Lara Mol 2080276
Europees recht Werkcollege 1
, Opdracht 1 (max. 0,5 A4) De Europese Commissie heeft in juli een pakket maatregelen
voorgesteld om het EU-beleid inzake klimaat, energie, landgebruik, vervoer en belastingen
zo af te stemmen dat de netto broeikasgasemissies tegen 2030 ten opzichte van het niveau
van 1990 met minstens 55% kunnen worden verlaagd. Als onderdeel hiervan heeft de
Commissie een herziening van Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en
de Raad van 17 april 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe
personenauto's en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen voorgesteld.
Strengere CO2-emissienormen voor auto's en bestelwagens zullen de overgang naar
emissievrije mobiliteit versnellen door te eisen dat de gemiddelde emissies van nieuwe
auto's in vergelijking met 2021 tegen 2030 met 55% zijn afgenomen en tegen 2035 met
100%. Als gevolg daarvan zullen alle vanaf 2035 geregistreerde nieuwe auto's emissievrij
zijn.
Beantwoord onderstaande vragen. Motiveer het antwoord en verwijs zo nodig naar
relevante bepalingen in het Verdrag en naar jurisprudentie.
A. Op basis van artikel 5 lid 2 VEU (attributie beginsel) dient elke handeling van de EU
gebaseerd te zijn op een bevoegdheid uit de Verdragen: op welke bevoegdheid uit
het VWEU is het voorstel van de Commissie gebaseerd?
Het gaat hier om de gedeelde bevoegdheid. Op grond van art. 4 VWEU heeft zowel de EU als
de EU-landen gedeelde bevoegdheid. Zij mogen wetgevend optreden en bindende besluiten
nemen. De bevoegdheid van de commissie zoals in de bovenstaande casus staat beschreven
in art. 4 lid 2 sub e VWEU ‘milieu’ dit is een gedeelde bevoegdheid. Art. 192 lid 2 -> gewone
wetgevingsprocedure.
B. Duitsland en Frankrijk vinden gezien hun grote auto-industrie de strengere CO2-
emissienormen voor auto's en bestelwagens te ver gaan. Ook Hongarije vreest voor
een voor dat land te snelle transitie naar elektrische auto’s. Via welke instelling
kunnen deze lidstaten het wetgevingsvoorstel amenderen of blokkeren, en zou hen
dat in dit geval lukken
Het Europees Parlement (volksvertegenwoordigers) kan een wetgevingsvoorstel
goedkeuren, amenderen of verwerpen. Art. 294 lid 1 VWEU, in de eerste lezing kan
het Europees Parlement het wetsvoorstel goedkeuren of amenderen. Art. 294 lid 2 VWEU in
de tweede lezing kan het Europees Parlement het wetsvoorstel verwerpen. De Raad
(regeringsleiders en vakministers) is wettelijk niet verplicht om het advies van het Europees
Parlement te volgen, maar kan alleen een besluit nemen als dit advies is uitgebracht.
Het voorstel wordt medegedeeld door het Europees Parlement aan De Raad, als De Raad het
eens is met het standpunt van het Europese Parlement wordt het voorstel goedgekeurd art.
294 lid 1 t/m 4 VWEU. Wordt het standpunt van De Raad in de eerste lezing met een
meerderheid van zijn leden verwerpt, wordt het voorstel geacht niet te zijn vastgesteld art.
294 lid 7 sub b VWEU.
Europees recht Werkcollege 1
, Opdracht 1 (max. 0,5 A4) De Europese Commissie heeft in juli een pakket maatregelen
voorgesteld om het EU-beleid inzake klimaat, energie, landgebruik, vervoer en belastingen
zo af te stemmen dat de netto broeikasgasemissies tegen 2030 ten opzichte van het niveau
van 1990 met minstens 55% kunnen worden verlaagd. Als onderdeel hiervan heeft de
Commissie een herziening van Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en
de Raad van 17 april 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe
personenauto's en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen voorgesteld.
Strengere CO2-emissienormen voor auto's en bestelwagens zullen de overgang naar
emissievrije mobiliteit versnellen door te eisen dat de gemiddelde emissies van nieuwe
auto's in vergelijking met 2021 tegen 2030 met 55% zijn afgenomen en tegen 2035 met
100%. Als gevolg daarvan zullen alle vanaf 2035 geregistreerde nieuwe auto's emissievrij
zijn.
Beantwoord onderstaande vragen. Motiveer het antwoord en verwijs zo nodig naar
relevante bepalingen in het Verdrag en naar jurisprudentie.
A. Op basis van artikel 5 lid 2 VEU (attributie beginsel) dient elke handeling van de EU
gebaseerd te zijn op een bevoegdheid uit de Verdragen: op welke bevoegdheid uit
het VWEU is het voorstel van de Commissie gebaseerd?
Het gaat hier om de gedeelde bevoegdheid. Op grond van art. 4 VWEU heeft zowel de EU als
de EU-landen gedeelde bevoegdheid. Zij mogen wetgevend optreden en bindende besluiten
nemen. De bevoegdheid van de commissie zoals in de bovenstaande casus staat beschreven
in art. 4 lid 2 sub e VWEU ‘milieu’ dit is een gedeelde bevoegdheid. Art. 192 lid 2 -> gewone
wetgevingsprocedure.
B. Duitsland en Frankrijk vinden gezien hun grote auto-industrie de strengere CO2-
emissienormen voor auto's en bestelwagens te ver gaan. Ook Hongarije vreest voor
een voor dat land te snelle transitie naar elektrische auto’s. Via welke instelling
kunnen deze lidstaten het wetgevingsvoorstel amenderen of blokkeren, en zou hen
dat in dit geval lukken
Het Europees Parlement (volksvertegenwoordigers) kan een wetgevingsvoorstel
goedkeuren, amenderen of verwerpen. Art. 294 lid 1 VWEU, in de eerste lezing kan
het Europees Parlement het wetsvoorstel goedkeuren of amenderen. Art. 294 lid 2 VWEU in
de tweede lezing kan het Europees Parlement het wetsvoorstel verwerpen. De Raad
(regeringsleiders en vakministers) is wettelijk niet verplicht om het advies van het Europees
Parlement te volgen, maar kan alleen een besluit nemen als dit advies is uitgebracht.
Het voorstel wordt medegedeeld door het Europees Parlement aan De Raad, als De Raad het
eens is met het standpunt van het Europese Parlement wordt het voorstel goedgekeurd art.
294 lid 1 t/m 4 VWEU. Wordt het standpunt van De Raad in de eerste lezing met een
meerderheid van zijn leden verwerpt, wordt het voorstel geacht niet te zijn vastgesteld art.
294 lid 7 sub b VWEU.