Opgave 1
In het rapport ‘De warme, de koude en de dode hand’ stelt de werkgroep Moltmaker voor
om de langstlevende echtgenoot een algehele vrijstelling te geven. De Tweede Kamer vond
dit een brug te ver en heeft de ‘partnervrijstelling’ verruimd.
Welke argumenten heeft de werkgroep Moltmaker aangevoerd ter verdediging van een
algehele partnervrijstelling en welke bezwaren kunnen hiertegen worden aangevoerd? En
geef gemotiveerd uw mening over de aangevoerde argumenten.
Argumenten van werkgroep Moltmaker om een algehele vrijstelling te introduceren voor de
langstlevende echtgenoot:
• Het buitenkansbeginsel. Van een buitenkans in vermogensrechtelijke zin is in het
algemeen in de beleving van een langstlevende die zijn of haar partner verliest geen
sprake. Bij een algehele gemeenschap van goederen zal men zeker niet het gevoel
hebben rijker te zijn geworden door het overlijden van de partner, maar zelfs in de
gevallen van volledige uitsluiting van gemeenschap van goederen zonder finaal
verrekenbeding, was de welstand van de partners gebaseerd op hun beider vermogen
als totaliteit. Daarbij past niet dat de fiscus daarop inbreuk maakt bij het overlijden
van de eerststervende, maar dat de fiscus pas belasting gaat heffen bij het overlijden
van de langstlevende (de continuïteitsgedachte). In deze benadering past een volledige
vrijstelling voor de verkrijging door partners.
• De verzorgingsgedachte. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat via vrijstellingen
voldoende ruimte wordt geboden om tegemoet te komen aan de verzorgingsbehoefte
van de langstlevende. Ook het nieuwe erfrecht (geldend per 1 januari 2002) gaat ervan
uit, dat de langstlevende echtgenoot op de oude voet kan voortleven.
• Het leidt tot vereenvoudiging (geen waardering meer nodig, geen aangifte, minder
heffingsmomenten (pas belast als het naar de kinderen gaat) etc.)
• Uit gegevens van de belastingdienst blijkt dat slechts een gering aantal positieve
aanslagen wordt opgelegd aan echtgenoten of personen die vijf jaar of meer
samenwonen.
• Een aantal landen, soms onder bepaalde voorwaarden, kennen een volledige
vrijstelling voor verkrijgingen door echtgenoten. Voorbeelden hiervan zijn: de
Verenigde Staten van Noord-Amerika, het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg,
Noorwegen en een aantal Zwitserse kantons.
• Als je uit gaat van financiële verwevenheid tussen partners, dan is er geen
vermogensvermeerdering bij overlijden van de partner. De langstlevende ondervindt
geen draagkrachtvermeedering vanwege deze verwevenheid.
Bezwaren:
• "Het gevoel" van de belastingplichtige mag echter geen rol spelen bij de
belastingheffing. We leggen objectieve maatstaven aan om
draagkrachtvermeerderingen te meten en daarover heffen we. Bij belastingheffing
sluiten we niet aan bij het buitenkansbeginsel (speelt alleen een rol bij tarief van de
erfbelasting), maar bij het draagkrachtbeginsel.
• de wettelijke verdeling (zoals neergelegd in het nieuwe erfrecht) gebaseerd is op een
doorsnee nalatenschap. Bij een algehele vrijstelling gaat het juist niet om de doorsnee
vermogens, maar om de grote vermogens, waar men in de meeste gevallen al een
testament heeft.