Lara Mol
2080276 Werkcollege 2.
Inhoudsopgave
Opdracht 2: Harmonisatie......................................................................................................................5
, Opdracht 1: Annotatie (max. 1000 woorden) -> 759 woorden in totaal.
Bespreek het arrest C-22/18 TopFit en Biffi, ECLI:EU:C:2019:497. Verwijs daarbij naar de
specifieke rechtsoverwegingen aan de hand van de volgende punten:
a. Wie waren de partijen in deze zaak?
TopFit e.V. en Daniele Biffi tegen Deutscher Leichtathletikverband E.V.
Een verzoek van het Amtsgericht Darmstadt om een Prejudiciële beslissing.
Het gaat hier om een horizontale relatie.
(26 woorden)
b. Vat de feiten en de centrale rechtsvraag/vragen in eigen woorden samen.
Meneer Biffi is een van origine Italiaans staatsburger die sinds 2003 in Duitsland
woont. Meneer Biffi is een amateur hardloper en is lid van TopFit. Topfit is
aangesloten bij een Duitse atletiekbond sinds 2012.
Deelname aan de Duitse amateurkampioenschappen atletiek in de seniorcategorie
was mogelijk voor EU-onderdanen als zij via een vereniging die langer dan een jaar
over een wedstrijdlicentie beschikken. Het regelement van de atletiekbond is
aangepast in 2016, waardoor alleen nog Duitse staatsburgers mogen meedoen.
Alleen mensen met de Duitse nationaliteit kan Duitsland bij internationale
toernooien vertegenwoordigen.
Meneer Biffi mag wel meedoen, maar alleen buiten klassement of zonder klassering,
zonder toegang te hebben tot de finale en zonder kans te maken op het worden van
nationaal kampioen. Het gaat hier om de prejudiciële procedure de verwijzende
rechter vraagt zich af of een nationaliteitsvereiste zoals hierboven beschreven een
ontoelaatbare discriminatie vormt, die in strijd is met de verdragsregels (zie r.o. 17).
De rechter zet uiteen dat het atletiek regelement van het DLV niet in strijd is met de
verdragsbepalingen, omdat de sportbeoefening geen economische activiteit is en dus
niet binnen de werkingssfeer van het Unierecht valt. De rechter vraagt zich ook af of
de toepassing van het Unierecht op het gebied van sport altijd van de uitoefening van
een dergelijke activiteit afhangt. In art. 165 VWEU wordt uitdrukkelijk verwezen naar
‘sport’ en het recht van de Unieburgers om zonder discriminatie in een andere
lidstaat te verblijven, zoals volgt uit art. 18, 20, 21 van het werkingsverdrag, niet
afhangt van een economische activiteit (zie r.o. 19).
De rechter twijfelt over het bovenstaande, maar is van mening dat deelname aan de
sportkampioenschappen van een lidstaat in beginsel open moet staan voor andere
EU-onderdanen. Uitsluiting van nationale titels en kampioenschappen moeten
evenredig zijn en niet verder gaan dan strikt noodzakelijk om de sportieve
competentie te waarborgen (zie r.o. 20).
(307 woorden)
2
2080276 Werkcollege 2.
Inhoudsopgave
Opdracht 2: Harmonisatie......................................................................................................................5
, Opdracht 1: Annotatie (max. 1000 woorden) -> 759 woorden in totaal.
Bespreek het arrest C-22/18 TopFit en Biffi, ECLI:EU:C:2019:497. Verwijs daarbij naar de
specifieke rechtsoverwegingen aan de hand van de volgende punten:
a. Wie waren de partijen in deze zaak?
TopFit e.V. en Daniele Biffi tegen Deutscher Leichtathletikverband E.V.
Een verzoek van het Amtsgericht Darmstadt om een Prejudiciële beslissing.
Het gaat hier om een horizontale relatie.
(26 woorden)
b. Vat de feiten en de centrale rechtsvraag/vragen in eigen woorden samen.
Meneer Biffi is een van origine Italiaans staatsburger die sinds 2003 in Duitsland
woont. Meneer Biffi is een amateur hardloper en is lid van TopFit. Topfit is
aangesloten bij een Duitse atletiekbond sinds 2012.
Deelname aan de Duitse amateurkampioenschappen atletiek in de seniorcategorie
was mogelijk voor EU-onderdanen als zij via een vereniging die langer dan een jaar
over een wedstrijdlicentie beschikken. Het regelement van de atletiekbond is
aangepast in 2016, waardoor alleen nog Duitse staatsburgers mogen meedoen.
Alleen mensen met de Duitse nationaliteit kan Duitsland bij internationale
toernooien vertegenwoordigen.
Meneer Biffi mag wel meedoen, maar alleen buiten klassement of zonder klassering,
zonder toegang te hebben tot de finale en zonder kans te maken op het worden van
nationaal kampioen. Het gaat hier om de prejudiciële procedure de verwijzende
rechter vraagt zich af of een nationaliteitsvereiste zoals hierboven beschreven een
ontoelaatbare discriminatie vormt, die in strijd is met de verdragsregels (zie r.o. 17).
De rechter zet uiteen dat het atletiek regelement van het DLV niet in strijd is met de
verdragsbepalingen, omdat de sportbeoefening geen economische activiteit is en dus
niet binnen de werkingssfeer van het Unierecht valt. De rechter vraagt zich ook af of
de toepassing van het Unierecht op het gebied van sport altijd van de uitoefening van
een dergelijke activiteit afhangt. In art. 165 VWEU wordt uitdrukkelijk verwezen naar
‘sport’ en het recht van de Unieburgers om zonder discriminatie in een andere
lidstaat te verblijven, zoals volgt uit art. 18, 20, 21 van het werkingsverdrag, niet
afhangt van een economische activiteit (zie r.o. 19).
De rechter twijfelt over het bovenstaande, maar is van mening dat deelname aan de
sportkampioenschappen van een lidstaat in beginsel open moet staan voor andere
EU-onderdanen. Uitsluiting van nationale titels en kampioenschappen moeten
evenredig zijn en niet verder gaan dan strikt noodzakelijk om de sportieve
competentie te waarborgen (zie r.o. 20).
(307 woorden)
2