breed mogelijke scala aan
ervaringen -> hij wil niet 10 mensen interviewen die allemaal hetzelfde motief
hadden, maar juist dus verschillende ervaringen. Hij wil nieuwe inzichten/ervaringen
van mensen.
Voor kwalitatief onderzoek is het afleiden van een hypothese niet gebruikelijk.
Hoe ziet verzamelde data eruit?
Vaak wordt het interview opgenomen en later volledig uitgetypt in een transcript.
Tijdens het interview maakt de onderzoeker field notes:
- Aantekeningen die waardevol kunnen zijn tijdens het analyseren van de data in een
later stadium
o Wie werd er geïnterviewd?
o Locatie van het interview
o Indruk/gedrag van geïnterviewde
o Eerste ideeën van onderzoeker over het interview
Kwaliteit van het kwalitatief interview
Betrouwbaarheid (reliability)
- Verloop van interview hangt af van de interviewer
- Interviewer moet zich bewust zijn van eigen rol
Kwaliteit van data-verzamelingsmethode