Stegeman Hoofdstuk 9 & 10
Hoofdstuk 9 Vitamines
Vitamine (vita(leven) en amine(organische stof)) = organische stof die geen
energie levert, maar een stof die in zeer kleine hoeveelheden nodig is voor een
normaal functioneren van het lichaam. Het lichaam kan het niet (of niet
voldoende) zelf maken en daarom zijn vitamines essentiële stoffen.
Vitamines kun je binnenkrijgen door een natuurlijke bron of door een verrijkt
voedingsmiddel. Vitamines hebben een kleine dagelijkse behoefte maar zijn
essentieel voor het dagelijks functioneren, de groei en de stofwisseling. Veel
functies van vitamines gaan samen. Vitamines kregen namen volgens het alfabet
maar hebben ook wetenschappelijke namen. Tegenwoordig overlijden er weinig
tot geen mensen meer aan een vitaminetekort zoals dit vroeger gebeurde (o.a.
scheurbuik). Jaarlijks wordt er in Nederland voor miljoenen euro’s geslikt aan
vitaminepreparaten.
Functies van vitamines
Vitamine A: vorming van epitheelweefsel en de vorming van rodopsine(eiwit
nodig om te kunnen zien in het schemer). Ook is het belangrijk voor de groei,
vorming van botweefsel en het goed functioneren van het immuunsysteem. Het
werkt mogelijk preventief tegen kanker omdat het veranderingen in het
epitheelweefsel, ongedaan kan maken. Bèta-caroteen is een provitamine van
vitamine A. Een deel hiervan wordt in het lichaam omgezet in vitamine A + het is
een antioxidant.
Vitamine D: komt voor in voeding maar wordt ook gevormd in de huid door
middel van zonlicht. Het is een niet-actieve stof die in de nieren wordt omgezet
tot een actieve stof. Vitamine D is nodig voor de botstofwisseling en het regelt de
resorptie en uitscheiding van calcium en fosfaat.
Vitamine E: is een antioxidant en beschermt onverzadigde vetzuren en vitamine
A tegen oxideren. Hierdoor speelt het een rol in de darm bij de resorptie van
vitamine A.
Vitamine K: is nodig voor de bloedstolling.
Vitamines B: zijn belangrijk voor de stofwisseling. Ze zijn o.a. co-enzym bij de
omzetting van eiwitten, vetten en koolhydraten. Zonder deze vitamines zijn
bepaalde chemische reacties niet mogelijk, waardoor ons lichaam verstoord
raakt. Ook ontstaan er neurologische stoornissen door ophoping van ongewenste
tussenproducten.
Vitamine C: heeft veel verschillende functies waaronder de vorming van bot- en
bindweefsel(wondgenezing), het stimuleren van witte bloedcellen in hun
antibacteriële werking en het grijpt in op een aantal plaatsen in de
ijzerstofwisseling.
Sofie Dijkstra januari 2016
1