IVA ECO samenvatting
H1 Algemene economie en bedrijfsomgeving
1.1 Economisch handelen en algemene economie
1.2 Bedrijfsomgeving
1.3 Absolute en relatieve gegevens
H2 Produceren
2.1 Welvaart en welzijn
2.2 Toegevoegde waarde
H3 Productiefactoren
3.1 Kapitaal
3.2 Arbeid
3.2.1 Arbeid: aanbod en vraag
3.2.2 Beloning van arbeid
3.3 Natuur
H1 Algemene economie en bedrijfsomgeving
1.1 Economisch handelen en algemene economie
Het beschikken over goederen en diensten om behoeften te bevredigen noemen we
welvaart. De behoeften van een mens zijn oneindig, maar de middelen zijn schaars. Men
moet kiezen welke middelen ze gebruiken voor de behoeftebevrediging, middelen zijn
alternatief aanwendbaar. Middelen zijn grondstoffen, machines en arbeid.
Het streven naar maximale welvaart met behulp van schaarse middelen noemen we
economisch handelen. Het economisch handelen wordt bestudeerd door de economische
wetenschap. De economische wetenschap bestaat uit 2 onderdelen:
1. De vakken die het interne proces in ondernemingen bestuderen.
2. De vakken die de relatie met de omgeving of de omgeving zelf bestuderen.
De omgeving van een bedrijf verdelen we in 4 zones:
1. Micro en Meso economie
- Deze onderdelen bestuderen de kenmerken van markten en bedrijfstakken
waarmee ondernemingen te maken hebben
Micro
- Omschrijft de economie in de directe omgeving (marktpartijen). Een bedrijf
heeft invloed op de micro-omgeving
Meso
- Omschrijft de economie in de indirecte omgeving (werknemers- en
werkgeversorganisaties, overheden, technologische factoren). Een bedrijf
heeft beperkte invloed op de meso-omgeving.
2. Macro-economie
, - Geeft een beschrijving en analyse van allerlei verschijnselen in een land.
- Omschrijft de economie van een heel land
- Een bedrijf heeft geen invloed op de macro-economie
3. Monetaire economie
- Houdt zich bezig met het verschijnsel geld en de rol van banken in de
economie. (hoogte van rente en omvang van kredietverlening)
4. Internationale economische betrekkingen
- Bestudeert de buitenlandse handel van landen, de internationale
kapitaalstromen en de monetaire betrekkingen tussen landen.
1.2 Bedrijfsomgeving
Met de bedrijfsomgeving bedoelen we alle ontwikkelingen in de omgeving van een
onderneming die invloed hebben op de resultaten van een bedrijf.
De directe omgeving van een bedrijf bestaat uit de marktpartijen van een onderneming op
haar in- en verkoopmarkten, zoals bijv. toeleveranciers (van middelen), distributieschakels,
concurrenten en de afnemers. Een onderneming heeft direct invloed op de directe
omgeving.
De indirecte omgeving van een onderneming bestaat uit werknemers- en
werkgeversorganisaties, de overheid en culturele omgevingsfactoren (publieke opinie en
media). Een onderneming heeft beperkte invloed op de indirecte omgeving, maar de invloed
van de indirecte omgeving op de onderneming kan heel groot zijn. Hierbij zijn ook de sociale
omgeving van een bedrijf en de invloed van technologie van belang.
De macro-omgeving van een onderneming bestaat uit de conjuncturele ontwikkeling, de
ontwikkeling van wisselkoersen, de prijzen van belangrijke grondstoffen en demografische
ontwikkelingen. Ondernemingen hebben totaal geen invloed op de macro-omgeving, maar
deze kan andersom grote invloed uitoefenen op de onderneming. Voor een directeur is het
erg belangrijk om de macro-omgeving in de gaten te houden, omdat zij daarmee inzicht
kunnen krijgen in de concurrentiepositie van de onderneming.
1.3 Absolute en relatieve gegevens
Cijfers kunnen trends weergeven, en kunnen relatief (%) en nominaal zijn. Met reële cijfers
kun je verbanden beter weergeven en heb je direct inzicht in de verhouding. De
waardestijging van een variabele noemen we de nominale stijging. De volumeverandering
noemen we de reële stijging. De nominale verandering is gelijk aan de reële verandering
+ de prijsstijging. De waarde van de consumptie bestaat uit het volume X de prijzen.
De discountfactor is het verschil tussen de zuiver berekende waarde en de procentuele
mutaties. De discountfactor kunnen we verwaarlozen. Een discountfactor ontstaat wanneer
we afzonderlijke procentuele veranderingen van 2 eenheden bij elkaar optellen en
vergelijken met de berekende procentuele verandering van de samenhangende eenheid.
Productie/ BBP
De productie van een onderneming is gelijk aan het aantal werknemers (de
werkgelegenheid) X de productie per werknemer (de arbeidsproductiviteit).
H1 Algemene economie en bedrijfsomgeving
1.1 Economisch handelen en algemene economie
1.2 Bedrijfsomgeving
1.3 Absolute en relatieve gegevens
H2 Produceren
2.1 Welvaart en welzijn
2.2 Toegevoegde waarde
H3 Productiefactoren
3.1 Kapitaal
3.2 Arbeid
3.2.1 Arbeid: aanbod en vraag
3.2.2 Beloning van arbeid
3.3 Natuur
H1 Algemene economie en bedrijfsomgeving
1.1 Economisch handelen en algemene economie
Het beschikken over goederen en diensten om behoeften te bevredigen noemen we
welvaart. De behoeften van een mens zijn oneindig, maar de middelen zijn schaars. Men
moet kiezen welke middelen ze gebruiken voor de behoeftebevrediging, middelen zijn
alternatief aanwendbaar. Middelen zijn grondstoffen, machines en arbeid.
Het streven naar maximale welvaart met behulp van schaarse middelen noemen we
economisch handelen. Het economisch handelen wordt bestudeerd door de economische
wetenschap. De economische wetenschap bestaat uit 2 onderdelen:
1. De vakken die het interne proces in ondernemingen bestuderen.
2. De vakken die de relatie met de omgeving of de omgeving zelf bestuderen.
De omgeving van een bedrijf verdelen we in 4 zones:
1. Micro en Meso economie
- Deze onderdelen bestuderen de kenmerken van markten en bedrijfstakken
waarmee ondernemingen te maken hebben
Micro
- Omschrijft de economie in de directe omgeving (marktpartijen). Een bedrijf
heeft invloed op de micro-omgeving
Meso
- Omschrijft de economie in de indirecte omgeving (werknemers- en
werkgeversorganisaties, overheden, technologische factoren). Een bedrijf
heeft beperkte invloed op de meso-omgeving.
2. Macro-economie
, - Geeft een beschrijving en analyse van allerlei verschijnselen in een land.
- Omschrijft de economie van een heel land
- Een bedrijf heeft geen invloed op de macro-economie
3. Monetaire economie
- Houdt zich bezig met het verschijnsel geld en de rol van banken in de
economie. (hoogte van rente en omvang van kredietverlening)
4. Internationale economische betrekkingen
- Bestudeert de buitenlandse handel van landen, de internationale
kapitaalstromen en de monetaire betrekkingen tussen landen.
1.2 Bedrijfsomgeving
Met de bedrijfsomgeving bedoelen we alle ontwikkelingen in de omgeving van een
onderneming die invloed hebben op de resultaten van een bedrijf.
De directe omgeving van een bedrijf bestaat uit de marktpartijen van een onderneming op
haar in- en verkoopmarkten, zoals bijv. toeleveranciers (van middelen), distributieschakels,
concurrenten en de afnemers. Een onderneming heeft direct invloed op de directe
omgeving.
De indirecte omgeving van een onderneming bestaat uit werknemers- en
werkgeversorganisaties, de overheid en culturele omgevingsfactoren (publieke opinie en
media). Een onderneming heeft beperkte invloed op de indirecte omgeving, maar de invloed
van de indirecte omgeving op de onderneming kan heel groot zijn. Hierbij zijn ook de sociale
omgeving van een bedrijf en de invloed van technologie van belang.
De macro-omgeving van een onderneming bestaat uit de conjuncturele ontwikkeling, de
ontwikkeling van wisselkoersen, de prijzen van belangrijke grondstoffen en demografische
ontwikkelingen. Ondernemingen hebben totaal geen invloed op de macro-omgeving, maar
deze kan andersom grote invloed uitoefenen op de onderneming. Voor een directeur is het
erg belangrijk om de macro-omgeving in de gaten te houden, omdat zij daarmee inzicht
kunnen krijgen in de concurrentiepositie van de onderneming.
1.3 Absolute en relatieve gegevens
Cijfers kunnen trends weergeven, en kunnen relatief (%) en nominaal zijn. Met reële cijfers
kun je verbanden beter weergeven en heb je direct inzicht in de verhouding. De
waardestijging van een variabele noemen we de nominale stijging. De volumeverandering
noemen we de reële stijging. De nominale verandering is gelijk aan de reële verandering
+ de prijsstijging. De waarde van de consumptie bestaat uit het volume X de prijzen.
De discountfactor is het verschil tussen de zuiver berekende waarde en de procentuele
mutaties. De discountfactor kunnen we verwaarlozen. Een discountfactor ontstaat wanneer
we afzonderlijke procentuele veranderingen van 2 eenheden bij elkaar optellen en
vergelijken met de berekende procentuele verandering van de samenhangende eenheid.
Productie/ BBP
De productie van een onderneming is gelijk aan het aantal werknemers (de
werkgelegenheid) X de productie per werknemer (de arbeidsproductiviteit).