Radboud Universiteit Nijmegen
Faculteit der Managementwetenschappen (alle opleidingen)
Onderzoeks- en interventiemethodologie A
Weektaaknummer: 3
Naam Studentnr. Handtekening
(1) Yusuf Aslaner S1075952
(2) Joep Kroes S1082690
(3) Jochem Schipper S1083332
Studierichting: Bestuurskunde
Werkgroepnummer: 4
Weektaakgroepnummer: 4
Inleverdatum: 24/09/2021
Naam docent: Sara Kok
Let op: nummer en identificeer elke pagina van deze weektaak met je
werkgroepnummer en datum!
, Werkgroepnummer: 4 - 4 Datum: 24/09/2021
Onderzoeks- en Interventiemethodologie A
WEEKTAAK 3: OPERATIONALISEREN, METEN EN
WAARNEMEN; CONSTRUCTIE VAN VRAGENLIJSTEN EN
SCHALEN, VALIDITEIT EN BETROUWBAARHEID
ANTWOORDBLAD
3A OPERATIONALISEREN, METEN EN WAARNEMEN
Kennisvragen
Vraag 1
a) Interne validiteit heeft te maken met het idee dat de oorzaak-gevolg relatie niet door andere factoren
is beïnvloed, hierbij is het van groot belang dat je gebruik maakt van de juiste data-analyse.
Externe validiteit: Hierbij gaat het in hoeverre de uitkomsten van het door jou uitgevoerde onderzoek
te generaliseren zijn over een grotere niet.
Betrouwbaarheid: Hierbij gaat het meer om de vraag of er dezelfde uitkomsten zullen komen op het
moment dat je het onderzoek opnieuw zou uitvoeren.
b) Naarmate de interne en externe validiteit verbeteren zal de betrouwbaarheid van het onderzoek ook
stijgen. Dit komt omdat als de meetinstrumenten goed zijn en het is te generaliseren dan is de kans
groot dat bij herhaling dezelfde resultaten worden verkregen.
c) Interne validiteit: non-response heeft geen effect op de interne validiteit, zo lang er op een juiste
manier data-analyse wordt uitgevoerd. Welke respondenten dit ook invullen maakt geen verschil.
Externe validiteit: Bij non-response is het probleem dat er een deel van de respondenten bewust niet
reageert dit zorgt ervoor dat het onderzoek minder te generaliseren valt omdat de steekproef minder
aselect wordt.
Betrouwbaarheid: bij een hoge non-response zal de betrouwbaarheid ook dalen. Dit komt doordat een
hoge non-response zorgt voor een slechtere mate van representativiteit. Hierdoor kan bij herhaling
van het experiment de steekproef populatie verschillend zijn, en dus de resultaten ook.
Vraag 2
a)
1: inhoudsvaliditeit
2: begripsvaliditeit
3: criterium validiteit
b)
Begripsvaliditeit: convergent en discriminant
Criterium validiteit: concurrent en predicatief
Vraag 3
Nominaal: Hierbij zijn er verschillende categorieën maar is de ene niet ‘beter’ dan de ander. Je werkt
hier niet met een rangorde. De categorieën zijn als het ware allen van even hoge waarde. Als voorbeeld
kan je bijvoorbeeld denken aan genderidentiteit: man, vrouw, non-binair etc.
2
Faculteit der Managementwetenschappen (alle opleidingen)
Onderzoeks- en interventiemethodologie A
Weektaaknummer: 3
Naam Studentnr. Handtekening
(1) Yusuf Aslaner S1075952
(2) Joep Kroes S1082690
(3) Jochem Schipper S1083332
Studierichting: Bestuurskunde
Werkgroepnummer: 4
Weektaakgroepnummer: 4
Inleverdatum: 24/09/2021
Naam docent: Sara Kok
Let op: nummer en identificeer elke pagina van deze weektaak met je
werkgroepnummer en datum!
, Werkgroepnummer: 4 - 4 Datum: 24/09/2021
Onderzoeks- en Interventiemethodologie A
WEEKTAAK 3: OPERATIONALISEREN, METEN EN
WAARNEMEN; CONSTRUCTIE VAN VRAGENLIJSTEN EN
SCHALEN, VALIDITEIT EN BETROUWBAARHEID
ANTWOORDBLAD
3A OPERATIONALISEREN, METEN EN WAARNEMEN
Kennisvragen
Vraag 1
a) Interne validiteit heeft te maken met het idee dat de oorzaak-gevolg relatie niet door andere factoren
is beïnvloed, hierbij is het van groot belang dat je gebruik maakt van de juiste data-analyse.
Externe validiteit: Hierbij gaat het in hoeverre de uitkomsten van het door jou uitgevoerde onderzoek
te generaliseren zijn over een grotere niet.
Betrouwbaarheid: Hierbij gaat het meer om de vraag of er dezelfde uitkomsten zullen komen op het
moment dat je het onderzoek opnieuw zou uitvoeren.
b) Naarmate de interne en externe validiteit verbeteren zal de betrouwbaarheid van het onderzoek ook
stijgen. Dit komt omdat als de meetinstrumenten goed zijn en het is te generaliseren dan is de kans
groot dat bij herhaling dezelfde resultaten worden verkregen.
c) Interne validiteit: non-response heeft geen effect op de interne validiteit, zo lang er op een juiste
manier data-analyse wordt uitgevoerd. Welke respondenten dit ook invullen maakt geen verschil.
Externe validiteit: Bij non-response is het probleem dat er een deel van de respondenten bewust niet
reageert dit zorgt ervoor dat het onderzoek minder te generaliseren valt omdat de steekproef minder
aselect wordt.
Betrouwbaarheid: bij een hoge non-response zal de betrouwbaarheid ook dalen. Dit komt doordat een
hoge non-response zorgt voor een slechtere mate van representativiteit. Hierdoor kan bij herhaling
van het experiment de steekproef populatie verschillend zijn, en dus de resultaten ook.
Vraag 2
a)
1: inhoudsvaliditeit
2: begripsvaliditeit
3: criterium validiteit
b)
Begripsvaliditeit: convergent en discriminant
Criterium validiteit: concurrent en predicatief
Vraag 3
Nominaal: Hierbij zijn er verschillende categorieën maar is de ene niet ‘beter’ dan de ander. Je werkt
hier niet met een rangorde. De categorieën zijn als het ware allen van even hoge waarde. Als voorbeeld
kan je bijvoorbeeld denken aan genderidentiteit: man, vrouw, non-binair etc.
2