Stegeman Hoofdstuk 1, 2.5, 3, 4.1, 5, 6,
7, 8 & 10.2
Hoofdstuk 1 (1.1, 1.2 en 1.4)
Voedingspatronen
Voedingspatroon = hoe/wat/wie/waar/hoeveel eten gewoonlijk
Voedingsgedrag = het maken van keuzes over wat/hoe je eet
gewoontegedrag
Beïnvloed door:
o Omgeving
o Persoonsgebonden
o Culturele aspecten
Tegenwoordig zie je steeds meer verschuivingen in het voedingspatroon door
veranderingen als afhaal, veel snacks, biologisch eten, kant-en-klaar, duurzaam
eten etc.
Neophobia = afkeer voor alles wat niet of onbekend is vaak bij peuters
Determinanten = factoren voor de voedselkeuze:
o Omgeving
Biologisch(genen)
Technisch (voedselaanbod enorm uitgebreid m.b.v. technologische
factoren)
Economisch(kostprijs)
fysisch(tijd, vaardigheden)
sociaal(cultuur)
psychologisch(stemming, voorkeur, betekenis)
attitude(houding tegenover voeding)
o Sensorisch
Smaak (5 smaken: zout, zuur, zoet, bitter, umami), textuur en geur.
o Genetisch
Smaakgevoeligheid, voorkeur voor zoet/vet en afkeer voor bitter.
o Gezondheidsstatus
Fysische beperking door ziekte, leeftijd, geslacht en dalende
smaakgevoeligheid
o Cognitief (onze gedachten en gevoelens beïnvloeden voedselkeuzes)
Gewoontes, (dis)comfortvoedsel, voedselverlangen, reclame/ promotie,
cultuur en sociale factoren.
Tegenwoordig is er ook veel meer variatie op het gebied van voeding(niet alleen
meer aardappelen met groente). Ook het biologisch eten en duurzaam eten krijgt
steeds meer belangstelling. Ook is dit alles makkelijker te verkrijgen voor de
consument steeds makkelijker ‘beter’ te gaan leven.
Sofie Dijkstra november 2015
1
, Je leefstijl omvat elementen van voedingsgedrag, beweeggedrag, slaapgedrag
en goede hygiëne.
Er bestaan BRAVO factoren die aangeven hoe je er een gezonde leefstijl op na
kunt houden.
Energetische disbalans = te veel energie-inname maar te weinig
lichaamsbeweging aankomen en hogere kans op welvaartsziekten als hart- en
vaatziekten(HVZ), vormen van kanker, darmfunctiestoornissen,
nierfunctiestoornissen, levercirrose en hypertensie.
Een tekort aan inname van voeding kan natuurlijk ook gevaarlijk zijn en leiden tot
verscheidene klachten die gevaarlijk kunnen zijn.
BMI = gewicht (kg) / lengte (m)2 18,5 - 24,9 kg/m2 is gezond
Er zijn verschillende instanties in NL die bepalen wat gezonde voeding is. Aan de
hand van deze instanties wordt bijvoorbeeld de Schijf van Vijf opgezet en worden
er voedingsregels bepaald en voorlichtingsmodellen gemaakt. Zo ook de vinkjes
die handig zijn voor consumenten.
Organisch = bevat koolstof. Complexer qua structuur. Koolhydraten lipiden,
eiwitten en vitaminen. Anorganisch = bevat geen koolstof (uitzondering: CO en
CO2). Mineralen en water.
6 verschillende nutriënten:
vitaminen, lipiden(vetten), water, koolhydraten, proteïnen(eiwitten) en mineralen.
Kilocalorie = 1 kcal is de hoeveelheid energie (warmte) die nodig is om de
temperatuur van 1 kg water met 1 °C te laten stijgen. (1 kcal = 4,2 kJ)
1 gram vet = 9 kcal
1 gram eiwit = 4 kcal
1 gram koolhydraat = 4 kcal
1 gram alcohol = 7 kcal
1 gram vezels = 2 kcal
Hoofdstuk 2.5 Voedsel en de
wet
De belangrijkste wet waarin de veiligheid van ons voedsel is geregeld is de
Warenwet. Deze wet heeft als doel:
o Bescherming van de volksgezondheid
o Eerlijkheid in de handel
o Goede voorlichting over de waren
Er worden alleen maar algemene zaken geregeld in de wet. De besluiten die
worden genomen voor deze wet omvat het Regulier Overleg Warenwet. Dit is het
overlegorgaan waarin verschillende groepen samenkomen om besluiten te
nemen zoals de overheid, handel, consumentenorganisaties en de industrie. Het
orgaan toetst ook de hygiënecodes.
Sofie Dijkstra november 2015
2