interesting to students)
Auteurs: Allington (2008)
Over: Response tot interventie; motivatie, beleving; betrokkenheidsperspectief;
teksten zoeken vanuit interesse van de leerling
Artikel: Using texts that are interesting to students
Het gebruik van teksten die interessant zijn voor leerlingen
Één van de effectieve leesinterventies is het gebruik maken van teksten die
interessant zijn voor de leerlingen.
Wat blijkt uit de onderzoeken m.b.t. het gebruiken van interessante
teksten voor leerlingen?
Het meest betrouwbare onderzoek waaruit blijkt dat het belangrijk is om teksten
te gebruiken de passen bij de interesses van de leerlingen en het toestaan dat
leerlingen zelf kiezen komt vanuit de mete-analyse van Guthrie en Humenick
(2004) > 22 experimenten/quasi-experimenten.
> Hieruit blijkt dat wanneer leerlingen toegang hebben tot een grote databasis
aan interessante teksten, er een groot effect is op leesbegrip en leesmotivatie
(1.6 op leesbegrip en 1.5 op leesmotivaite).
> Ook bleek dat wanneer leerlingen regelmatig zelf hun boek uit moeten zoeken
er sprake is van een 1.2 op leesbegrip en een 0.95 op leesmotivatie (een
effectgrootte van > 1,0 laat een groei zien van percentiel 16 naar percentiel 50).
> Geen van de andere interventies m.b.t. klasinstructie waren zo succesvol in het
vergroten van zowel het leesbegrip als de leesmotivatie.
Ook Pressley en collega’s (2003) hebben diverse onderzoeken uitgevoerd en
vergeleken. Zij beschrijven dat effectieve leerkrachten veel meer motiverende
items in de klas hebben en de gegeven lessen dragen veel bij aan de
leesmotivatie. Ook hebben zij juist weinig niet-motiverende items in de klas.
> Onder motiverende items wordt o.a. verstaan: veel boeken op verschillende
niveaus, de leerkracht benadrukt wanneer iemand het goed heeft gedaan, de
leerkracht is een leermodel.
> Onder niet motiverende items wordt o.a. verstaan: nadruk ligt op het geven
van een goed antwoord ipv het leren van fouten, weinig stimulerende woorden
v.d. leerkracht, de leerlingen mogen geen eigen keuzes maken.
Het is de leerkracht in de klas die van de leerlingen gretige lezers maakt. De
hierboven beschreven verschillen komen niet alleen voor op verschillende
scholen, maar ook op verschillende klassen binnen één school.
Het creëren van een motiverend klassenmilieu en het stimuleren van makkelijke
toegankelijkheid tot boeken, boeken die ze konden lezen maar ook wílden lezen,
is de oplossing om de leesmotivatie en het leesbegrip te vergroten.
Rosalie Fink (1998, 2006) heeft veel onderzoek gedaan naar volwassenen die
moeite met lezen hadden. Op basis daarvan heef ze een interventiemodel
1
, Master Kennis Toets TAAL/LEZEN ARTIKEL 6 (Using texts that are
interesting to students)
beschreven op basis van de interesses. De volgende factoren horen bij dit
interventiemodel:
- Help leerlingen om de interesse te vinden dat bijdraagt aan onafhankelijk
lezen
- Voorzie de leerlingen met de mogelijkheid om veel boeken te lezen die ze
zelf interessant vinden
- Steun de leerlingen in het ontwikkelen van veel basiskennis (schema) over
die onderwerpen
- Leer ondersteunende strategieën wanneer ze deze interessante teksten
lezen
- Wees een mentor door te ondersteunen in het vinden van goede boeken om
zo van de leerling een actieve lezer te maken
Sommige leerlingen zijn erg geïnteresseerd in het lezen van informatieve boeken.
Dit zijn echter boeken die weinig in schoolbibliotheken te vinden zijn.
Veel lezers die aanvankelijk niet gemotiveerd raken, raken op een gegeven
moment geïnteresseerd in boeken m.b.t. een klein onderwerp. Uiteindelijk wordt
dit onderwerp groter of juist meer specifiek. Ondanks dat ze boeken lezen over
één onderwerp stimuleert het vele lezen van deze boeken wel de diepe kennis
over dit onderwerp en het helpt hem om een volgend boek met dit onderwerp
goed te kunnen lezen.
Uit onderzoek blijkt dat het leesniveau van deze aanvankelijk zwakke lezers op
gelijk niveau is als het leesniveau van andere leerlingen. Het bleek echter wel zo
te zijn dat ze veel langzamer lezen dan andere leerlingen.
Ook wij (als ‘normale’ lezers) lezen alleen boeken die passen bij onze eigen
interesses. Maar wanneer wij zwakke lezers willen laten groeien in het lezen, dan
moeten ze lezen. Laat die zwakke lezers dus vrij in de keuze van boeken over
onderwerpen waarin ze geïnteresseerd zijn en kijk of op die manier het
leesniveau van de leerling vergroot kan worden.
De keuze van teksten om te lezen
Het is belangrijk om toe te staan dat zwakke lezers vooral boeken lezen die ze
zelf geselecteerd hebben. Zelfs wanneer dit in de ogen van de leerkracht een
boek is wat bijvoorbeeld te moeilijk is, lijkt de interesse van de leerling voorop te
staan.
> Zwakke lezers hebben op veel scholen de minste mogelijkheden om te kiezen
wat ze willen lezen.
> In een normale klas zijn de boeken op het niveau van de klas (in een groep 6
klas, zijn ook boeken op groep 6-niveau), terwijl zwakke lezers juist op een lager
niveau lezen.
2